Uitspraak Hof maakt aanpakken grondspeculatie mogelijk

Uit een onlangs gepubliceerde uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam valt – voorzichtig – te concluderen dat het bij de verkoop door grondhandelaren van kleine stukjes landbouwgrond aan particulieren waarschijnlijk toch om beleggingsobjecten gaat.

Als dat zo is zou dat betekenen dat grondhandelaren een vergunning nodig hebben bij de verkoop en onder AFM-toezicht vallen. Op dit moment heeft geen enkele verkoper een vergunning.

Duizenden Nederlanders hebben voor zo’n € 700 miljoen circa 27.000 stukjes grond gekocht. Ze kochten dit veelal omdat de grondhandelaren lieten doorschemeren dat er een grote kans zou zijn dat de grond vrij snel in waarde zou stijgen omdat de bestemming gewijzigd zou worden van agrarische grond in bouwgrond. Maar dat gebeurde in de praktijk nooit. Daarom spande een tuinder uit het Zuid-Hollandse De Lier een rechtszaak aan tegen verkoper Groza en bemiddelaar Aktua. De tuinder eiste schadevergoeding, die eis verwerpt het Hof. Groza en Aktua Groza hebben voldoende duidelijk benadrukt dat de kans op waardestijging van de grond als gevolg van bestemmingswijzigingen onzeker was, aldus het Hof.

Arrest biedt aanknopingspunten voor AFM

Volgens de advocaat van de tuinder, Bert van Mieghem, van Wybenga Advocaten in Rotterdam, moet vooral de Autoriteit Financiële Markten (AFM) het arrest van het Hof serieus nemen (zie vanaf punt 3.21 in de uitspraak). De toezichthouder zal opnieuw moeten bekijken of grondhandelaren vergunningplichtig zijn, aldus Van Mieghem in het Financieele Dagblad. Door gebruik te maken van een bepaalde constructie hebben veel grondhandelaren in Nederland geen vergunning van de AFM nodig. Met die constructie is bij alle grondtransacties de koper zelf verantwoordelijk voor het beheer van zijn stukje grond. Grond is namelijk pas een beleggingsobject en valt onder de vergunningsplicht als niet de koper maar een ander het beheer ervan uitvoert.

De tuinder had naar eigen zeggen duidelijk laten weten aan de grondhandelaren dat bij de koop niet het beheer van de gronden op zich zou nemen, de gronden waren al verpacht. Volgens de advocaat van de tuinder is het een taak voor de AFM om te bewijzen dat de vergunningplicht omzeild werd.

‘Alle schijn van beleggingsobject’

In de uitspraak zegt het Hof hierover: “Het Hof overweegt dat het er (…) alle schijn

van heeft dat hier sprake is van een beleggingsobject in de zin van artikel 1:1 van de Wft (Wet op het financieel toezicht, red.)”. Volgens de tuinder is er sprake van onrechtmatige daad van Groza en Aktua Groza omdat ze zonder de daartoe vereiste vergunning de grond verkocht hebben. Echter omdat de tuinder niet om herstel van de rechtmatige toestand door het ongedaan maken van de gevolgen van de koopovereenkomsten vraagt, maar om schadevergoeding hoeft het Hof de vraag of het daadwerkelijk om een beleggingsobject gaat niet te beantwoorden. Het Hof oordeelt dat er geen reden is tot schadevergoeding.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.