Van Dieren: ‘Alles begint met een voedselakkoord’

12-11 | |
"Alles begint met een voedselakkoord en een basisprijs. Als die basisprijs er niet is, is het voor iedereen niet te harden, staat iedereen met zijn rug tegen de muur!", zegt Wouter van Dieren. Foto: ANP/Patrick Post
"Alles begint met een voedselakkoord en een basisprijs. Als die basisprijs er niet is, is het voor iedereen niet te harden, staat iedereen met zijn rug tegen de muur!", zegt Wouter van Dieren. Foto: ANP/Patrick Post

Wouter van Dieren was en is nauw verbonden met de ‘Club van Rome’. Die 50 jaar geleden de noodklok luidde over de uitputting van de aarde. De landbouw ontbeert leiderschap, heeft een nieuwe Mansholt nodig om de systeemtransitie af te dwingen vindt hij. Te beginnen met een vaste basisprijs voor voedsel. “Zonder basisprijs staat iedereen met zijn rug tegen de muur.”

Behoeft de man nog een introductie? Wouter van Dieren, de man die ook wel Mr. Club van Rome wordt genoemd. Hij was het vooral die het rapport ‘Grenzen aan groei’ van de Club van Rome 50 jaar geleden de wereld in heeft geslingerd (zie kader). Maar hij is ook ‘founding father’ van de Nederlandse milieubeweging en bijvoorbeeld mede-oprichter van Milieudefensie. Maar de geboren Terschellinger is eigenlijk niet in een woord te vangen. Zelf zegt hij dat hij vooral scheppend bezig is. “Ik ben schilder, journalist, filmmaker, musicus. In de kern ben ik een kunstenaar met een groot gevoel voor onrecht.”

Meest essentiële grondstoffen raken op

Van Dieren is inmiddels 81, maar getooid met zijn onafscheidelijke hoed liefst met sjaal eronder, werkt de zwierige, welbespraakte, rationele, zelfverzekerde en nog immer zeer gedreven man aan zijn ‘scheppingen’ die tot een betere wereld moeten leiden. Zo is hij nauw betrokken bij ‘Resource Wende’. Een programma dat voortvloeit uit de Club van Rome en wetenschappelijk onderbouwd wijst op het feit dat de meest essentiële grondstoffen in de wereld snel opraken.

Planet cooling

Daarnaast is Van Dieren actief bij wat hij noemt ‘Planet Cooling’. “Als je kijkt naar de verwachtingen van de opwarming van de aarde dan gaat die curve opwaarts gewoon door. Dat betekent dat er halverwege deze eeuw of veel eerder er een ambulance klaar moet staan en dat is planet cooling. Dat doe je door witte wolken te maken die de zon terug kaatsen. De zee emitteert nanodeeltjes zout naar de cumulus en dat kun je technisch nabootsen en dat heet planet cooling. Dat doen we met een paar universiteiten in de wereld.”

Kunnen we die 50 graden niet afwenden dan?

“Door te koelen, dat is de enige optie.”

Wat doen we dan allemaal op de klimaattop in Egypte?

“Er is een illusiewereld en die verhindert dat de problemen worden begrepen en aangepakt. En een ander probleem is dat overheden nog steeds roepen dat de markt het moet oplossen. Maar er bestaat geen vrije markt. Elektrische auto’s? Die zijn een ramp voor het klimaat. Dat is volstrekte onzin. Waar komt die elektriciteit vandaan? En hoe wordt het staal gemaakt van die auto? Hoeveel windturbines heb je nodig voor de Nederlandse energievoorziening? 15.000 tot 30.000. En weet je hoeveel zonnepanelen? 800 miljoen. Zijn daar de grondstoffen voor? Nee!”

Gebiedsofferte

Als derde denkt Van Dieren als lid van de adviesraad van het agrarisch collectief Noardlike Fryske Walden, samen met onder meer Jan Douwe van der Ploeg (emeritus professor rurale sociologie en transitie studies, red.), over de totstandkoming van de Gebiedsofferte. Waarbij ook andere agrarische collectieven in Noord Nederland zijn betrokken. “Totaal gaat het om 800 boeren met 40.000 hectare. Jan Douwe en ik zijn de denkers.”

Wat is de kern van die gebiedsofferte?

“Jan Douwe had een paar maanden geleden een artikel in de Volkskrant, waarbij hij wees op de sociologie van het platteland. Wat hij schreef is essentieel. De boer is niet een bedrijfstak, maar het is een sociologie. En als je dat ontmantelt, dan ontmantel je het platteland. Dan gooi je het kind met het badwater weg. Het platteland is de psychologische en sociale habitat van de mensen die er wonen. Ons uitgangspunt is: de boeren die er wonen en werken hebben een geestelijk eigendom van de streek en daar ontlenen ze ook hun identiteit en wat ik noem claimrecht aan. Door de ruilverkaveling hebben de boeren de bevestiging gekregen dat ze recht hebben op de ondergeschiktheid van het landschap aan hen. Bij die ruilverkaveling gingen honderdduizenden hectares op de schop om hun bedrijfstak te faciliteren. Als je dat doet dan zeg je tegen die bedrijfstak: dit doen we allemaal voor jullie. Als je kort daarna zegt: we nemen het nu over, we nemen het je af, dan heb je het over een diep onrecht. Voor de gebiedsofferte is het essentieel dat de boer het landschap begrijpt. Dat ze het niet ondergeschikt maken aan permanente productieverhoging. In de gebiedsofferte wordt gezegd: wij respecteren het landschap. Dit zijn de kenmerken van het landschap, dit zijn de potenties van het landschap.”

Wat is die potentie dan in de gebiedsofferte?

“Veel productie ontstaat door arme ecosystemen: monoculturen. Een monocultuur levert veel productie op en een diversiteitscultuur levert een lage productie op. Monoculturen zijn de basis van de voedselvoorziening. Daar moet je dus rekening mee houden als je het landschap, de boerencultuur wilt redden. Dan moet je kijken in hoeverre je die monoculturen kunt doorzetten, zodat je veel productie hebt, en waar wordt die monocultuur gevaarlijk zodat je moet corrigeren? Het interessante is dat als je kleine experimenten doet met een monocultuur in combinatie met een diversiteitscultuur en ecologie, dan zie je dat je razendsnel dingen kunt verbeteren.”

Is het verdienmodel niet veel belangrijker? Als die nieuwe balans tussen monocultuur en diversiteitscultuur mij als boer meer kost, wie gaat dat dan betalen?

“Alles begint met een voedselakkoord en een basisprijs. Als die basisprijs er niet is, is het voor iedereen niet te harden, staat iedereen met zijn rug tegen de muur! Wat wil je van boeren als ze er geen rooie cent mee verdienen! Dat mag niet, dat is onfatsoenlijk. En waarom moet je dat doen? Omdat je de sociologie van het landschap niet kwijt wilt raken. En nog iets: als je geen doelstellingen formuleert, maar alleen verboden voorschrijft, dan heeft niemand hoop. Dan krijg je de handen nooit op elkaar. Om te beginnen moet je berekeningen maken die uitmonden in een benodigde basisprijs. En er zijn al heel veel berekeningen gemaakt he! Bovendien gelden voor ieder product al tientallen voorschriften waar het aan moet voldoen. Er zit al een regime op van controle. Aan die zeg maar controlelijst moeten we iets toevoegen: kilometers (transportafstand, dus CO2-emissie), nul pesticiden-gebruik, optimale inzet van kunstmest en biodiversiteit van het productiegebied. Je voegt dus een paar parameters toe aan het label, gecontroleerd door de NVWA. Dan krijg je een prijsverhoging, want de productie per hectare wordt minder. Die voorwaarden zet je om in voorschriften, maar je zegt óók dat de optelsom hiervan leidt tot een margeverhoging van bijvoorbeeld 0,4%. Noem het voedselaccijns. Dat doen we ook met alcohol en brandstof.

Je voegt dus een paar parameters toe aan het label, gecontroleerd door de NVWA

Zo krijg je een enorm fonds waarmee je de boeren helpt. Waarmee iedere boer meer ecologie kan toepassen op zijn bedrijf. Via dat voedselakkoord moeten we ook naar regionale fondsen te beheren door de regio, zonder bureaucratie. Want in de gebieden moet de boel worden uitgevoerd. Er moet een verdeelschaal komen. En het moet toegankelijk zijn en simpel. Maar wie neemt nu het leiderschap? Dat is de grote vraag.”

Zie jij geen leiderschap dan?

“Nee, we hebben een nieuwe Mansholt nodig. Ik heb met hem gewerkt en dat was geen kleinigheid hoor. Hij heeft de landbouw veranderd en er een systeem van gemaakt. Hij zei niet: jullie zijn klaar en moeten weg. Dat was wel het uitgangspunt, want ‘nooit meer honger’ los je niet op met een miljoen kleine boertjes. Maar hij heeft vooral een beeld gemaakt van de sociologie van het platteland en de voedselvoorziening. Hij heeft niet gezegd: we moeten een bedrijfstak oprichten, maar hij heeft de hele combinatie, een enorm systeem opgezet. Er zit een ongelooflijke apathie en onvermogen in het huidige systeem om de transitie, de systeemverandering tot stand te brengen. Dat moet dus veel krachtiger worden afgedwongen. En dat bedoel ik met visionair leiderschap; dat ontbreekt. ZLTO en LTO Noord hebben geen goede visie: waar willen we naartoe met de landbouw? Ze komen niet. Wat er ook gebeurt; ze komen niet met oplossingen. Maar dat geldt ook voor Unilever of Albert Heijn. Ze komen niet met hoe het moet. We hebben in Nederland geen visionaire landbouwleiders meer. De boeren zijn massaal overgeleverd aan de waan van de dag. En ze kunnen zich niet organiseren vanuit gemeenschappelijk leiderschap.”

Dat is een treurige constatering. Wat moet er gebeuren?

“We hebben een nieuwe LTO nodig, want LTO kan dit namelijk niet. We moeten toe naar een nieuwe collectiviteitsvorming. Dat is iets dat elke boer meteen op kan pakken. Kijk maar eens hoe de onderlinge verzekeringen in Nederland zijn ontstaan. FBTO: De Friese Boeren en Tuinders Onderlinge. Achmea is ontstaan in het dorpje Achlum in Friesland. Er zijn heel veel onderlinge systemen gecreëerd in de loop der jaren om elkaar te helpen. Dus is er een traditie van gezamenlijke fondsvorming, van gezamenlijke risicodekking en gezamenlijke visieontwikkeling. Het gaat om antwoord op de vraag: welke rol willen wij als Nederlandse boeren in de wereld hebben? En het antwoord is niet: we voeden de wereld, want dat is niet waar. Het antwoord is ook niet: als jullie ons tegenhouden heeft heel Nederland honger, want dat is ook niet waar. Dat zijn allemaal dreigementen en daar hebben we niks aan. Je moet aangeven welke rol je wél voor je ziet. Zorg ervoor dat er een geweldige machine op gang komt om nieuwe modellen op gang te krijgen.”

Kingmans
Rochus Kingmans Freelance redacteur


Beheer