Skip to content

Van Loon: ‘We nemen vleesvervangers serieus’

De 50 jaar oude Van Loon Group investeert met een nieuwe fabriek fors in vleesvervangers.

Updated on:
Business
Interview
Roland van Loon is CTO en mede-eigenaar van Van Loon Group.  - Foto: Van Loon Group premium

Roland van Loon is CTO en mede-eigenaar van Van Loon Group. - Foto: Van Loon Group

De 50 jaar oude Van Loon Group is van huis uit een echt vleesbedrijf, maar investeert met een nieuwe fabriek ook fors in vleesvervangers. Het ontwikkelde onder andere een eigen nieuwe grondstof op basis van geitenmelk.

Van Loon Group zet zichzelf normaal niet in de spotlights. Het bedrijf laat liever zijn klanten, waarvoor het onder private label produceert, naar buiten treden. Vanwege het 50-jarig jubileum en de ontwikkelingen van de afgelopen tijd maakt het bedrijf een uitzondering. Roland van Loon, CTO en mede-eigenaar, vertelt over het familiebedrijf dat in 1971 begon als een slagerij voor de horeca. Vijftig jaar later staat er een bedrijf dat zich heeft uitgebreid naar de retail, de productie van vleesvervangers en maaltijden. “We zijn van origine een vleesbedrijf, maar ondertussen transformeren we in de richting van een food-bedrijf. We zien dat de vleesconsumptie afneemt en daarom willen we onze activiteiten meer diversificeren”, aldus Van Loon. Een voorbeeld daarvan is de focus op de productie van vleesvervangers. Recent opende het bedrijf een nieuwe productielocatie in Almere en richtte het binnen de groep een apart bedrijf op voor vleesvervangers: No Meat Today Company.

Wat is de reden geweest een apart bedrijf voor de productie van vleesvervangers op te richten?

“We zijn sinds 2019 actief in de productie van vleesvervangers. We presenteerden onze eerste producten onder ons eigen merk The Blue Butcher op de Anuga-beurs in dat jaar (Anuga is een internationale beurs op het gebied van food, red.). Het is natuurlijk de vraag hoe snel en hoe groot de markt voor vleesvervangers groeit, maar we zien er veel potentie in. Daarom investeren we er ook fors in. Het is niet iets dat we erbij doen, maar we nemen dit serieus en maken het tot onze expertise. Door er een apart bedrijf voor op te richten, geef je dat signaal ook af naar klanten en potentiële klanten. Die kunnen ons dan zien als volwaardige partner.”

Vleesvervangers binnen een van origine echt vleesbedrijf. Hoe gaat dat samen?

“Wij zien vlees en vleesvervangers niet als concurrerende producten. Ze vullen elkaar juist heel goed aan. We willen kwalitatief en duurzaam vlees aanbieden, maar ook een alternatief voor wanneer consumenten een dag geen vlees willen eten. Ook de logistieke processen passen heel goed in elkaar. Dat we nu fors investeren in vleesvervangers, betekent niet dat we geen toekomst in vlees meer zien. Het aandeel vleesvervangers binnen ons bedrijf is nog zeer beperkt. Dat gaat wel groeien, maar vlees blijft een grote markt. We moeten binnen de maatschappij echter een nieuwe balans vinden tussen vlees en plantaardige producten.”

In de nieuwe fabriek in Almere worden ook producten voor het Britse bedrijf Meatless Farm geproduceerd. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?

“De contacten met Meatless Farm zijn er al langer. Het bedrijf zocht in Europa een locatie voor de productie van vleesvervangers en zo is onze samenwerking ontstaan. Een deel van de capaciteit in de fabriek wordt gebruikt voor Meatless Farm. Wij produceren, maar de productontwikkeling blijft in handen van Meatless Farm. De samenwerking is een exclusief partnerschap.”

In de fabriek worden dus producten voor zowel The Blue Butcher als Meatless Farm en private labels geproduceerd?

“Dat klopt. Het zijn allemaal heel andere producten, dus echt concurreren doen ze niet met elkaar. We kunnen juist van elkaar leren. We zien onze klanten en Meatless Farm eerder als partners dan als concurrenten op het gebied van vleesvervangers. Samen kunnen we de markt verder ontwikkelen.”

Van Loon introduceerde onlangs ook een nieuwe grondstof voor vleesvervangers op basis van geitenmelk, Fiberfort. Waarom geitenmelk? Het is een kostbare grondstof.

“Dat klopt, maar daar staat kwaliteit tegenover. We willen consumenten de beste vleesvervanger aanbieden. Er vindt veel ontwikkeling plaats en vleesvervangers worden kwalitatief steeds beter. We willen onderdeel zijn van die verbetering. Uiteindelijk moet het product toch overtuigen. Met geitenmelk kunnen we door middel van een speciale productiemethode een mooie vezelstructuur en bite krijgen. Geitenmelk bevat veel eiwit en alle essentiële aminozuren. Het is een mooie grondstof voor kipalternatieven. Het is dan nog wel steeds een dierlijk product, maar wel een verbetering op gebied van duurzaamheid ten opzichte van het vleesproduct. Vanuit de markt krijgen we in ieder geval enthousiaste reacties. Bedrijven zijn op zoek naar alternatieve grondstoffen voor vleesvervangers. Soja heeft bijvoorbeeld niet zo’n positief imago. Er zijn veel merken vleesvervangers, maar eigenlijk maar weinig productiebedrijven die ook echt alternatieven kunnen aanbieden. Wij kunnen dat met Fiberfort. Wij gebruiken ook nog soja en granen in onze vleesvervangers en kijken naar vervangende grondstoffen uit Europa, maar dat is nog niet zo eenvoudig. Natuurlijk is al onze soja RTRS-gecertificeerd.”

Van Loon staat bekend om vlees dat in ketens geproduceerd en geleverd wordt. Is dat ook de ambitie voor de geitenmelk?

“Ja die ambitie is er. Op dit moment is het volume geitenmelk daarvoor echter nog te klein. Als het volume groeit, zijn contracten met Nederlandse geitenhouders zeker een optie. Als bedrijf moet je weten waar je grondstoffen vandaan komen. Alleen op die manier kun je samen met leveranciers en afnemers je footprint verkleinen. Weten waar je grondstoffen vandaan komen, heeft ook toegevoegde waarde voor je klanten. Die kunnen dat weer gebruiken in de communicatie naar de consument.”

Spelen duurzaamheid en herkomst een belangrijke rol voor de klanten van Van Loon?

“Het begint te leven. Er komt steeds meer bewustwording bij klanten dat ze onderdeel moeten zijn van verduurzaming en borging van een goede herkomst. Dat afnemers zeggen ‘kunnen jullie ervoor zorgen dat alles op orde is?’, is te makkelijk. We zullen het toch samen moeten doen. Al ons varkensvlees heeft minimaal 1 ster van het Beter Leven-keurmerk. Het keurmerk is een echt USP (unique selling point, red.) in Europa. Nederland loopt daarin voorop. De producten zijn wel duurder, maar klanten en vooral retailers hechten steeds meer waarde aan duurzaamheid en dierenwelzijn.”

Klanten willen dus betalen voor duurzaamheid, maar de consument moet het product uiteindelijk kopen.

“Uiteindelijk bepaalt de consument inderdaad wat hij of zij koopt. Je ziet dat er wel enige discrepantie is tussen het gedrag van de burger en de consument. Verduurzaming kost geld en het is lastig als dat niet door de consument betaald wordt. Daarom is ketensamenwerking ook zo belangrijk. Zo kun je er samen voor zorgen dat de extra kosten bij de juiste schakels terechtkomen. Op die manier kun je samen een transitie mogelijk maken. We zien dat ook bij boeren. Er zijn steeds meer boeren die niet meer voor de wereldmarkt willen produceren, maar in een concept. Op die manier is er namelijk regie op de keten en kun je de kosten beter verdelen.”

Snel delen

Carolien Kloosterman
Carolien Kloosterman

Voormalig redacteur

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin