Varkensboeren kopen vaker collega-bedrijf

09-12-2020 | |
Foto: Ruud Ploeg
Foto: Ruud Ploeg

Voornamelijk varkenshouders kopen bedrijven van collega’s. In andere sectoren zoals de kalver-, koeien- of pluimveesector gebeurt dit amper. Dat blijkt uit een inventarisatie van adviesbedrijf Connecting Agri&Food.

Het onderzoek is gedaan in opdracht van de provincie Noord-Brabant. Het provinciebestuur wil namelijk weten of veehouders met groeiplannen uitbreiden op hun thuislocatie of ervoor kiezen elders een bedrijf over te nemen om uit te breiden. Het zogeheten zijwaarts uitbreiden. De provincie is geadviseerd om te monitoren of de stalderingseis ertoe leidt dat veehouders op hun bestaande locaties niet meer dieren gaan houden, maar kiezen voor alternatieve groeiscenario’s.

Trendbreuk in 2019

Het adviesbedrijf heeft dus alleen gekeken in welke mate varkenshouders zijwaarts uitbreiden. Dit is gedaan in de periode 2016 tot en met 2019. In deze periode neemt zowel het aantal locaties met varkens af, als het aantal boeren dat varkens heeft. Deze daling gaat gelijk op, tot 2019. In 2016 zit het geschatte percentage nevenlocaties op 14. De twee daaropvolgende jaren blijft dit vrijwel gelijk. In 2019 stijgt het aandeel nevenlocaties in de Brabantse varkenshouderij ineens naar 19%. Het aantal bedrijven dat varkens houdt, neemt dus sneller af dan het aantal locaties waar varkens zitten. Het gaat om een trend. De onderzoekers durven geen absolute aantallen te noemen. Daarvoor bieden bestaande databases onvoldoende houvast. Het verloop van het aantal vergunningen in de Brabantse database en de CBS-cijfers wijkt bijvoorbeeld van elkaar af.

Zijwaarts uitbreiden neemt toe

Zijwaarts uitbreiden is vooral populair in de regio Midden-West. In de Kempen vindt het niet plaats. Per saldo durven de onderzoekers te stellen dat het zijwaarts uitbreiden toeneemt in de provincie Noord-Brabant en dat alleen varkenshouders dit doen.

In 2019 was sprake van een trendbreuk in het aantal Brabantse varkenshouders dat stopt. Dit was al bijna vier decennia lang 3 á 4% per jaar. In 2019 is dit percentage zeven. Dit is onder meer het gevolg van de aangescherpte wet- en regelgeving.

Bijna derde van de bedrijven staat leeg

De verwachting is dat komende jaren het aantal vergunningen voor Brabantse veehouderijbedrijven verder afneemt. De daling ging afgelopen jaren gelijk op met het landelijke cijfer. Door de gedoogregeling voor stoppers, de warme sanering en de stikstofproblematiek zal het provinciale vergunningenbestand verder krimpen.

Niettemin wordt geschat dat 30% van de locaties leeg staat, maar dat daar nog wel een vergunning op zit. Deelnemers aan de stoppersregeling ammoniak en veehouderij mogen sinds begin dit jaar geen varkens meer houden, maar hoeven hun vergunning niet in te leveren. Na een stalaanpassing kunnen deze varkensboeren zo verder met hun bedrijf. Deze latente vergunningen vertegenwoordigen vermoedelijk wél een berekende stikstofneerslag. Dit biedt dus salderingsruimte.

van Dooren
Kees van Dooren Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.