Dierwaardige veehouderij ook doortrekken naar transport en slacht

08-11 | |
Biggen laden voor transport. Een 'dierwaardige' veehouderij geldt ook voor transport en slacht. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Biggen laden voor transport. Een 'dierwaardige' veehouderij geldt ook voor transport en slacht. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

In een convenant moeten afspraken komen over hoe ‘dierwaardige veehouderij’ eruit komt te zien. Dat heeft niet alleen invloed op veehouderijbedrijven maar ook op veetransport en slacht.

In mei 2023 moet er een convenant dierwaardige veehouderij liggen. Het is de bedoeling dat spelers in de hele keten dat convenant ondertekenen: boeren, dierenbescherming, zuivelbedrijven, dierenartsen én supermarkten. In dit convenant komen afspraken te staan over hoe een veehouderij eruit komt te zien waarin dieren de ruimte hebben om natuurlijk gedrag te vertonen. Eerder is een wetswijziging hiervoor aangenomen, maar nog altijd is niet duidelijk wat dit betekent voor de veehouderij. Dat moet dus via dit convenant, op initiatief van landbouwminister Piet Adema.

In een persbericht laat hij optekenen: “Ik wil samen met verschillende partijen aan de slag om vorm te geven aan een toekomstbestendige veehouderij die uitgaat van de behoeften van dieren. Daarin hebben dieren de ruimte om natuurlijk gedrag te vertonen en zijn standaard fysieke ingrepen bij dieren – zoals het couperen van varkensstaarten – overbodig.”

Principes dierwaardige veehouderij

Eerdere adviezen van de Raad voor Dieraangelegenheden over dierenwelzijn en dierwaardige veehouderij (RDA) vormen de basis voor het te sluiten convenant. De RDA zegt onder andere dat dierenwelzijn niet hetzelfde is als het voorkomen van pijn of ander ongenoegen bij dieren: dieren in de veehouderij hebben een zogenoemde ‘intrinsieke waarde’, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat een dier gevoel heeft, en pijn en plezier kan ervaren. Die waarde moet centraal staan in het houderijsysteem, waarvan goede voeding, een comfortabele omgeving en goede gezondheid de basis zijn. Daarbovenop moet het dier natuurlijk gedrag kunnen vertonen en bovendien een ‘positieve emotionele toestand’ hebben.

Kortom; de stallen moeten in de toekomst ‘diergericht’ worden ontworpen. Per wanneer dit soort nieuwe regels ingaan is onderwerp van de gesprekken over het convenant.

Diergericht ontwerpen is een methode die tot nu toe alleen gebruikt wordt voor stalsystemen, maar de minister wil dit uitbreiden. “Dierwaardigheid heeft ook betrekking op de fysieke leefomgeving tijdens transport en in het slachthuis”, schrijft Adema. Ook daarover zullen dus afspraken gemaakt moeten worden.

Meerprijs voor investeren in dierenwelzijn

En dan de financiën, daarover moeten ook afspraken komen. Veehouders geven nu vaak aan dat ze best willen investeren in (bijvoorbeeld) dierenwelzijn, maar dat tegenover die inspanningen een meerprijs moet staan.

De minister is positief over het brede scala aan concepten en keurmerken dat nu al op de markt is voor bijvoorbeeld varkens- en pluimveevlees. “Ze verdienen waardering en navolging en, waar nodig en mogelijk, ondersteuning van de overheid, bijvoorbeeld door knelpunten rondom vergunningverlening op te lossen.”

Lees ook: Dierenwelzijnsregels de komende tijd hoog op de agenda

van Rooijen
Meer over


Beheer