Veevoerbranche essentieel voor duurzamere landbouw

04-02 | |
van der Tak
Foto: Mark Pasveer
Foto: Mark Pasveer

Voer van eigen land en eiwit in het mengvoer, moeten onderdeel zijn van een transitieplan naar een duurzamere landbouw. Daarbij moet de overheid onderzoek naar alternatieven voor soja financieren en de negatieve effecten van de transitie compenseren voor boer en keten.

Veel veehouders zijn volop bezig met de toekomst. Natuurlijk, er is veel onzekerheid – vooral over het stikstofbeleid. Maar ik zie ook dat veel ondernemers bezig zijn om na te denken over een duurzamere toekomst en om daadwerkelijk stappen te zetten in die richting. Daarbij kunnen de Nederlandse veehouders niet zonder een vooruitstrevende diervoederindustrie.

Discussie over eiwit

Melkveehouders willen eigen ruwvoer beter benutten. Meer en beter voer van eigen land, om het rendement op hun bedrijf te verbeteren en zo de kringloop stapje voor stapje meer te sluiten. Bij het mengvoer is er volop discussie over eiwit. Er zijn argumenten om minder soja te importeren uit Zuid-Amerika, omdat de teelt daar ten koste kan gaan van het regenwoud. Zo’n ontwikkeling is echter alleen mogelijk als we in Europa rendabel meer eiwitgewassen kunnen gaan telen.

Voorwaarden

Deze beide zaken zijn niet van vandaag op morgen te realiseren. Dergelijke grote veranderingen moet je zorgvuldig voorbereiden en de tijd nemen om het verantwoord uit te voeren. Dat lukt alleen als eerst aan twee voorwaarden is voldaan: de eerste is het ondernemerschap in de agrarische sector op basis van financieel gezonde bedrijven. Zowel op de boerderij als ook in de rest van de keten is een gezond rendement noodzakelijk.

In het buitenland weet men in ieder geval erg goed hoe hoog de kwaliteit van onze producten is!

Voorwaarde nummer 2 is het produceren van topkwaliteit producten. Dat kunnen we in Nederland erg goed, ik denk dat we dat nog wel wat meer mogen laten zien en horen. Bijvoorbeeld als we in een jaar met corona, toch weer voor een groter bedrag aan agrarische export realiseren. In het buitenland weet men in ieder geval erg goed hoe hoog de kwaliteit van onze producten is!

Agrarisch Plan Nederland 2030

Op basis van deze twee voorwaarden, moeten we voor ingrijpende veranderingen een transitiebeleid voeren. Met alle partijen om tafel gaan en een goed plan opstellen. Ik noem dat het Agrarisch Plan Nederland 2030. Mijn ervaring in de haven van Rotterdam en later in de glastuinbouw met de Greenports, heeft me geleerd dat zo’n aanpak goed werkt. Bij stikstof zie je hoe het misgaat als een dergelijk transitieplan er niet is.

Als we met alle partijen een goed plan maken, kunnen we het waarmaken

De twee thema’s die ik noemde – voer van eigen land en eiwit – moeten onderdeel zijn van het transitieplan. Natuurlijk gaat het niet overal even soepel. Een melkveehouder in Brabant heeft vaak minder mogelijkheden om de kringloop te sluiten dan een collega in het Noorden. En de eiwitteelt in West-Europa is nu nog lastig rendabel te maken. Maar als we met alle partijen een goed plan maken, kunnen we het waarmaken.

Diervoederindustrie moet meedoen

Daarom is het heel belangrijk dat ook de diervoederindustrie daarin meedoet. Ik heb de indruk dat daarvoor in die sector veel draagvlak is.

Bij een transitie is niet alles positief. Meer voer van eigen land kan ten koste gaan van de omzet in mengvoer. Meer eiwit telen in Europa kan juist weer een uitdaging zijn. Daarbij is het essentieel dat ook de overheid haar verantwoordelijkheid neemt, bijvoorbeeld door onderzoek te financieren naar sojarassen die in ons klimaat beter presteren. En door de negatieve effecten van een transitie te compenseren. Ik merk dat het ministerie van LNV zich bewust is van deze verantwoordelijkheid.

Laten we samen ons Agrarisch Plan 2030 maken, voor een bloeiende, ondernemende en nog duurzamere agrarische sector in Nederland.

Sjaak van der Tak, voorzitter van LTO Nederland

van der Tak

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.