Veldbonenketen vraagt inspanning alle partijen

Van rechts naar links: veldbonen, veldbonenmeel en texturaat van veldbonen. Foto: Misset
Van rechts naar links: veldbonen, veldbonenmeel en texturaat van veldbonen. Foto: Misset

Meatless uit Goes ziet vraag naar veldbonen voor vleesvervangers. Om hiervoor een succesvolle veldbonenketen voor op te kunnen zetten, is meer nodig dan het areaal vergroten, zo stelt de directeur.

Om de lokale teelt en verwerking van veldbonen tot een succes te maken, is medewerking van alle partijen in de keten nodig. Iedereen moet bereid zijn inspanningen te leveren. Dat vindt Jos Hugense, directeur van Meatless, dat in het Zeeuwse Goes halffabricaten maakt voor de productie van vleesvervangers. “Als ik door een boer wordt opgebeld en hij zegt: ‘Ik heb nog zoveel ton veldbonen, wil je die van me afnemen?’, dat is te makkelijk, zo werkt het niet”, zo stelt Hugense.

Bekijk ook de video waarin meer van de veldbonen en de verwerking is te zien (tekst gaat verder onder de video):

Veel kansen voor Zeeuwse veldbonenteelt

Vorige week presenteerde Meatless in samenwerking met onder andere CZAV het eerste commerciële resultaat van veldbonen voor vleesvervangers. De verkoop van het texturaat dat Meatless uit veldbonen maakt, komt volgend jaar uit op zo’n 8-10% van de totale omzet van Meatless. Iets dat Hugense zo snel niet had verwacht. Er liggen kansen voor de Zeeuwse veldbonenteelt, maar daar is meer voor nodig dan alleen de teelt opschalen.

Hugense wijst op de ketenaanpak die nodig is. “Als we een veldbonenketen willen opzetten, is daar een zogenoemd agrocomplex voor nodig. Kijk naar de fritesindustrie en de suikerbietenverwerking. De fabriek van LambWeston staat hier niet voor niets en ook de fabriek van Cosun staat hier met een reden. De agrarische sector hier bestaat door de verwerkende industrie.”

Wat we nu nog te veel doen, is iets maken wat op het land groeit. De vraag naar veldbonen blijkt er te zijn, dus kansen genoeg

In Zeeland worden veel aardappelen en suikerbieten geteeld die verwerkt worden in de fritesfabriek in Kruiningen en de suikerfabriek in Dinteloord. Hugense is van mening dat er niet alleen op de teelt van veldbonen ingezet moet worden, maar ook op de ontwikkeling van de verwerkende industrie. “Daar kunnen overheden beleid op maken. En die industrie moet weer maken wat de markt vraagt. Wat we nu nog teveel doen, is iets maken wat op het land groeit. De vraag naar veldbonen blijkt er te zijn, dus kansen genoeg. Die kansen heeft de verwerkende industrie echter nog niet gepakt. Er wordt mij wel eens verweten dat ik te veel naar de marktvraag kijk, maar volgens mij kun je dan juist inschatten of iets voor een hele keten haalbaar is of niet.”

Meatless-directeur Jos Hugense op een perceel veldbonen in Zeeland. Foto: Misset
Meatless-directeur Jos Hugense op een perceel veldbonen in Zeeland. Foto: Misset

Veldbonen telen zien als investering

Veldbonen concurreren dus met gewassen als suikerbieten en aardappelen op de dure Zeeuwse akkerbouwgrond. Coöperatie CZAV verwacht niet dat er op korte termijn grote arealen veldbonen ontstaan, omdat het verdienmodel en de afzet nog onzeker is en ketens nog moeten worden opgebouwd. Boeren mogen daar best inspanningen voor leveren, zo vindt Hugense. “In discussies over de teelt van veldbonen komt vaak het saldo van de teelt naar boven. Maar boeren kunnen de teelt nu ook als een investering voor later zien. Ook Meatless heeft tonnen geïnvesteerd in de verwerking en vermarkting van de veldboon. Dat resulteert er wel in dat we nu hebben aangetoond dat de markt veldbonen koopt.”

Kloosterman



Beheer