Vergelingsziekte is complex voor kwekers

De suikerfabriek van Cosun Beet Company in Dinteloord. De suikerproducenten hebben veel last van vergelingsziekte omdat ze minder suiker krijgen dan waarop ze hebben gerekend. - Foto: Cosun
De suikerfabriek van Cosun Beet Company in Dinteloord. De suikerproducenten hebben veel last van vergelingsziekte omdat ze minder suiker krijgen dan waarop ze hebben gerekend. - Foto: Cosun

Vergelingsziekte veroorzaakte in 2019 en 2020 veel schade aan bieten in Europa. Veredelaars maken vorderingen in het resistent maken van de bieten.

De veredelingsbedrijven hebben er in het kweken van bieten een uitdaging bij gekregen. In de veelheid aan eigenschappen die een moderne biet moet hebben, staat nu ook resistentie tegen vergelingsziekte op de wensenlijst. Sinds 2019 mag het pillenzaad van bieten geen neonicotinoïden meer bevatten (clothianidine, thiamethoxam en imidacloprid). Deze stoffen gaven de jonge bietenplanten maandenlang bescherming tegen insecten. Door het verbod op de neonicotinoïden is de insectenbestrijding een stuk lastiger geworden voor de bietentelers. In 2019 en vooral in 2020 was op veel bietenpercelen in Nederland schade te zien door vergelingsziekte, die wordt overgebracht door bladluizen. Ook uit Duitsland en Frankrijk kwamen alarmerende berichten. Frankrijk oogstte in 2020 bijna 30% minder bieten vanwege schade door het vergelingsvirus. Dat is niet alleen voor de bietentelers, maar ook voor de suikerproducenten een groot probleem.

30% opbrengstderving in Frankrijk in 2020 door vergelingsziekte

Veredelingsbedrijven hebben in 2021 de eerste bietenrassen, die beter bestand zijn tegen vergelingsziekte, aangemeld voor het rassenonderzoek. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het IRS, het instituut voor suikerbietenonderzoek. Er worden dit jaar 85 bietenrassen getest in het onderzoek. Daarvan zijn er drie aangemeld met een resistentie tegen het vergelingsvirus BMYV. Een resistentie inkruisen tegen vergelingsziekte is geen eenvoudige opgave. Er zijn namelijk drie typen virussen die de ziekte kunnen veroorzaken (BYV, BMYV en BChV), of een combinatie van deze typen. Het BYV-virus kan tot 50% schade veroorzaken in suikerbieten. Bij het BMYV-type is dat tot 35% en bij het BChV-type kan de schade oplopen tot 30%.

KWS Saat: op zijn vroegst in 2023

Veredelingsbedrijven boeken vooruitgang om bieten resistent te krijgen tegen vergelingsziekte. KWS Saat heeft één bietenras, dat resistent is tegen de gevreesde ziekte, aangemeld voor het rassenonderzoek van dit jaar. Na twee jaar onderzoek komen de rassen uit het rassenonderzoek in beperkte mate beschikbaar voor de praktijk. Dat is dus op zijn vroegst in het voorjaar van 2023, zegt salesmanager Marcel Arts. “Na nog een jaar onderzoek kunnen de rassen dan worden toegelaten op de Aanbevelende Rassenlijst.”

Normaal wordt na twee jaar onderzoek voor 1.000 hectare zaad op de markt gebracht. Als een ras toch blijkt tegen te vallen in de praktijk, dan is een ras niet op al te grote schaal geteeld. Arts verwacht echter veel belangstelling voor rassen die bestand zijn tegen vergelingsziekte, gezien de grote schade die de ziekte kan aanrichten in bieten. “Daarom gaan we in de Werkgroep Rassenonderzoek Suikerbieten voorstellen om die 1.000 hectare te verruimen. Hoe groot de belangstelling van de bietentelers zal worden, hangt uiteraard ook af van de andere eigenschappen van het ras. Het inkruisen van een resistentie tegen vergelingsziekte zal in eerste instantie ten koste gaan van andere eigenschappen.”

Lees verder onder foto

Het IRS onderzocht in 2020 de schade door vergelingsziekte. Half mei werd op een proefveld een deel van de bietenplanten opzettelijk geïnfecteerd met het BMYV-virustype via besmette bladluizen. Op het deel dat niet was geïnfecteerd (0% inoculatie) ontstond geen schade. Als 2,5% van de planten werd besmet, dan leidde dat tot een daling van de financiële opbrengst met 23%. Bij 10% inoculatie werden uiteindelijk alle planten geel en daalde de financiële opbrengst met 36%. - Foto: IRS
Het IRS onderzocht in 2020 de schade door vergelingsziekte. Half mei werd op een proefveld een deel van de bietenplanten opzettelijk geïnfecteerd met het BMYV-virustype via besmette bladluizen. Op het deel dat niet was geïnfecteerd (0% inoculatie) ontstond geen schade. Als 2,5% van de planten werd besmet, dan leidde dat tot een daling van de financiële opbrengst met 23%. Bij 10% inoculatie werden uiteindelijk alle planten geel en daalde de financiële opbrengst met 36%. - Foto: IRS

SESVanderHave: vergelingsziekte complex

Veredelingsbedrijf SESVanderHave heeft geïnvesteerd in extra onderzoek naar resistentie tegen het vergelingsvirus, zegt Leendert Hanse, salesmanager Nederland. “Er is een nieuw veredelingscriterium bijgekomen in de lange lijst van resistentiekenmerken die de laatste jaren zijn ingebouwd. We moeten resistenties gaan combineren, want alleen een VY-tolerantie (Virus Yellows of vergelingsziekte) volstaat niet voor de moderne bietenteelt.”

SESVanderHave heeft daarom de veredelingsprogramma’s bijgestuurd en extra investeringen gedaan in specifiek onderzoek naar vergelingsziekte. Hanse: “We doen onderzoek naar de virussen zelf en naar de bladluizen die planten kunnen besmetten. We zoeken naar verschillen in resistentieniveaus van onze suikerbietlijnen en wilde bieten in biotoetsen. Dat doen we ook in veldproeven waarbij de planten zijn geïnfecteerd met het virus. Daarnaast meten we ook het tolerantieniveau voor suikeropbrengst in veldproeven, waar we in hetzelfde veld de suikeropbrengst meten van rassen in de virus-geïnoculeerde veldjes in vergelijking met veldjes die niet zijn besmet.”

Hanse noemt vergelingsziekte complex. “Vergelingsziekte is in feite een verzamelnaam voor verschillende plantenvirussen die vergelingssymptomen veroorzaken. Zo zijn er in Europa drie verschillende types virussen (BYV, BMYV, BChV), die alleen of in combinatie kunnen voorkomen. Die virussen kunnen dan ook nog eens overgebracht worden door verschillende types bladluizen. Deze factoren maken een algehele genetische resistentie-ontwikkeling heel moeilijk.”

Het kan nog wel een aantal jaren duren voor we met een resistent ras op de markt komen

Ondanks de complexiteit maakt SESVanderHave vorderingen, zegt Hanse. “We hebben al aanmeldingen gestart in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk met rassen die zijn gelabeld als ‘vergelingszieke-tolerant’. Tot nu toe heeft geen enkele veredelaar een totaaloplossing, maar we verwachten de volgende jaren continue verbeteringen in het tolerantieniveau aan te brengen. Samen met de registratie-instituten werken we ook aan een protocol om deze rassen zo goed mogelijk te kunnen testen.”

Ook Betaseed is bezig met het kweken van bieten die resistent zijn tegen de vergelingsziekte, zegt salesmanager Bram Maarsingh. “Er is nog geen resultaat geboekt. We zien wel potentie in de selecties waar we mee veredelen. Maar het kan nog wel een aantal jaren duren voor we met een resistent ras op de markt komen.”

Strube: drie tot vijf jaar

Resistentie tegen vergelingsziekte was dankzij de inzet van neonicotinoïden geen selectiecriterium voor de bietenveredelaars. Dat is veranderd, zegt directeur Bart van der Weijden van veredelingsbedrijf Strube. “De praktijk heeft in 2019 en 2020 geleerd dat zelfs bij een adequate inzet van insecticiden bij een hogere luizenpopulatie de effectiviteit kan tegenvallen en vergelingsziekte daadwerkelijk tot schade lijdt in de bietenopbrengst. Hét alternatief is om resistenties en toleranties in te kruisen in een bietenras. Dat is het meest effectief en duurzaam.”

Strube heeft zijn genetische databank onderzocht op resistentie tegen vergelingsziekte. Van der Weijden: “Dit leidde enkele jaren geleden tot een eerste veredeling op vergelingsziekte. De gevonden genetische variabiliteit in ons genetisch materiaal voor het BYV-, BMYV- en het BChV-vergelingsvirus is de basis voor een succesvolle veredeling. Inmiddels doen we veldtesten in de belangrijkste regio’s met een hoge druk van vergelingsziekte, onder andere in Frankrijk.”

In hoeverre leidt zichtbare morfologische schade door vergelingsziekte daadwerkelijk tot opbrengstschade?

Strube doet daarnaast mee aan officiële proeven door externe partijen. Dat gebeurt in Nederland via het IRS, zegt Van der Weijden. “De eerste indicaties geven morfologische verschillen aan tussen diverse genetica bij kunstmatig geïnfecteerde planten. Nader onderzoek moet uitwijzen in hoeverre zichtbare morfologische schade door vergelingsziekte daadwerkelijk leidt tot opbrengstschade. Daarnaast moet onderzoek gedaan worden naar de achterliggende reden van de resistentie. Is de plant minder aantrekkelijk voor luizen waardoor er geen vergelingsvirus wordt overgebracht? Of heeft de plant een genetisch afweermechanisme? Of spelen beide redenen een rol?”

Strube investeert veel in resistentie tegen vergelingsziekte, zegt Van der Weijden. “De eerste selecties zijn er. Mede afhankelijk van de resultaten uit extern onderzoek is de verwachting dat binnen één tot drie jaar daadwerkelijk de eerste rassen worden aangemeld voor het officiële rassenonderzoek. Dit betekent dat na drie tot vijf jaar hopelijk de eerste resistente bietenrassen beschikbaar komen voor de Nederlandse telers.”

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur



Beheer