Verificatieonderzoek alleen bij aperte fouten

Alleen in uitzonderlijke situaties is een verificatieonderzoek na een positief salmonella-onderzoek gerechtvaardigd. Zo motiveert de voorzieningenrechter zijn uitspraak in een rechtszaak.

Er moet iets uitzonderlijks aan de hand zijn wil een verificatieonderzoek na een positief uitgevallen salmonella-onderzoek op een pluimveevermeerderingsbedrijf gerechtvaardigd zijn. “Te denken valt aan aperte fouten, dus voor iedereen duidelijk, die gemaakt zijn bij de monstername door de exploitant, bijvoorbeeld aan duidelijke gevallen van contaminatie van het monster of verwisseling ervan.” Dit schrijft de voorzieningenrechter in de motivatie van zijn uitspraak in een rechtszaak van 2 broers die samen in Brabant een vermeerderingsbedrijf runnen.

Bij een routinecontrole op salmonella in februari waren 3 van hun 5 stallen positief, dus besmet. Tot in januari volgde op een salmonellapositieve monstername op vleesvermeerderingsbedrijven standaard een verificatieonderzoek in opdracht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). In veel gevallen was dat verificatieonderzoek negatief. Wanneer ook de uitslag van het verificatieonderzoek positief was, moest het koppel kippen worden geslacht.

Rechter: geen sprake van uitzonderlijke situatie

Sinds eind januari moet na een brief van de Europese Commissie een positief getest koppel direct worden geslacht. Slechts indien er sprake is van twijfel aan de resultaten van het eerste onderzoek, kan een verificatieonderzoek verricht worden.

De 2 broers meenden dat daar in hun situatie sprake van was en spanden een kort geding aan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) waarin ze een verificatieonderzoek eisten. Op donderdag 27 februari, 3 dagen nadat de zaak diende, deed de voorzieningenrechter uitspraak: er was geen sprake van een uitzonderlijke situatie, dus geen verificatieonderzoek, dus de dieren in de 3 stallen moesten worden geslacht. Diezelfde avond werd begonnen aan de afvoer van de dieren onder toezicht van de NVWA.

Vorige week maakte de voorzieningenrechter zijn motivatie van het vonnis bekend. Daarin bleek hij niet gevoelig voor de uitslagen van de extra onderzoeken die de pluimveehouders na de eerste positieve uitslag hadden laten verrichten en die negatief waren. In combinatie met andere aangevoerde bijzondere omstandigheden, dat bij het eerste onderzoek 2 van de 5 stallen negatief waren getest. “Indien het betoog van de verweerster zou worden gevolgd, zou dit immers in de praktijk opnieuw gemakkelijk leiden tot een standaard verificatietest, welke praktijk juist beperkt zou moeten blijven tot uitzonderingsgevallen.”

Voorzieningenrechter gaat te kort door de bocht

De advocaat van de pluimveehouders, Niels Crooijmans van Goorts + Coppens, is verbaasd over de motivatie van de rechter. ”De voorzieningenrechter gaat te kort door de bocht. De Europese Verordening schrijft voor dat bij een positieve test een hertest uitgevoerd kan worden, indien er sprake is van twijfel aan de uitslagen van de eerste test.” Juist omdat zijn cliënt twijfel had aan de positieve uitslag had hij hertests laten uitvoeren met een negatief resultaat.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.