Vier maatregelen tackelen het stikstofprobleem

De oplossing van het stikstofprobleem moeten we zoeken in maatregelen die gericht zijn op het zo goed mogelijk benutten van bedrijfseigen stikstof. Daarbij verlagen ze bovendien de kosten. Frank Verhoeven zet zijn ideeën op een rij.

Afgezien van het coronavirus gaat het de laatste maanden alleen maar over stikstof. Er komt stikstof (N) het bedrijf binnen en er gaat weer stikstof uit; wat niet benut wordt, gaat of de lucht in als ammoniak (NH3), of verloren in de bodem (N-bodemoverschot).

Van 1998 tot 2003 kenden we het Minas-systeem in Nederland. Dat legde de focus op het totale N-bedrijfsoverschot en dat moest onder de 180 kilo N per hectare blijven.

Kringloopboeren zijn nog altijd fan van Minas

De kringloopboeren zijn nog altijd fan van die Minas-systematiek, want dat stuurde op minder stikstof over de dam via krachtvoer en kunstmest en stuurde dus ook op lagere kosten.

Technieken als zodenbemesters en luchtwassers werken op papier (…) maar leveren voor de boer niks op

Maar de overheid, op advies van de standsorganisaties, is gaan sturen op ‘end-of-pipe‘-maatregelen. Verplicht emissiearm mestaanwenden (zodenbemester) en emissiearme stalsystemen (klepjesvloeren, luchtwassers, et cetera) en wat heeft dat allemaal opgeleverd? Het zijn wetenschappelijk bewezen technieken die werken op papier. Behalve dat ze heel erg veel geld kosten, leveren ze voor de boer niks op.

Minas hielp wél serieus

Het is mijn stellige overtuiging dat het Minas-systeem het enige is wat in al die jaren serieus heeft geholpen in de aanpak van de stikstof, ofwel sturen op minder stikstof-input.

Stikstofkengetallen

Nu hebben we veel meer stikstofkengetallen, zoals eiwit van eigen land. Feitelijk is dat stikstof van eigen land en dat moet >65% zijn.

In de melk meten we het ureum: een stikstofverbinding in het bloed en een indicator voor de afstemming tussen energie en eiwit van het rantsoen van de melkkoeien, die moet eigenlijk onder de 20.

Op de rantsoen- en kuilanalyses staan de hoeveelheid ruw eiwit, OEB en DVE. Het rantsoen zou op 15% RE geoptimaliseerd moeten worden met 100% DVE-dekking en OEB richting 0. Dit zijn totaal al zeven stikstofindicatoren en die zijn allemaal belangrijk.

Het landbouwcollectief is nu zoekende naar de beste stikstofindicator. Mijn inbreng is dat we daarbij zoveel mogelijk het boerenverstand moeten blijven volgen en ons niet te veel moeten laten leiden door wetenschappelijke details en ook niet moeten laten leiden door degene die de inputs verkoopt: Nevedi.

Want alles wat er aan stikstof niet in komt, komt er ook niet uit! En daarbij is ‘bedrijfsvreemde stikstof’ oftewel stikstof die is aangekocht via voer en kunstmest, altijd schadelijker dan eigen geteelde stikstof.

Stikstofkraan dichtdraaien

En wat hebben we de afgelopen jaren gedaan? We zijn gaan sturen op minder stikstof in ons eigen voer, oftewel: meer mais. Dat heeft in de praktijk geleid tot alleen maar meer stikstofaankopen. Goed voor Nevedi, maar allesbehalve voor kringlooplandbouw.

Laten we daarom beginnen met een stevige stikstofindicator, gericht op het dichtdraaien van de stikstofkraan: minder stikstof aankopen uit krachtvoer en kunstmest en de boer ruimte geeft om zelf uit te zoeken wat voor stikstof hij wil telen en hoe hij deze zo goed mogelijk gaat benutten. Dus indicator nummer 1 is het stikstofbedrijfsoverschot.

Meer weidegang noodzakelijke maatregel

Als tweede moeten we zorgen dat de stikstof niet de lucht in gaat. Dat doe je door de koeien naar buiten te sturen, want dan schijten en pissen ze ergens anders en dan hoeft er minder mest opgevangen en uitgereden te worden. Dus maatregel 2 is meer weidegang.

Afstemming energie en eiwit

Vervolgens gaat het over de afstemming tussen energie en eiwit. Dat is een combinatie van een laag ureum, minder RE in het rantsoen, OEB op 0 en DVE-dekking op 100%, ook bij het jongvee niet te veel eiwit. En over dat jongvee gesproken, minder jongvee, of beter: een hogere levensduur van de melkkoeien betekent minder dieren per kilo’s melk, dus dat zorgt ook voor minder ammoniakemissie.

De vier maatregelen rond stikstof:

Dus in volgorde een zo hoog mogelijke benutting van bedrijfseigen stikstof door te streven naar:

  1. < 180 kilo N/ha bedrijfsoverschot;
  2. > 120 dagen x 6 uur de wei in; ;
  3. rantsoenoptimalisatie (15% RE, 100% DVE-dekking en richting 0 OEB);
  4. hogere levensduur.

Bedrijfseigen stikstof eerst!

Het mooie is dat dit alles, hierboven, ook nog geld voor de boer gaat opleveren! Maar blijkbaar kiest een deel van de sector liever voor investeren in meer techniek en de doorrekeningen daarvan door het RIVM en WUR.

Tijd voor een alternatief spoor, gericht op vakmanschap, op de toekomst, op lagere kosten en op bedrijfseigen stikstof eerst!

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.