Voedingssector heeft lange wensenlijst voor informateur

Informateur Herman Tjeenk Willink ontvangt president Arno Visser van de Algemene Rekenkamer. - Foto: ANP
Informateur Herman Tjeenk Willink ontvangt president Arno Visser van de Algemene Rekenkamer. - Foto: ANP

Belangenbehartigers bezorgen hun wensenlijstjes in Den Haag, nu er wordt gewerkt aan een nieuw kabinet. Iedere sector heeft zijn eigen ideeën over wat in het regeerakkoord moet.

Informateur Herman Tjeenk Willink kreeg de opdracht van de Tweede Kamer om het vertrouwen te peilen tussen politieke partijen. Daarna moet de formatie van een nieuw kabinet op gang komen. Belangenbehartigers grijpen dit moment aan om hun wensenlijstjes in te leveren bij de informateur. De voedingsmiddelensector heeft een hele lange lijst. De kernpunten zijn gelijke regels tussen landen (level playing field), geen suiker- of vleestaks en meer mogelijkheden om de bedrijven en productieprocessen verder te verduurzamen. Maar iedere deelsector in de voedingsindustrie heeft ook zijn eigen specifieke wensen.

FNLI: ODE-heffing aanpassen

De levensmiddelensector is van groot belang voor Nederland. Deze zorgt niet alleen voor een betrouwbare voedselvoorziening, ook het economisch belang is groot, zegt directeur Cees-Jan Adema van de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI). “De productiewaarde in 2019 bedroeg ongeveer € 70 miljard per jaar, waarvan € 40 miljard is geëxporteerd. De bijdrage aan het bruto nationaal product is 4%.”

De FNLI vindt dat de nieuwe regering, die straks aantreedt, rekening moet houden met zo’n omvangrijke sector. De levensmiddelensector wil een bijdrage leveren aan het halen van de klimaatdoelen, stelt Adema. “Onze afnemers vragen ook van ons om de CO2-footprint te verlagen. De regering moet dan wel investeren in de infrastructuur die nodig is om van het gas af te kunnen.”

Daarnaast wil de FNLI dat de regering de ODE-heffing (Opslag Duurzame Energie) herziet. Met de ODE-heffing worden subsidies uit de regeling Stimulering Duurzame Energie (SDE++) gefinancierd. Adema: “Levensmiddelenproducenten betalen een onevenredig hoge ODE-heffing, terwijl vrijstellingen gelden voor de zware industrie. De ODE-heffing kan voor bijvoorbeeld een bakkerij met 100 werknemers oplopen tot € 200.000 per jaar. Zo’n torenhoge heffing belemmert juist om te investeren in duurzaamheid. Bovendien is de SDE-subsidieregeling gericht op grote technologische procesvernieuwingen. Terwijl onze sector bestaat uit veel kleinere producenten die elk op hun eigen wijze investeren in optimalisatie van bestaande processen, waarvoor geen SDE-subsidie beschikbaar is. De levensmiddelenproducenten betalen hoge ODE-heffingen maar komen niet in aanmerking voor SDE-subsidies. Wij hopen dat het nieuwe kabinet dat in balans brengt.”

Heffing op suikerhoudende producten

Vooruitlopend op de verkiezingen in maart werd uitvoerig gediscussieerd over een heffing op suikerhoudende producten. De FNLI vindt deze discussie voorbarig, zegt Adema. “We hebben in 2018 het preventieakkoord gesloten om de gezondheid van mensen te bevorderen. Er zijn toen afspraken gemaakt met de frisdrankproducenten om te bewerkstelligen dat consumenten 30% minder suiker via frisdranken binnenkrijgen in 2025. De sector zit nu al op 26%. Het doel wordt waarschijnlijk gehaald. Dan is een suikerheffing niet nodig. Bovendien draait gezond leven niet alleen om voeding, maar ook om beweging, sport en goede voorlichting daarover.”

Om het economisch belang van de levensmiddelensector op peil te houden, pleit de FNLI voor een level playing field. Volgens Adema zijn veel levensmiddelenbedrijven internationaal opererende ondernemingen. “Die hebben belang bij een geharmoniseerde wet- en regelgeving tussen exportlanden. Nederlandse bedrijven lopen vaak voorop als het gaat om strengere regels. Dat levert voor individuele bedrijven marktkansen op. Maar voor de levensmiddelensector als geheel is een level playing field van groot belang.”

Verlaging van het btw-tarief op groenten en fruit bevordert de consumptie

GroentenFruit Huis: duurzamer en gezonder

De leden van brancheorganisatie GroentenFruit Huis, handelsbedrijven en producentenorganisaties in groenten en fruit, kunnen met hun producten een bijdrage leveren aan een gezonde en duurzame samenleving. Daarvoor is beleid en steun van de overheid gewenst op vier thema‘s: internationale handel, duurzaamheid, logistiek en gezonde leefstijl.

Wat betreft de internationale handel pleit de sector voor inzet op verdere vergroting van de transparantie in de handelspolitiek en een onderbouwing van eventuele handelsbeperkende maatregelen. Ook vraagt de belangenorganisatie om beleid dat leidt tot wederkerigheid in de import- en exportmogelijkheden. Daarmee wordt bedoeld dat handel beide kanten op mogelijk is; bijvoorbeeld zowel van China naar de EU als andersom. Nu zijn er best veel landen die – weliswaar onder strikte regelgeving – wel naar de EU kunnen exporteren, terwijl de EU daar geen markttoegang heeft. Eerst dient te worden bewezen dat een product geen fytosanitair risico vormt.

Het laatste punt op dit thema is de ontwikkeling van realistische en haalbare standaarden voor duurzaamheid, plantgezondheid en voedselveiligheid.

Internationale standaarden

Op het gebied van duurzaamheid moeten uniforme internationale standaarden worden gestimuleerd op het gebied van milieufootprints, certificeringen en sociale impact. De overheid speelt een rol om deze standaarden nationaal en internationaal geaccepteerd te krijgen. Daarnaast vraagt de toepassing van innovatieve duurzame oplossingen om meer inzet op de ontwikkeling van (internationale) wet- en regelgeving, stelt GroentenFruit Huis.

Wat logistiek betreft vraagt de sector drie dingen: risicogerichte (fytosanitaire) controles met passende capaciteit om import- en exportprocessen niet onnodig te vertragen, het verbeteren van douane-afspraken en digitale ondersteuning bij het ontwikkelen van ketensystemen. Hiermee kan Nederland haar toppositie behouden. Export naar het VK is hierbij een acute zorg.

Om een gezonde leefstijl te stimuleren vraagt het GroentenFruit Huis om verlaging van het btw-tarief op groenten en fruit. Dit bevordert de consumptie. Daaropvolgend wordt gevraagd om beleidsmaatregelen en ondersteuning ter stimulering van een gezonde voedselomgeving. Ten slotte vraagt de sector om continuering van financiële steun aan het Nationaal Actieplan Groenten en Fruit, zodat het gezonder maken van de voedselomgeving de komende kabinetsperiode kan worden voortgezet.

Nederland moet aansluiten op wat bepaald wordt op Europees niveau, onder andere in de Green Deal

BO-Akkerbouw: regie nodig bij ruimtelijke ordening

De Brancheorganisatie Akkerbouw (BO) wil dat ruimtelijke ordening aandacht krijgt in het regeerakkoord. Er is veel druk op de beschikbare ruimte in Nederland, zegt BO-voorzitter Dirk de Lugt. “De plannen voor wind- en zonne-energie beslaan 70.000 hectare. De overheid wil 40.000 hectare bos erbij. Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt dat 180.000 hectare nodig is voor natuurontwikkeling. Dan is er nog ruimte nodig voor woningbouw.”

BO Akkerbouw vreest dat de landbouw in de verdrukking komt. De Lugt: “Nederland heeft unieke teeltgebieden en gewassen. Wij zijn de kraamkamer van de wereld wat betreft pootaardappelen. Terwijl in het Waddengebied de pootgoedteelt wordt bedreigd door natuurplannen. In de vruchtbare Flevopolder bestaan plannen voor het aanleggen van veel bos. Er is een sterke regie nodig vanuit de nationale overheid om al die plannen in goede banen te leiden. De landbouw wordt vergeten in die plannen.”

Terwijl de landbouw onmisbaar is, vindt De Lugt. “We produceren gezond voedsel. De landbouw kan een bijdrage leveren aan de opslag van CO2. De landbouw zorgt voor biodiversiteit en een mooi divers landschap.”

Wens voor agrarische hoofdstructuur

De Lugt pleit voor een agrarische hoofdstructuur. “Daarin moet ruimte zijn voor agrarisch ondernemerschap. In bepaalde regio’s in Nederland kunnen meerdere functies worden verweven. Er moet een realistisch perspectief komen voor de komende twintig jaar.”

Naast ruimtelijke ordening wil BO Akkerbouw aandacht voor de Green Deal. De EU wil dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met 50% is gedaald in 2030. De Lugt vindt dat een enorme opgave. “De EU moet dan zorgen dat we nieuwe veredelingstechnieken kunnen toepassen. Ook moet de toelating van groene middelen worden versneld. Onze zorg is dat de reductie van middelen ten koste gaat van de fytosanitaire kwaliteit van onze producten. Daar kunnen we geen concessies aan doen. Dat wordt onvoldoende meegewogen in de plannen om het middelengebruik te verlagen.”

Een vleestaks haalt geld uit de vleessector dat niet ingezet kan worden voor verduurzaming

COV: geen vleestaks

De Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) heeft drie belangrijke punten waar de nieuwe regering rekening mee moet houden. Het eerste en tweede punt zijn de reële vleesprijs en de verdere verduurzaming van de veehouderij. Voorzitter Jos Goebbels maakt meteen duidelijk: “Er moet geen vleestaks komen.”

De vleestaks was onderdeel van enkele verkiezingsprogramma’s en wordt door sommige organisaties, waaronder de TAPP-coalitie, gezien als een vehikel voor de verduurzaming van de veehouderij. Goebbels vindt dat de vleesprijs best wat hoger mag, maar dat dat door de vleesketen zelf tot stand kan worden gebracht. “Met een door de overheid opgelegde vleestaks haal je geld uit de keten dat niet ingezet kan worden voor de verduurzaming van de vleessector. Een vleestaks zie ik als een bestraffing. Ik zie meer in belonen en stimuleren. De overheid moet doelen stellen en in overleg met de marktpartijen onderzoeken waar ze kan faciliteren om die doelen te behalen.”

Goebbels ziet marktconcepten in de vleesketen als een goed middel om te verduurzamen en tot een betere vleesprijs te komen. “De overheid kan een rol spelen door bijvoorbeeld subsidies te verlenen, zoals dat ook bij de energietransitie gebeurt.”

Een reële vleesprijs, een prijs waarin ook kosten voor onder andere milieu zijn meegenomen, ziet Goebbels alleen zitten als die prijs ook voor andere producten berekend wordt. “Alles wat we als mens doen, of het nu vliegen, eten of autorijden is, belast het milieu. Waarom zou je dan alleen de vleessector straffen? De besluiten van de overheid moeten gebaseerd zijn op wetenschappelijk onderbouwde cijfers en niet op meningen of emotionele aannames, zoals wel vaker bij vlees gebeurt.”

Betere huisvesting werknemers

Het derde punt is de inzet van internationale medewerkers in de vleesindustrie. “Hoewel in de vleessector slechts een klein deel van het totaal aantal internationale medewerkers in Nederland werkt, ongeveer 3%, zijn ze voor onze sector wel heel belangrijk”, aldus Goebbels. “Een van de aspecten waarin we graag met de overheid, en dan vooral lokale overheden, willen samenwerken is huisvesting. Zodat werknemers goed en dicht bij hun werk gehuisvest kunnen worden.”

Daarnaast ligt er volgens de COV een taak in het communiceren dat Nederland een mooi land is om te werken. “Daar ligt een rol voor de overheid. We moeten namelijk accepteren dat Nederland deze medewerkers in heel veel sectoren hard nodig heeft.”

Verder vindt de COV dat Nederland moet aansluiten op wat bepaald wordt op Europees niveau, onder andere in de Green Deal. “De Green Deal gaat veel invloed hebben. Nederland moet nu in lijn gaan werken met de Green Deal-aanpak, in plaats van als een eilandje zelf dingen te bedenken. Dan heb je ook niet te maken met oneerlijke concurrentie binnen Europa”, aldus Goebbels.

Lees verder onder foto

De zuivelsector heeft geen gezamenlijke boodschap voor de informateur. - Foto: Hans Prinsen
De zuivelsector heeft geen gezamenlijke boodschap voor de informateur. - Foto: Hans Prinsen

Melk/zuivel: geen gezamenlijk signaal

De melkveehouderij en zuivelsector hebben tot nog toe geen gezamenlijk wensenlijstje voor de komende jaren aan de (in)formateur gestuurd. Dit heeft te maken met de verdeeldheid die er heerst in de bedrijfstak en bij de diverse organisaties. Zowel LTO-Melkveehouderij als de Nederlandse Melkveehoudersvakbond (NMV) slagen er niet in een duidelijke boodschap te formuleren, en al helemaal niet gezamenlijk. Sommigen denken dat brancheorganisatie ZuivelNL hierin nog een samenbindende rol kan spelen.

Binnen de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) bestaat een concreter beeld van hoe het verder zou moeten met de sector, maar ook hier wijzen niet alle neuzen in dezelfde richting. FrieslandCampina neemt volgens de berichten een iets inschikkelijker houding aan ten opzichte van emissiereductie en aanpassing van de veestapel dan de meeste andere partijen. Niemand wil hier echter met naam en toenaam iets over zeggen. Alles is gevoelig in deze bedrijfstak die in de hoek zit waar toch een aantal klappen zullen vallen.

Melkveehouderij en zuivelsector hebben tot nog toe geen gezamenlijk wensenlijstje

Met al deze kennis in het achterhoofd is het misschien niet zo verwonderlijk dat enkele weken geleden de website ‘Boerenraad.nl’ het licht zag, waar kennelijk uit naam van een aantal ‘oldies but goldies’ een grabbelton aan ideeën voor aanpassing van de landbouw werd gepresenteerd. Grote vraag is wel: namens wie?

Nevedi: heldere doelvoorschriften nodig

Nevedi, de koepel van de veevoerindustrie, heeft een flinke lijst met aanbevelingen voor de informateur. Directeur Henk Flipsen pleit voor meer samenwerking op het gebied van duurzaamheid, milieu en stikstof. Sectoren moeten de tijd krijgen om kennis over een efficiënte veehouderij te gebruiken. Flipsen wijst onder meer op de lage CO2-footprint van de veehouderij in Nederland: “De kennis en innovaties die we hebben in Nederland zijn wereldtop. Om die in te zetten hebben we hulp nodig van de overheid. We hebben heldere doelvoorschriften nodig. Als je alleen maar naar middelen grijpt zoals krimp van de veestapel, dan span je het paard achter de wagen. Krimp zorgt alleen voor het weglekken van productie naar het buitenland. De productie van broeikasgassen en stikstof wordt dan per saldo hoger. Je krijgt geen verduurzaming, maar juist een mondiale verslechtering van de impact van zuivel, vlees en eieren. De consumptie van die producten neemt mondiaal alleen maar toe.”

Veevoerindustrie zoekt ook wegen om stapsgewijs naar 100% ontbossingvrije soja te gaan

Flipsen verbaast zich over een recente publicatie van natuurorganisatie WNF met een aanval op de Nederlandse import van soja en andere grondstoffen voor veevoer. “Nevedi is juist een van de oprichters van de organisatie die zich sterk maakt voor een duurzame sojateelt (de RTRS – Round Table on Responsible Soy). Inmiddels valt in Europa ongeveer 4,5 miljoen ton onder die vlag, schatten we. En ja, dat is volgens sommigen niet genoeg. Via de Europese Soy Sourcing Guidelines is het volume gecertificeerde soja voor diervoer ca 12,5 miljoen ton. Een deel van die certificaten is 100% ontbossingsvrij en een deel voorkomt alleen illegale ontbossing. Wij zoeken ook wegen om stapsgewijs naar 100% ontbossingvrije soja te gaan. Maar dat moet wel in stappen gaan waarmee Nederlandse diervoederbedrijven qua regels en economisch een gelijk speelveld houden met Europese collega’s. Op heel veel gebieden is winst te behalen. We pleiten voor regionale grondstoffen waar mogelijk, maar import van ver blijft voorlopig nodig.”

Mede-auteurs: Petra Vos, Carolien Kloosterman, Klaas van der Horst en Wim Esselink.

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.