Voedsel Verbindt: kwart voedsel uit eigen regio is haalbaar

20-07 | |
Carlo Verhart is programmamanager van Voedsel Verbindt. - Foto:  Cor Salverius
Carlo Verhart is programmamanager van Voedsel Verbindt. - Foto: Cor Salverius

Voedsel Verbindt heeft als doel om een regionaal voedselsysteem in te richten in Flevoland en Noord-Holland. Nu komt zo’n 7% van de voedingsmiddelen uit de regio. In 2030 moet 25% uit de regio komen. “Gelukkig vragen steeds meer consumenten om lokale producten.”

De Amsterdam Economic Board (AEB) kreeg in 2014 een indringende vraag voorgelegd van de toenmalige burgemeester Eberhard van der Laan. “Kan de stad gevoed worden als de voedselleveringen spaak lopen?”

Om de vraag te beantwoorden liet de AEB onderzoek uitvoeren. De conclusie was dat bij logistieke storingen de voedselzekerheid in het geding is. Veel voedsel komt van ver. De ingrediënten van een gemiddelde maaltijd in Amsterdam hebben samen 30.000 kilometer afgelegd voor ze op het bord belanden. “Daar zijn we erg van geschrokken”, zegt programmamanager Carlo Verhart van de stichting Voedsel Verbindt. De stichting is opgericht in 2019 om het aantal kilometers flink terug te brengen. In de woorden van Verhart: “Voedsel Verbindt heeft als doel om een robuust en regionaal voedselsysteem in te richten.”

Wij schatten dat nu zo’n 7% van de voedingsmiddelen uit de regio komt

Om een regionaal voedselsysteem te realiseren heeft de stichting een groot aantal partijen uit de hele voedselketen bij elkaar gebracht (zie kader). Verhart: “Je hebt veel partijen nodig om het voedselsysteem anders op te zetten. We zijn begonnen in de provincies Noord-Holland en Flevoland. Daar wonen ongeveer 3,3 miljoen mensen. Die eten drie maaltijden per dag. Dat zijn samen 10 miljoen maaltijden en bijna 3,7 miljard maaltijden per jaar. Om die maaltijden een regionale basis te geven is een enorme klus. Wij schatten dat nu zo’n 7% van de voedingsmiddelen uit de regio komt. Dat is binnen een straal van ongeveer 100 kilometer. Ons doel is dat in 2030 25% van het voedsel uit de regio komt.”

Grote rol

De consument speelt een grote rol in het regionaal maken van het voedselsysteem. Die moet zich meer bewust worden waar het voedsel is geproduceerd, vindt Verhart. “We richten ons ook op het bewust maken van de consument. Als mensen de moeite nemen om op het etiket te kijken waar het voedingsmiddel is geproduceerd en dan een bewuste keuze maken, dan is er al veel gewonnen. Gelukkig vragen steeds meer consumenten om lokale producten. We zien dan ook dat supermarkten de omslag maken naar meer verse lokale producten.”

Verhart denkt dat die trend de laatste twee jaar is versterkt. “Door de coronapandemie in 2020 werden mensen teruggeworpen op hun eigen sociale omgeving. Het leidde tot meer saamhorigheid. Je zag dat de verkopen toenamen bij bakkerijen, groenteboeren, slagerijen en boerderijwinkels. De oorlog in Oekraïne, die begon in februari 2022, versterkte het gevoel van angst bij mensen. Ineens is de zonnebloemolie op rantsoen door de oorlog. Mensen zijn door de coronacrisis en de oorlog anders naar de voedselvoorziening gaan kijken.”

We richten ons niet alleen op de consument. Ook de horeca is een doelgroep

Consumenten zijn een belangrijke factor in het realiseren van een regionale voedselvoorziening. Volgens Verhart volgen supermarkten de keuzes van consumenten. “Maar we richten ons niet alleen op de consument. Ook de horeca is een doelgroep. Chef-koks willen graag een verhaal vertellen over het menu dat ze mensen aanbieden. Het gebruik van lokale producten spreekt de bezoekers aan. Ook zien we de trend dat bedrijven steeds meer maatschappelijk verantwoord willen ondernemen. Daar hoort bij dat hun medewerkers in het bedrijfsrestaurant verantwoord kunnen eten. Dat stimuleert de cateringbedrijven weer om lokale producten aan te bieden in bedrijfsrestaurants. En dat alles stimuleert mensen weer om meer te kiezen voor lokale producten. Deze trends versterken elkaar.”

Erg efficiënt

Het voedselsysteem in Nederland is zeer efficiënt opgezet. Consumenten hebben een grote keuze uit voedingsmiddelen in de winkels voor een betaalbare prijs. Veel voedingsmiddelen hebben echter een flinke afstand afgelegd voor ze in de schappen liggen. Kan een regionaal voedselsysteem net zo efficiënt worden opgezet?

Om het voedselsysteem regionaler te maken zijn twee vragen belangrijk. In hoeverre kan de regio de benodigde ingrediënten voortbrengen voor een gezonde en gevarieerde voeding? En de tweede vraag is of de regio dat in hoeveelheden kan doen die nodig zijn om 3,3 miljoen mensen te voeden. In het werkgebied van Voedsel Verbindt is daar onderzoek naar gedaan. Verhart: “Het uitgangspunt is de schijf van vijf van het Voedingscentrum. We hebben gekeken of de benodigde nutriënten voor de schijf van vijf in de regio geproduceerd kunnen worden. Het blijkt dat Noord-Holland en Flevoland voor 95% alle ingrediënten kunnen voortbrengen die nodig zijn voor een gezonde dagelijkse voeding. Wat ontbreekt zijn bepaalde noten, zaden en oliën die in onze regio nog niet geteeld kunnen worden.”

Mensen moeten wel meer gaan eten wat het seizoen voortbrengt

Dan is er nog de vraag of de regio de benodigde hoeveelheid gezonde voeding kan produceren. Verhart: “Dat onderzoek starten we in september. Ik denk dat we een heel eind komen. Nederland is gelegen in een vruchtbare rivierdelta. Zo’n 80% van alle primaire productie in Nederland wordt geëxporteerd. Ik denk dat Noord-Holland en Flevoland voldoende zelfvoorzienend zouden kunnen worden. Maar dan moeten mensen wel meer gaan eten wat het seizoen voortbrengt. Dat betekent dat het menu in de winter wat eenzijdiger wordt, omdat er dan minder gewassen groeien. Natuurlijk zullen voedingsmiddelen als koffie, cacao en tropische vruchten ingevoerd moeten worden. Maar stel dat uit het onderzoek komt dat de regio te weinig van bepaalde producten teelt, dan kunnen boeren daarop inspelen.”

Lees verder onder foto

Schaalgrootte

Dat het werkgebied van Voedsel Verbindt een grote mate van zelfvoorzienendheid kan bereiken, werd nog eens onderstreept door een onderzoek van de onderwijsinstelling ROC, zegt Verhart. “We hadden de koks in opleiding gevraagd een gezonde drie-gangen-maaltijd te bereiden waarbij de ingrediënten samen maximaal 500 kilometer hebben afgelegd. Dat is ze gelukt. Het is 498 kilometer geworden. Dat sterkt mijn vermoeden dat de regio een heel eind zelfvoorzienend kan worden in de voedselvoorziening.”

Volgens Verhart is schaalgrootte nodig om een regionaal voedselsysteem levensvatbaar te maken. “Je hebt minstens 20% lokale producten nodig in het voedselsysteem om voldoende schaalgrootte te hebben. Dan kun je vooral besparen op de logistieke kosten en wordt een regionale voedselvoorziening betaalbaar. Een te kleine schaal maakt de logistiek erg duur. Om daarop in te spelen onderzoeken we de mogelijkheid om een aantal foodhubs op te zetten in Purmerend, Almere en de Haarlemmermeer om van daaruit Amsterdam te beleveren met regionale producten.”

Om de voortgang te meten zet Voedsel Verbindt het Data Value Center Agri & Food op. Daar worden gegevens verzameld over de regionale voedselvoorziening. Volgens Verhart krijgen de bedrijven zo beter inzicht in vraag en aanbod van voedingsmiddelen. “Het datacenter zorgt er voor dat vraag en aanbod beter op elkaar worden afgestemd. En het datacenter geeft ons de mogelijkheid om regelmatig te evalueren in hoeverre we van die 7% naar die 25% zelfvoorzienendheid gaan.”

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur


Beheer