Vogelaar (JA21): minder kostprijsverhogende regelgeving

10-03-2021 | Laatste update op 08-08 | |
Jan Cees Vogelaar (59) staat op nummer 7 van de nieuwe partij JA21. De oud-melkveehouder was onder meer voorzitter van LTO Melkveehouderij en de NMV. - Foto: Koos Groenewold
Jan Cees Vogelaar (59) staat op nummer 7 van de nieuwe partij JA21. De oud-melkveehouder was onder meer voorzitter van LTO Melkveehouderij en de NMV. - Foto: Koos Groenewold

In een serie interviews geven kandidaat-Kamerleden hun visie op het landbouwbeleid. Vandaag deel 11: Jan Cees Vogelaar (JA21) pleit voor kostprijsverlaging en realistisch landbouwbeleid.

Jan Cees Vogelaar (59) staat op nummer 7 van de kieslijst van JA21, de partij die na de implosie van Forum voor Democratie werd opgericht. Gezien de peilingen zal hij het moeten hebben van voorkeurstemmen om een zetel te bemachtigen. Vogelaar heeft er vertrouwen in.

Rasbestuurder en oud-melkveehouder

De rasbestuurder en oud-melkveehouder was onder meer voorzitter van LTO Melkveehouderij en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV). De laatste jaren was hij actief bij het Mesdagfonds en Agrifacts. “Boeren hebben – zonder dat ze het waarschijnlijk in de gaten hebben – bijna dagelijks met mij te maken. Ik heb samen met Rob Tazelaar het Diergezondheidsfonds opgezet om te zorgen dat er een potje was om veehouders een vergoeding te geven als ze door een dierziekte hun dieren verliezen. Daarnaast heb ik aan de wieg gestaan van de regeling voor boer-boertransport bij mest (de Vogelaar-variant), de LTO melkprijsvergelijking en het Vertrouwensloket landbouwhuisdieren.”

Wat gaat u als eerste doen als u in de Tweede Kamer komt?

“Ik ga niet roepen dat ik grote dingen ga veranderen, want ik weet dat de politiek niet zo werkt. Ik ga doen wat ik afgelopen jaren ook heb gedaan: het debat scherp voeren op inhoud. Ik wil voorkomen dat mensen met een kluitje in het riet worden gestuurd en worden afgescheept, zoals bij de stikstofwet ook is gebeurd met de huidige Kamerleden. Daar ben ik echt van geschrokken. Er is te weinig kennis over de sector en de materie. Als de minister zegt dat iets niet zo is, varen ze daar blind op. De stikstofkaderwet die nu is aangenomen is niet houdbaar. De feitelijke en juridische onderbouwing voor de huidige wet ontbreekt. Op dat punt zijn Johan Vollenbroek en ik het eens. De wet moet echt terug naar de tekentafel omdat het fundament rot is.”

U heeft een zeer uitgesproken mening. Politiek draait om het vinden van meerderheden. Kunt u wel samenwerken?

“Jazeker. Op inhoud is het altijd leuk om samen te werken. Ik heb wel eens samen met de Partij voor de Dieren een wetsvoorstel gemaakt voor grondgebonden melkveehouderij. Tot 2019 heb ik het CDA regelmatig kunnen briefen en ook met PVV heb ik goede contacten. Ik kan heel goed samenwerken als je weet dat er mensen mee geholpen zijn en dat het goed is voor de sector. Je moet wel voldoende autonoom kunnen blijven en jezelf altijd in de spiegel in de ogen kunnen blijven kijken.”

Kringlooplandbouw leidt dat tot hogere kosten; hoe gaat een boer dat terugverdienen?

Wat gaat u naast stikstof voor boeren betekenen?

“Mijn focus ligt op kostprijsverlaging. Veel partijen pleiten voor een beter inkomen voor de boer en wijzen dan naar supermarkten. Maar als je de melkprijs in Nederland vergelijkt met andere landen die ook veel exporteren, zoals Ierland, hebben we een goede prijs, maar zijn hier de kosten hoger. Dat komt door regelgeving zoals het fosfaatrechtenstelsel of door de Nederlandse invulling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Sommige partijen zeggen dat supermarkten mee moeten betalen aan een herstelfonds. Maar waarom zouden ze dat doen? Zij zijn gewoon een speler op de markt. Ik wil in de Kamer de doorgeslagen regelgeving gaan verminderen en de realiteit weer terugbrengen in het beleid. Als je kringlooplandbouw wil, leidt dat tot hogere kosten. Hoe gaat een boer dat terugverdienen? Gaan we dan een hek om Nederland heen zetten, zodat er niet wordt geïmporteerd?”

U bent ook tegen de inkomensondersteuning van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Waarom?

“Het is geen inkomenssteun, maar hoepeltjesgeld. Een boer moet door steeds meer hoepeltjes springen om het geld te krijgen. Als je een kosten-batenanalyse gaat maken, heeft het niet meer zoveel om het lijf. Maar de overheid heeft wel iets sterks in handen om boeren binnen de regels te houden.”

Een boer kan ook kiezen om er niet aan mee te doen?

“Zo vrijwillig is het allemaal niet. Als je er als boer niet aan meedoet, kom je in de markt ook niet meer mee. Al worden de bedragen gelijk verdisconteerd in de pacht- of grondprijs. GLB-geld is compensatiegeld omdat boeren met de handen op de rug moeten boeren.”

Voorheen was u actief bij CDA. Waarom bent u van partij gewisseld?

“Ik ben tot september 2019 actief geweest bij CDA. Toen ben ik zwaar teleurgesteld bij de opstelling van de partij over de Oostvaardersplassen. Paarden stonden daar zonder eten en schoon drinkwater. CDA wilde echter niet ingrijpen en liet de dieren doodhongeren. Bij een partij die dit soort ernstige vormen van dierenkwelling laat gebeuren, kan ik met goed fatsoen niet thuishoren.”

U zit nu bij een kleine, nieuwe partij. Hoe denkt u invloed te kunnen uitoefenen?

“In de Eerste Kamer hebben we met Fractie Nanninga acht zetels. Daarmee ben je strategisch wel relevant.”

U staat op plaats 7. In de peilingen staat JA21 op een of twee zetels. Wat gaat u doen als u geen zetel behaalt?

“Als het niet lukt, word ik minder actief in de landbouwdossiers. Ik heb de afgelopen 35 jaar het nodige gedaan op landbouwgebied. Als dan blijkt dat je onvoldoende draagvlak hebt om in de Tweede Kamer te komen, heb je dat onvoldoende opgebouwd. Bij beperkt draagvlak kun je niet effectief werken in lastige dossiers, dan is het niet verstandig om in clubs die voor het boerenbelang opkomen actief te zijn.”

Vermaas
Mariska Vermaas Redacteur


Beheer