Volkert Engelsman: ‘Duurzame teler kan verdienen aan fiscaal bonus-malussysteem’

19-02 | |
Volkert Engelsman, hier bij de presentatie van het plan 'Betaalbaar Beter Boeren', vorig jaar in Nieuwspoort in Den Haag.
Volkert Engelsman, hier bij de presentatie van het plan 'Betaalbaar Beter Boeren', vorig jaar in Nieuwspoort in Den Haag. Foto: ANP

Volkert Engelsman noemt zichzelf ‘maar een eenvoudige groenteboer uit Waddinxveen’. Maar dan wel eentje die in biologische groente en fruit doet. En eentje die vorig jaar een prachtig nieuw bedrijfsgebouw neer liet zetten. Je kunt wel degelijk groen doen zonder rood te staan.

‘Je kunt niet groen doen als je rood staat’. Het zijn voor boeren gevleugelde woorden geworden, in antwoord op kostenverhogende duurzaamheidseisen aan hun productieproces. Geconfronteerd met eerst de goede voornemens van Carola Schouten en haar kringlooplandbouw en daarna de stikstofcrisis, kwam dat dilemma tijdens de boerenprotesten duidelijk op de kaart. Daarop zijn twee antwoorden mogelijk: dan maar niet groen doen. Of boeren weer zodanig betalen dat ze niet meer rood staan.

Groen doen én winst maken

Groentehandelaar Volkert Engelsman, onder meer oprichter van Eosta (handelsbedrijf in biologische groente en fruit), maakt deel uit van een keten waarin telers en handelaren wel degelijk groen doen én winst maken. Alleen maar een kwestie van vraag en aanbod op de biologische nichemarkt? Of de opmaat voor hét toekomstig agrarisch verdienmodel, waar niet alleen de markt maar ook de politiek en de financiële wereld op aansturen?

“We praten al tientallen jaren over People en Planet, maar we rekenden elkaar tot op heden af op een Profit-definitie van gisteren, die het mogelijk maakt dat de vervuiler wegkomt met een concurrentievoordeel. Als ik als teler de boel wat minder oppomp met kunstmest en wat minder kilo’s per vierkante meter haal en wat meer werk maak van groene diensten, laat ik wel een mooiere planeet achter. Maar de bank zei dan altijd: zeg, waar zijn we mee bezig?”

Risk Adjusted Return On Capital

Daar is echter verandering in aan het komen, schetst Engelsman. Want aangejaagd door De Nederlandsche Bank verwerken banken steeds meer duurzaamheidsindicatoren in hun Raroc’s: de Risk Adjusted Return On Capital. “Daardoor liggen bedrijven niet alleen langs een ouderwetse financiële meetlat, maar moeten ze ook door een klimaatstresstest, een biodiversiteitsstresstest en een gezondheidsstresstest heen. En je ‘voetafdruk’ op die gebieden gaat af van je winst of ondernemingswaardering. Dat zijn ook de nieuwe criteria van kredietbeoordelaars. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn achter de schermen allemaal bezig met een afwaardering van bedrijven, die nog wat te veel aan het oude normaal hangen.”

Eosta is al enkele jaren pionier op het terrein van True Cost Accounting. Hoe komt dat zo?

“Op aangeven van de FAO, de Wereldvoedselorganisatie van de VN, de Natural and Social Capital Coalition en de World Business Coalition for Sustainable Development, toen voorgezeten door topman Paul Polman van Unilever, hebben de vier grote accountantskantoren van de wereld protocollen ontwikkeld voor het berekenen van de zogeheten geëxternaliseerde maatschappelijke kosten: dat zijn bijvoorbeeld de kosten van de bodemverarming, klimaatschade, wat het kost om het water weer schoon te krijgen, om biodiversiteit weer op peil te krijgen. Dat zijn wij vanuit Eosta in kaart gaan brengen voor al onze producten.

Kredietbeoordelaars waarderen af wie te veel aan het oude normaal hangt

Want de Unilevers, Nestlé’s en Rabobanken van deze wereld zouden ‘too big to fail’ zijn. Die hebben met tientallen miljarden in de oude economie geïnvesteerd; begrijpelijk dat die niet vooroplopen. Wij waren klein genoeg om vooruit te kunnen stormen, maar groot genoeg om serieus te worden genomen. Nu krijgen wij het applaus van de Klaas Knots, de Carola Schoutens en de Maxima’s. Maar dat soort grote consortia verdienen eigenlijk de credits.”

Klinkt toch nog niet als iets waar boeren en tuinders vandaag al de energierekening of de boodschappen van kunnen betalen.

“True Cost Accounting laat zien hoe je de teler beloont voor wat goed is voor de planeet én hoe niet alleen hij maar ook zijn kinderen nog een boterham kunnen verdienen. Het is bovendien het vertrekpunt voor een nieuw fiscaal bonus-malusstelsel, dat de vervuiler laat betalen en degene beloont die bijdraagt aan bodemvruchtbaarheid, schoon water en biodiversiteit. Dat is geen verdienmodel voor de grote kunstmest- of agrochemie-inputleveranciers, wel voor de boer en tuinder.”

Geven we daar niet onze kracht mee uit handen? Zoveel mogelijk produceren per hectare tegen zo laag mogelijke kosten?

“Ja, dát is de kant die boeren en tuinders de afgelopen 75 jaar zijn opgestuurd. De driehoek politiek, wetenschap en agribusiness is daarin een buitengewoon succesvol draaideur- en verdienmodel gebleken. Met wonderlijke combi’s. Zoals Aalt Dijkhuizen, die zichzelf als woordvoerder van Farmers Defence Force naar voren schuift. Een voormalig topman van Wageningen UR, die zonder met zijn ogen te knipperen zegt: we hebben de bijen niet nodig en plofkippen gaan de wereld voeden, want die hebben zo’n kleine voetafdruk. Dat zijn relicten uit het verleden. Daarmee isoleert Nederland zich steeds meer in een soort denken dat een tijdje terug nog geavanceerd was, maar waarvan we nu de ongewenste keerzijde zien.”

Maar is dan niet weer die teler de pineut, als ‘de vervuiler betaalt’? Door de overheid beloond worden voor goed gedrag lijkt ook een nogal wankele basis. Dan nog liever de onzekerheid van de markt.

“Het is niet óf markt óf overheid, maar én én. Kijk naar de biologische markt. En dan niet die 4% marktaandeel in Nederland, tenslotte gaat 80% van wat wij hier telen naar het buitenland en daar is het marktaandeel tussen 15 en 25%. Op die Europese markt kan de prijs voor biologisch drie of vier keer de gangbare prijs zijn. Dat is vanwege de vraag die al tientallen jaren harder groeit dan het aanbod. Maar dat is ook een ‘premie’ voor de ecosysteemdiensten én omdat het bio-keurmerk het meest vertrouwde keurmerk in Europa is. Het is ook een premie voor zekerheid. Klanten zullen steeds vaker zeggen: ‘Nou doe maar bio, want dan weet ik zeker dat het goed zit!’ Die redenering.

Uiteindelijk is het ook een positioneringsvraag voor je onderneming. Wil je de markt van vandaag bedienen, dan moet je vooral blijven doen wat je doet. Wil je de markt van morgen bedienen, dan doe je er goed aan om natuurinclusievere landbouwsystemen te verkennen.”

Maar met groene diensten verdient een teler het vandaag sowieso nog niet.

“Sterker nog, ook zonder die groene diensten eigenlijk al niet. Als je de bruto toegevoegde waarde van onze veelgeroemde agrarische export deelt door het aantal werkenden in die ketens hier in Nederland, dus het aantal monden dat daarvan gevoed moet worden, dan kom je uit op een derde van modaal. Daar is dus zelfs in het oude systeem geen droog brood mee te verdienen. Dus de boeren en tuinders die erover klagen dat ze geen eerlijke prijs krijgen voor hun inspanning, die hebben gelijk. We moeten dus hoe dan ook naar een systeem dat beter rekent.”

Hoe snel kan het verdienen aan ecosysteemdiensten werkelijkheid worden?

“Dat kan snel gaan. De nieuwe Europese Green Deal blaast wind in de groene zeilen, banken en investeerders koersen af op groenere investeringen en je hoeft niet helderziend te zijn om te zien dat zelfs Rutte alvast voorsorteert om na de verkiezingen over links en groen te gaan regeren. En het CDA omarmt inmiddels ook al die bonus-malusgedachte van de TAPP Coalitie, waarin een btw-verlaging voor groenten en fruit wordt bekostigd vanuit een vleestaks.”

Of is dit een biologische groenteboer die zich aan het rijk rekenen is?

“Haha, goeie! Ach, wij doen hier ook maar wat we al jaren doen: kapitaliseren op maximale transparantie van onze producten en sturen op een positieve impact op gezondheid, sociale inclusiviteit en duurzaamheid. Met de VN doen we momenteel aan prototyping van Leefbaar Loon modellen, die niet alleen voor boeren maar ook voor hun medewerkers voor inkomensverbetering moeten zorgen. Het verschil tussen bio-mango’s met of zonder eerlijk loon voor boer en medewerker is circa 40 cent per kilo. Met de Ekoplaza’s voeren we de Dr. Goodfood-campagne. Daarin gaat het over de proactieve gezondheidswerking van groente en fruit. Met grote vloerstickers ‘De weg naar de meeste weerstand’.

En met onze True Cost Accounting voorlichtingscampagnes op de winkelvloer proberen we duidelijk te maken dat duurzame producten niet te duur zijn, maar dat niet-duurzame producten te goedkoop zijn. De gangbare supers in Nederland houden de boot nog af, maar in diverse flagshipstores van Rewe, Carrefour en Sainsbury’s wordt volop geëxperimenteerd met consumenteninformatie over de wérkelijke kosten. In de rest van Europa lijkt dat kwartje al gevallen.”

van der Scheer

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.