‘Vooral lokaal kansen met gecombineerde coöperaties’

07-05 | |
coöperaties
Onno van Bekkum (51) is coöperatiedeskundige van CO-OP Champions. - Foto: Herbert Wiggerman

Het aantal boerencoöperaties nam tussen 2016 en 2020 met bijna een kwart toe. Een nieuwe coöperatie beginnen luistert wel nauw, zegt Onno van Bekkum.

Het aantal boerencoöperaties steeg vorig jaar tot 216. Er komen steeds meer kleine coöperaties bij. Volgens Onno van Bekkum, coöperatiedeskundige van CO-OP Champions, past een coöperatie bij deze tijd en niet alleen vanwege corona. “De coöperatie is ook een tegenreactie op de grootschaligheid. De boerengedachte is steeds vaker: er is ruimte voor mij binnen een andere model. Maar alleen het wiel uitvinden is lastig. Samen sta je sterker.”

Ik stel vaak een ‘flits-coöperatie voor met dunnere statuten en een ‘kookwekker’ na twee jaar.

Waarom is de coöperatie nog meer in trek?

“Bedrijven keken lange tijd vooral naar financiële waardecreatie. Nu kijkt men verder; buiten het systeem en naar een brede waardecreatie. Dat past bij de coöperatieve gedachte. Een coöperatie gaat niet uit van winstmaximalisatie, maar voorziet in een behoefte waarin het coöperatielid door kan gaan met wat het doet.”

Hoe moeilijk is het om een coöperatie op te zetten?

“Juridisch gezien is dat niet zo moeilijk. Leden bespreken vooraf de regels, stellen de statuten op en leggen die vast bij een notaris. Vervolgens schrijven ze de coöperatie in bij de Kamer van Koophandel. Dan begint het echter pas.”

Legt u eens uit?

“Je moet elkaar de tijd gunnen om een coöperatie op poten te zetten. Dit duurt meestal drie jaar en je moet in fases kunnen denken. Een coöperatie moet ook klein beginnen, zodat je het makkelijker eens wordt. Definieer vervolgens je schaalgrootte, werkgebied, producten, financiering én ledenbestand.”

Is dat het belangrijkste?

“Nee, je moet vooraf veel zaken op een rij zetten. Bedenk hoe leden kunnen toetreden en afscheid kunnen nemen, of hoe je met winst omgaat en hoe je dit verdeelt. Borg vooral ook hoe de coöperatie blijft doen waarvoor die is opgericht en zorg voor mensen met coöperatie-ervaring in je bestuur. Mensen denken snel te marktgericht. Dit zijn maar enkele voorbeelden.”

Wat adviseert u beginnende coöperaties?

“Qua statuten is de keuze enorm, vanwege 100 jaar coöperatie-ervaring in Nederland. Ik stel daarom vaak een ‘flits-coöperatie voor met dunnere statuten en een ‘kookwekker’ na twee jaar. Veel boeren beginnen namelijk enthousiast, maar hebben de coöperatiestructuur nog niet helder voor ogen. Een flits-coöperatie is een ontdekkingsreis waarbij je na twee jaar de oorspronkelijke statuten wijzigt en definitief opstelt. Let wel: pioniers zijn vaak juist niet de structuurbedenkers.”

Welke coöperaties zijn vooral in opkomst?

“Dat zijn de regionale combi-coöperaties. Dit zijn heterogeen samengestelde coöperaties die een specifiek gebied bedienen met een mandje aan producten en diensten. Boeren en burgers werken hiertoe vaker samen. Ik merk dat consumenten zich voor de langere termijn ook best willen binden en willen investeren. Zolang een boer daarvoor op een bepaalde manier wil boeren. De kern is: als je samen maar hetzelfde doel en toekomstperspectief hebt.

Ik denk dat het antwoord niet in Den Haag, het provinciehuis of bij het waterschap ligt. Je moet als producent en consument samen in gesprek om een gebied leefbaar te houden. Een coöperatie kan dan vleugels geven om zo’n economie op te zetten.”

Lees ook: Een betere prijs met directe afzet via coöperatie Flevo’s Weelde

Brummelaar
Theo Brummelaar Freelance redacteur
Meer over



Beheer