Vooruitzicht voor vlees gunstig, voor melk mager

Hoe goed we het ook doen op ons eigen bedrijf, de opbrengstprijs zal voor een groot deel het inkomen bepalen. Dat zien we nu bij de varkens en bij de melkveehouderij.

De eerste verwacht gunstige jaren, de tweede magere. Dit buiten de narigheid van het coronavirus om, dat pieken en dalen tot gevolg heeft. Nu overheerst de vrees dat het slecht blijft. Onderhuids zijn er bewegingen die de toekomst duiden.

Optimisme in varkenshouderij

Bij de varkenshouderij is sprake van optimisme. Lang niet alle bedrijven die zich hebben gemeld voor de stoppersregeling maken er gebruik van. Dit omdat ze vertrouwen hebben in de prijzen van de toekomst, zegt directeur/eigenaar Paul Bens van DLV Advies. Hij kan het weten, want zijn hoofdtaak is varkenshouderij en financieel management.

Er is meer vraag, vooral uit China, en er komt wereldwijd steeds minder aanbod. Door Afrikaanse varkenspest, maar ook omdat het steeds moeilijke wordt om goed personeel te krijgen die in de bedrijfstak wil werken. Daarom wordt er wereldwijd minder geïnvesteerd.

Gevolg is een gelijkblijvend tot krimpend aanbod en een toenemende vraag. Dus over het algemeen goede prijzen, met zo nu en dan een hapering. Waarom zou je als varkenshouder dan stoppen?

Lees ook: COV-voorzitter: ‘China blijft grote importeur van vlees’

Melkveehouders produceren liever meer dan minder

Bij melkveehouders ligt het duidelijk anders. Wij produceren liever meer dan minder. Zie de cijfers van de eerste vier maanden dit jaar. De Nederlandse melkkoeien gaven 150 miljoen kilo melk meer. Dat is 3,2% meer dan vorig jaar.

En dan zijn we verbaasd dat we in Europa te veel melk hebben. De EU heeft maatregelen getroffen. Er kan poeder, boter en kaas worden ingeleverd. Voor nu wel prettig, maar die voorraden blijven als een dreigende wolk boven de zuivelhandel zweven. Zeker is dat het invloed heeft op de melkprijs in de komende tijd. In tegenstelling tot de varkens hier magere vooruitzichten.

Ik hoor Sieta van Keimpema alweer roepen dat het eigen schuld is

We kunnen niet om de les heen die deze ontwikkeling ons leert. Bij varkens meer vraag dan aanbod en hogere prijzen. Bij melk net andersom. Meer melk en lagere prijzen. Dat zet tot nadenken.

Ik hoor Sieta van Keimpema alweer roepen dat het eigen schuld is. De melkquotering had moeten blijven. Zij heeft er vaak genoeg voor gepleit. Maar het niet voor elkaar gekregen.

We moeten zelf vraag en aanbod afstemmen

Toch is afstemming van vraag en aanbod wel degelijk van belang. Als boeren individueel zal dat nooit lukken. De overheid heeft de handen afgetrokken van productiebeheersing. Dus zullen we het zelf moeten doen.

De zuivelindustrie dus. Ik pleit er voor dat die nog eens goed gaat nadenken hoe ze productie en afzet op elkaar af kunnen stemmen. Dat zal gepaard gaan met een soort productiebeheersing per fabriek. Ingewikkeld, met al die verschillende belangen. Maar wel het proberen waard.

Anders houden we de race zonder winnaars. De strijd om met een lage kostprijs voor de slechte opbrengstprijzen te kunnen produceren.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.