Vragen bij een verkenning landbouwakkoord

van Bruchem
Cees van Bruchem Landbouweconoom
Foto: ANP
Foto: ANP

Op verzoek van minister Schouten bracht de SER onlangs een verkenning uit over de mogelijkheden voor een ‘landbouwakkoord’ dat breed gedragen wordt, van FDF tot MOB zogezegd.

Met zo’n akkoord, dat voor lange tijd richtinggevend moet zijn, zou een eind moeten komen aan de polarisatie rond de agrarische sector. Het rapport schenkt ruime aandacht aan de rol van de overheid en aan het verdienmodel voor de agrariërs. Dat is heel anders dan eerdere SER-adviezen over de landbouw – als ik het goed heb vijf stuks in 25 jaar –, want die gingen veelal in de richting van minder overheid.

Achterhaald over enkele jaren

Het bereiken van zo’n akkoord lijkt me niet eenvoudig, alleen al vanwege de tegenstellingen binnen de landbouw. De kritiek op het recente ‘stikstofplan’ van LTO c.s. stemt wat dat betreft niet hoopvol. Gezien de dynamiek in sector en samenleving is bovendien de vraag of een akkoord over een paar jaar op onderdelen niet al achterhaald zal blijken te zijn.

Volgens het rapport zijn er verschillende ‘transitiepaden’ naar een duurzame landbouw, variërend van hightech tot natuurlandbouw, onder het motto ‘er leiden meerdere wegen naar Rome’. Dat is op zichzelf juist, maar als je in de verkeerde richting vertrekt, moet je later wel omdraaien. Trouwens: de transitiepaden raken elkaar hier en daar, met name bij de afzet en op de grondmarkt.

Economische realiteiten

Volgens mij heeft de verkenning onvoldoende aandacht voor economische realiteiten. Zo is het overnemen van de EU-doelstelling van 25% biologische landbouw in 2030 voor Nederland weinig realistisch, onder meer vanwege de hoge grondprijzen. Ook stelt het rapport dat mest als een vierde product voor de landbouw kan worden gezien. Zoiets heb ik eerder gehoord; een Wageningse professor voorspelde in 2008 dat mest binnen een jaar geld zou opleveren. Niet dus; mest is waardevol, net als water, maar als er te veel van is, kost het altijd geld om het weg te werken.

De agrarische sector concurreert steeds meer met andere sectoren, bij grond, water en stikstof. Daarom is het te simpel om een landbouwakkoord aan te bieden aan ‘Den Haag’ met het vriendelijke verzoek dit uit te voeren en daarvoor enkele tientallen miljarden beschikbaar te stellen. De politiek zal toch een bredere maatschappelijke afweging moeten maken.



Beheer