Wat corona ons kan leren over de verbinding boer-burger

Korte ketens doen het goed in coronatijd. Voor succes is verbinding tussen producent en consument, en tussen boer en burger van groot belang.

De crisis zorgt voor veel nieuwe lokale voedselinitiatieven. De ene voedselbox na de andere wordt gevuld met mooie, vaak oorspronkelijk voor de horeca bedoelde, lokale producten. Zoals ik in twee eerdere artikelen schreef, kan lokaal voedsel zo dienen als buffer in een (tijdelijk) haperend globaal voedselsysteem en wordt daarmee een onmisbaar onderdeel van een robuust en klimaatneutraal voedselsysteem.

Hoe zorgen we ervoor dat al die boxen en andere initiatieven beklijven, ook na de crisis? Nu willen consumenten er moeite voor doen, zijn ze toch thuis en hebben ze tijd. Dit gaat vast weer veranderen en vervallen ze in oude patronen. Hoe organiseer je een verandering die beklijft? Dus: hoe zorgen we voor een blijvende verbinding tussen lokale producenten en consumenten?

Omzet van boerderijverkoop

Allereerst kan een producent zijn producten rechtstreeks aan de consument verkopen in een winkel op het erf of in een kraam langs de kant van de weg. Vorig jaar heb ik samen met collega’s een onderzoek gedaan naar de omzet van boerderijverkoop. Dat is niet mis! In 2018 komen we op een bedrag van € 271 miljoen. Daar zitten bijvoorbeeld kersenkramen bij die in zes weken € 100.000 omzet maken. Ook aardbeien en asperges worden voor een goede prijs verkocht.

Korte ketens uitkomst voor ziekenhuizen

Het is voor consumenten niet altijd mogelijk om zelf producten te halen bij de boer. Dat geldt zeker voor horeca, ziekenhuizen en zorginstellingen. Daarvoor zijn korte ketens een uitkomst. Een regionaal samenwerkingsverband van producenten haalt bij de aangesloten bedrijven producten op en levert die bijvoorbeeld aan de horeca. In de regio Utrecht is dat Local2Local, op de Veluwe en in de IJsselvallei Boerenhart en in de regio Arnhem – Nijmegen Oregional.

Samen met collega’s heb ik onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een regionale korte keten in Flevoland. Welke lessen kunnen we leren van initiatieven die al een aantal jaar bezig zijn? Het blijkt belangrijk dat boeren zelf investeren in het samenwerkingsverband. Dat krijgt de korte keten meer slagkracht en voelen de deelnemers zich ook meer verbonden bij de keten.

Lees verder onder de Facebook-video

Community Supported Agriculture betrekt consument bij productie

Tot nu toe hebben we het gehad over een verbinding tussen boer en consument via een min of meer rechtstreekse overdracht van het product. Maar kan de verbinding nog sterker? Ja, door consumenten te betrekken bij de productie op het bedrijf. Deze manier van landbouw heet Community Supported Agriculture (CSA).

De Nieuwe Ronde in Wageningen is zo’n bedrijf. Consumenten worden daar lid en samen met de andere leden en de boer bepalen zij wat er dat jaar aan groente en fruit wordt geteeld. Waar is behoefte aan? Kan dat op deze grond geteeld worden? Hoeveel arbeid vraagt dat? Wat mag het kosten? Dat zijn vragen waar je samen een antwoord op moet formuleren. Als boer sta je heel dicht bij je klanten en als afnemer zie je van dichtbij wat er allemaal bij komt kijken om de producten op jouw bord te krijgen. Je leeft mee met de seizoenen, met ziekten en plagen en of het te droog is of juist te nat.

Consumenten financieren boerderij

Bij CSA is vaak sprake van voorfinanciering. Consumenten betalen (een deel) vooraf. Daardoor hoeft de boer geen lening aan te gaan voor bijvoorbeeld het kopen van plantgoed of zaaizaad. Maar je kunt nog verder gaan door als consument een boerenbedrijf te financieren, bijvoorbeeld met crowdfunding.

Een nieuwe vorm van financiering is een zogenaamd bedrijfsgebonden grondfonds. Hierbij investeren een aantal particulieren in een fonds dat grond koopt voor een boerenbedrijf en dat vervolgens aan dat bedrijf op redelijke voorwaarden verpacht. De boer hoeft zo niet zelf tonnen te investeren in de aankoop van land, maar hoeft ook niet elk jaar op zoek te gaan naar land dat wordt verpacht aan de hoogste bieder.

Verbinding van boer en burger

Bij weinig verbinding bestaat het risico dat een initiatief vroeg of laat weer verdwijnt, bijvoorbeeld omdat de subsidie stopt of als iedereen na corona weer in oude patronen vervalt. Hoe voorkom je dat? Door als producenten, overheid én consumenten structureel verbinding te leggen, samen op te trekken en te werken vanuit een gedeeld belang. Het vraagt vertrouwen, want er ontstaat zo ook een wederzijdse afhankelijkheid. Maar op deze manier kunnen we blijven genieten van voedselboxen en van andere initiatieven met betrekking tot lokaal voedsel, ook na de coronacrisis.

Marcel Vijn is onderzoeker Landbouw & Samenleving aan Wageningen UR. Dit is het derde en laatste deel van zijn serie opinieartikelen over de gevolgen van de coronacrisis. Lees ook zijn eerdere bijdragen

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.