Wat wil Barbara Baarsma nou precies?

Ik snap het niet meer. Ik hoop maar dat het komt door haar woordkeus. Als ik in het interview op deze website lees dat: “Een van de aanbevelingen van de Taskforce Verdienvermogen Kringlooplandbouw is de bouw van een kringloopdashboard waarin alle partijen in de voedselketen zichtbaar maken wat hun ecologische voetafdruk is.” Kijk, dan haak ik af.

Natuurlijk ligt dat aan mij. Mevrouw Barbara Baarsma is hooggeleerd, professor en bezig met de toekomst van de landbouw. Ze ziet dat als Rabobankdirecteur ook als haar taak. Ze zegt dat de Rabo niet alleen maar financier is, maar ook leverancier van kennis. Zij wil de koplopers in de landbouw koppelen aan de middengroepen, die wél klaar zijn voor de transitie in de landbouw.

En dan zegt ze iets grappigs: “Wij zijn niet voor niets een coöperatie. Wij hechten heel erg aan een dialoog en aan elkaar beter begrijpen. We kijken verder dan de financiën en dus ook naar menselijk en sociaal kapitaal. Zo was Rabobank onderdeel van de Mansholt-transitie. En nu omarmen wij Kringlooplandbouw.”

Lees het hele interview: Baarsma: ‘Retailer verplichten data te leveren’

Niet snel aansluiting met boeren met haar woordgebruik

Zo, ik stop met citeren. Wel denk ik dat mevrouw Baarsma met haar hoogdravend woordgebruik niet snel aansluiting krijgt met de boerenbevolking. Die dialoog, waarover ze sprak, lijkt meer op een monoloog. Haar wens om elkaar beter te leren begrijpen, lijdt schipbreuk als je niet dezelfde taal spreekt. Welnu, de taal van mevrouw Baarsma is niet de mijne. In ieder geval niet de taal aan de keukentafel van de boer, waar de beslissingen vallen.

Evenmin begrijp ik dat ze verwijst naar de coöperatie, die Rabobank volgens haar nog steeds is. Juridisch gezien wel, maar in de praktijk beslist niet. Hoeveel boeren zouden de Rabo nog zien als hun coöperatie? Ik vrees heel weinig. Dat zegt niets over de bancaire prestaties van Rabobank, maar coöperatief, nee.

Coöperaties ontstonden om boer meer macht te geven

Ook kan ik Baarsma niet volgen in haar redenering over kleine en grote ketens. Zij pleit voor korte ketens, waarbij de boer dichtbij de eindgebruiker van zijn producten staat. Dat is nu 5%, maar moet zo spoedig mogelijk naar 25%. Maar beste mevrouw Baarsma, wat moet ik dan met mijn coöperatie FrieslandCampina? Daar ben ik lid van om sterker te staan in de markt.

Moet ik die dan vaarwel zeggen om zelf de verkoop van de melk ter hand te nemen? Krijgen we dan niet de situatie van meer dan 100 jaar geleden, waarbij de boer een willoos werktuig was in de handen van de handelaar? En zijn toen – in de jaren voor 1900 – niet de coöperaties ontstaan om de boeren meer macht te geven? Onze voorgangers zagen het als verlengstuk van hun bedrijf.

De boer weer als eenzame zwoeger op zijn bedrijf, die zelf zijn producten aan de man moet brengen

En nu wilt u terug naar vroeger. De boer weer als eenzame zwoeger op zijn bedrijf, die zelf zijn producten aan de man moet brengen. Ik zal u wel niet begrijpen, maar het lijkt me niet iets voor onze gezamenlijke toekomst. Het is wat voor de enkeling, die dat met succes en plezier doet. Daarom is die 5% misschien wel net genoeg.

Begrijpelijke taal nodig en een duidelijk doel

Als u een dialoog wilt, mevrouw Baarsma, zult u in ieder geval in begrijpelijke taal duidelijk moeten maken wat u precies wilt. En hoe het doel, een goed inkomen voor de boer, kan worden bereikt.

Tot slot, mevrouw Baarsma, een dashboard is in de auto al weer ouderwets. U bent vast een beetje blijven hangen in de tijd van ‘Paradise by the Dashboard Light’, een hit van Meat Loaf in 1977. Nu heeft bijvoorbeeld de elektrische Tesla alleen maar een touchscreen. Daar weten boeren goed mee om te gaan.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.