Weet de ‘culturele voorhoede’ echt wat goed voor ons is?

27-10 | |
Backus
Gé Backus Directeur van Connecting Agri&Food
Johan Remkes tijdens de presentatie van zijn bevindingen naar aanleiding van de stikstofgesprekken tussen het kabinet en organisaties, waaronder die van boeren. - Foto: ANP
Johan Remkes tijdens de presentatie van zijn bevindingen naar aanleiding van de stikstofgesprekken tussen het kabinet en organisaties, waaronder die van boeren. - Foto: ANP

Johan Remkes refereerde in zijn toelichting op zijn stikstofrapport aan de zogeheten culturele voorhoede, die zich maar moeilijk kan verplaatsen in de boer. Maar die term is te veel eer.

Ruim een halve eeuw geleden, ik was een jaar of tien, kreeg mijn vader op de boerderij bezoek van een ‘witteboordenmeneer’. Dat waren mensen waar je tegenop keek, omdat ze niet met de handen hoefden te werken en het voor het zeggen hadden. Hij kwam om twee uur en na vieren zat hij nog bij ons aan de keukentafel. Alle tijd van de wereld, terwijl mijn vader steelse blikken wierp op de keukenklok. Nadat de man vertrokken was zei mijn vader: “Mocht jij later een witteboordenbaan hebben, mag je nooit doen wat deze man deed”.

Ik moest er deze week aan denken bij de persconferentie van Remkes begin deze maand. Uit zijn toelichting op zijn rapport blijkt dat hij van mening is dat respect voor en het zich verplaatsen in de medemens, in dit geval de boeren, bij velen ontbreekt. Hij had het over de culturele voorhoede in plaats van over de elite. Waarschijnlijk omdat hij de aan de term elite verbonden ‘snerende’ lading wilde vermijden.

Zit de gewone man te wachten op buitenstaanders die hem willen verheffen?

Prijzenswaardig, maar is culturele voorhoede dan de juiste term? De term voorhoede houdt in dat er een andere groep is, de man in de straat, die nog de juiste richting moet krijgen om zich te verheffen. Zit de gewone man echter te wachten op buitenstaanders die hem willen verheffen? Als er al van verheffing sprake is, doen de mensen dat volgens mij zelf wel. De gewone man zie je op terrassen, in winkels, en andere plaatsen waar de wil tot ongelijkheid niet wordt getolereerd en waar de een niet meer is dan de ander.

De culturele voorhoede zie je echter elders, op tv-praatprogramma’s in een theater van vreugdeloos dogmatisme. Daarbij verkondigt men met stelligheid wat goed is voor ons allen en worden volop etiketten geplakt op degenen die niet dezelfde overtuiging uitdragen. Maar weten ze echt wat goed voor ons is? Soms moet je tegen deze eensgezindheid ingaan, om te merken dat het slechte bij nader inzien toch beter is dan het goede.

Mijn vader kende de term culturele voorhoede niet, maar hij zou het gebruik ervan met mij zeker te veel eer vinden.

Meer over


Beheer