Weg uit de gevarenzone

04-11 | |
van der Weijden
Wouter van der Weijden Directeur van Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu
Nu de derogatie wordt afgebouwd gaat de fraudedruk weer fors toenemen, met alle risico’s van dien. - Foto: Koos Groenewold
Nu de derogatie wordt afgebouwd gaat de fraudedruk weer fors toenemen, met alle risico’s van dien. - Foto: Koos Groenewold

De landbouwlobby zoekt steeds weer de grenzen van de milieuwetten op. Dat werkt als een boemerang.

De landbouw heeft in Nederland nog altijd een sterke lobby. Niet meer zo sterk als in de tijden van het Landbouwschap, maar ook LTO heeft menig succes geboekt. Althans voor de korte termijn, voor de lange termijn viel dat succes soms fors tegen. Drie voorbeelden:

1. Lang voor het einde van de melkquotering in 2015 werd gewaarschuwd voor overschrijding van het fosfaatplafond. Maar volgens LTO en de zuivel zou het zo’n vaart niet lopen. De afloop kennen we: invoering van twee wetten (Verantwoorde groei en Grondgebonden groei melkveehouderij) en daarna fosfaatrechten, inclusief een pijnlijke korting.

2. Invoering van het PAS, eveneens in 2015, bedoeld om meer groeiruimte te scheppen voor veebedrijven, woningbouw, verkeer en industrie. Groeiruimte op de pof, want stikstofemissies mochten later worden gereduceerd. Dat gebeurde niet of onvoldoende en daarom haalde de Raad van State in 2019 een streep door het PAS. Verleende vergunningen werden ongeldig verklaard en daarmee werden de activiteiten illegaal.

3. De derogatie stond al jaren onder druk. Toch zocht de lobby steeds grenzen op, bijvoorbeeld met uitstel van de datums van mest uitrijden. Daar kwam mestfraude bij, waar Nederland onvoldoende tegen optrad, en enkele jaren overschrijding van de afgesproken fosfaat- en stikstofplafonds. Gevolg: het doek voor de derogatie is gevallen. Dure grap voor de melkveehouderij.

Wat voor de korte termijn een succes is, kan voor de lange termijn een boemerang zijn

Rode draad is dat de landbouwlobby steeds weer de grenzen van het milieubeleid opzoekt. Daardoor worden normen te vaak overschreden en is er een hoog risico op fraude. Dat schaadt de reputatie van de veehouderij in Brussel en in de Nederlandse samenleving. Wie het onderste uit de kan haalt, krijgt het lid op de neus. Wat voor de korte termijn een succes is, kan voor de lange termijn een boemerang zijn.

En de geschiedenis dreigt zich te herhalen, want nu de derogatie wordt afgebouwd gaat de fraudedruk weer fors toenemen, met alle risico’s van dien.

Ik hoop dat de landbouwlobby zijn les heeft geleerd en het roer omgooit. De veehouderij moet weg uit de gevarenzone, die steeds weer leidt tot affaires, gedonder met Brussel, onzekerheid en frustraties. Dat vergt geen halvering, maar wel een flinke krimp van de veestapel – een keihard boerenbelang.



Beheer