Weinig verrassingen in CBS-cijfers

13-01 | |
In de melkveehouderij is ruim twee van de drie melkveehouders gezegend met een opvolger. - Foto: Ronald Hissink
In de melkveehouderij is ruim twee van de drie melkveehouders gezegend met een opvolger. – Foto: Ronald Hissink

De CBS-cijfers over bedrijfsovername tonen een bekend beeld. Het aantal bedrijven daalt gestaag, procentueel het hardst buiten de melkveehouderij.

De percentages bedrijven met opvolger zijn nauwelijks anders dan bij de vorige rapportage in 2016. Dat ligt ook voor de hand. In tijden van hoge werkeloosheid is de animo om het ouderlijk bedrijf over te nemen groter dan tijdens hoogconjunctuur. Niet vreemd dat na de ‘vette jaren’ 2014-2019 de animo iets is gedaald om vooral de minder dan gemiddeld grote bedrijven over te nemen.

Twee van de drie melkveehouders gezegend met een opvolger

Ook niet verrassend: het grote gros van de bovengemiddeld grote bedrijven heeft een opvolger. In de melkveehouderij is de interesse altijd al hoog, en ook nu is ruim twee van de drie melkveehouders gezegend met een opvolger. In de akkerbouw is de appetijt stabiel, rond 50%. De interesse om een pluimvee- of varkensbedrijf over te nemen is de afgelopen jaren iets gedaald. De recente opkoopregelingen waren wat dat betreft al een prima voorspeller, de interesse ervoor lag boven verwachting.

Europese normeringen vertroebelen het beeld

In de door het CBS gepubliceerde cijfers over bedrijfsovername vertroebelen de Europese normeringen het beeld. Want een op de vier door het CBS getelde bedrijven heeft minder dan 100.000 SO, oftewel heeft circa 10 hectare graan, een beetje vleesvee of maximaal 20 melkkoeien. Samen zijn ze goed voor slechts een paar procent van de Nederlandse landbouwproductie. Dat in die groep van bedrijven slechts 30% van de ondernemers een opvolger heeft, is weinig verbazend. Het boeren is daar immers bepaald geen zuiver economische gedreven activiteit.

Bodde
Robert Bodde Redacteur

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.