Weinig zicht op werkelijke situatie wilde zwijnen

Zoals afgesproken wordt het aantal wilde zwijnen in verband met AVP-risico teruggebracht. De werkelijke situatie in de gebieden blijft lastig te bepalen.

Wilde zwijnen zijn voor de meeste mensen niet zichtbaar, behalve als er een eentje wordt doodgereden of ergens schade heeft toegebracht. Toch kent Nederland drie officiële leefgebieden waar duizenden wilde zwijnen verblijven: de Veluwe (waaronder Nationaal Park de Hoge Veluwe) en de natuurgebieden Meinweg en Meerlebroek in Limburg. Deze gebieden zijn deels afgerasterd.

Risico op AVP

Inmiddels leven honderden wilde zwijnen buiten de aangewezen gebieden. Met name in Oost-Brabant en in het Oosten van het land worden wilde zwijnen gemeld. De afgelopen jaren is daar al vaker schade aan gewassen en gevaarlijke verkeerssituaties over gemeld. Meer recent zijn deze wilde zwijnen een probleem voor de varkenshouderij; ze worden beschouwd als een risico dat AVP Nederland binnenkomt. En als een besmetting zich bij zwijnen heeft voorgedaan, kunnen ze het virus verder verspreiden.

Tellingen zeggen niet alles

Er zijn daarom afspraken gemaakt tussen de landelijke overheid en de provincies over het terugdringen van de wilde-zwijnenpopulatie buiten de officiële leefgebieden. Dit was ook een belangrijk punt voor de POV om in te stemmen met de begroting van het nieuwe Diergezondheidsfonds. Het beheerbeleid voor wilde zwijnen is een verantwoordelijkheid van de provincies. Deze mogen zelf de gewenste omvang van de zwijnenpopulatie bepalen. Bij een calamiteit kan de landelijke overheid ingrijpen.

Risico’s in beeld

Het verkleinen van de wilde-zwijnenpopulatie staat niet op zich maar is onderdeel van de zogenoemde roadmap rondom risico’s AVP. Hierin werken onder andere het ministerie van LNV, de betreffende provincies, POV en terreinbeherende organisaties samen voor een planmatige aanpak tot verkleinen van de risico’s van insleep van AVP (zie kader). Vooruitlopend daarop worden al maatregelen genomen om de wilde-zwijnenpopulatie te verkleinen.

Verruimde mogelijkheden

Een beheermaatregel is verruimde mogelijkheden om op wilde zwijnen te jagen. Voortaan mogen groepen van 6 jagers met 3 aangelijnde honden de zwijnen opdrijven richting 6 andere jagers met geweren. Ook geluiddempers en nachtkijkers zijn toegestaan. Overigens is de definitie ‘nulstand’ buiten de 3 leefgebieden verduidelijkt; het is géén wettelijke verplichting om alle zwijnen af te schieten maar het mag indien nodig wel om geen schade te krijgen.

Een belangrijk aspect van de roadmap is het gebiedsgewijs in beeld brengen van de risico’s. Op basis daarvan kunnen acties worden ingezet om gericht de populatie te verkleinen. Dat betekent niet dat er tot nu toe niets is gebeurd, benadrukt Jan Workamp, voorzitter van de taskforce die de roadmap opstelt.

Menselijk handelen is een stuk lastiger bij te sturen dan beheer van wilde zwijnen

Afgelopen jaar hebben provincies en faunabeheereenheden (FBE‘s) toegezegd te sturen op een verlaagde stand van het aantal wilde zwijnen buiten de leefgebieden. De risicoanalyse zal ertoe leiden dat de aanpak in bepaalde gebieden nog strikter wordt, of juist minder vergaand.

Overigens geeft Workamp desgevraagd aan dat zijn grootste zorg het menselijk handelen is. “Daar worden zeker acties op gezet, maar het is een stuk lastiger bij te sturen dan beheer van wilde zwijnen.”

Nog geen monitoring

Een probleem bij het beheersen van de wilde-zwijnenpopulatie is dat inventariseren lastig is; de dieren zijn zeer mobiel en zijn vooral ’s nachts actief. De FBE’s en provincies hebben wel een beeld van het aantal wilde zwijnen in een bepaald gebied. Dat is gebaseerd op waarnemingen (ervaringen van onder andere jagers) in combinatie met cijfers over afschot, meldingen van schade en aantal aanrijdingen. Zo werden in Brabant en Limburg de afgelopen jaren zo’n 1.000 wilde zwijnen per jaar geschoten en 4.000 op de Veluwe. Die aantallen variëren over de jaren heen.

In tegenstelling tot andere provincies is in Gelderland nulstand buiten het leefgebied altijd als nulstand geïnterpreteerd

Navraag bij de FBE’s leert dat er actief op zwijnen wordt gejaagd maar er zijn verschillen tussen gebieden. “In tegenstelling tot andere provincies is in Gelderland nulstand buiten het leefgebied altijd als nulstand geïnterpreteerd. We gaan dit jaar wel langer door om de doelstand te bereiken”, aldus Erik Koffeman, secretaris bij FBE Gelderland. Het beleid is volgens hem niet anders dan voorheen. Koffeman noemt dat belangrijk omdat zwijnen de vitaliteit van het bos, met name door te weinig verjonging, aantasten, en daarmee het hele ecosysteem.

Geen harde grens

Het lastige is dat het leefgebied van de Veluwe geen harde grens kent en er dus altijd zwijnen in een straal van enkele kilometers omheen verblijven. “Daar wordt zeker 95% afgeschoten.” Hij schat dat het jaarlijks om zo’n 300 tot 500 dieren gaat.

Daarbij komt dat de feitelijke situatie tussen de provincies verschillend is. Noord-Brabant kent alleen nulstand; Limburg heeft een klein leefgebied maar de rest is nulstand. Veruit het grootste leefgebied is de Veluwe in Gelderland van maar liefst 60.000 hectare. Volgens Koffeman van FBE Gelderland worden daarbuiten slechts enkele tientallen wilde zwijnen geschoten per jaar, met name in het Rijk van Nijmegen en incidenteel in de Achterhoek.

Toename aantal zwijnen

Of het nieuwe beleid al te zien is in het veld is daarom onduidelijk. “Tellingen zeggen niet alles. En de toename van het aantal zwijnen kan tussen jaren een factor drie variëren, onder andere vanwege klimaat en aanwezigheid van voedsel”, aldus Alfred Melissen, secretaris bij FBE Limburg. Ook vindt er altijd migratie plaats, zelfs over de landsgrenzen heen. Hij noemt daarom de beste indicator het aantal doodgereden zwijnen. “Dat er meer zwijnen zijn geschoten staat vast. Maar wat het voor het aantal wilde zwijnen betekent weten we niet.”

Cijfers niet betrouwbaar

Ook andere FBE’s onderschrijven het beeld dat harde cijfers over de werkelijke aantallen in de populatie ontbreken of niet betrouwbaar worden geacht. Zo meldt FBE Noord-Brabant dat het aantal doodgeschoten zwijnen in 2019 met 19% is toegenomen. Maar aangezien ook de getaxeerde schade aan gewassen hoger is dan in 2018, lijkt het erop dat de populatie niet is afgenomen.

Eén van de aanbevelingen in de roadmap is niet voor niets een monitoringssysteem te ontwikkelen om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te verkrijgen van het aantal wilde zwijnen. Dit onderzoek is volgens Workamp al opgestart.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.