‘Wij kunnen er als kalverhouders wat harder invliegen’

De VVK richt zich op praktische ondersteuning van kalverhouders. Met een benchmark voor kostprijsvergelijking wil de VVK kalverhouders naar een hoger plan helpen.

De Vereniging van Vleeskalverhouders (VVK) is 40 jaar geleden opgericht omdat de belangen van kalverhouders nauwelijks behartigd werden. In de jaren negentig richtte LTO zijn vakgroepen op en kreeg de kalverhouderij daar een eigen plek in de belangenbehartiging. “De VVK en LTO hebben de taken duidelijk gescheiden”, zegt VVK-voorzitter Hans Luijerink. “Wij zijn er voor de vaktechnische ondersteuning van kalverhouders en dienen als klankbord voor beleid. De LTO-vakgroep doet de belangenbehartiging.”

Dus LTO en VVK kunnen goed naast elkaar?

“Ja, we werken samen en zijn voorstander van een sterke belangenbehartiger, maar verder zijn we een onafhankelijke club. Zo houden we LTO ook scherp. Veel kalverhouders hebben wat tegen LTO, slechts ongeveer 40% is er lid van. Dat is jammer. Wij werken ook samen met bijvoorbeeld Agractie, NMV en onlangs met Stichting Stikstofclaim. Ze hadden een ijzersterke zaak tegen het ministerie die we graag steunden. Je kunt simpelweg niet alles alleen doen, dus haken we aan bij wat we op dat moment nuttig vinden.”

LTO regelt de belangenbehartiging richting bijvoorbeeld Den Haag. Hoe zit het met de behartiging richting de consument?

“Daar moeten we veel meer op inspelen. Laatst hadden we een groep van GroenLinks uit Nijmegen op ons bedrijf om te laten zien wat kalverhouderij is en dat wij heel duurzaam bezig zijn om een restproduct uit de melkveehouderij, het kalf, via merendeels voor de mens onbruikbare voedselresten en voeders groot te brengen. Dat moet wel uitgelegd worden en dat doen we te weinig. De sector is er altijd heel goed in geweest om zich stil te houden als er storm is. Dat kan goed zijn, maar ik denk we daar vanaf moeten. Daar waar LTO voorzichtig werkt, kunnen wij er als kalverhouders wat harder in vliegen.”

Hoe zetten jullie je in voor de technische ondersteuning?

“De laatste jaren hebben we fors ingestoken op e-learning. In juni is het webinar dat we met Rabobank organiseerden met 320 deelnemers zeer goed bezocht. Dit najaar organiseren we een webinar over crisismanagement. Niet alleen het financiële deel maar ook hoe daar mentaal mee om te gaan. Verder organiseren we regelmatig excursies en workshops en samen met bijvoorbeeld LTO beleidsbijeenkomsten. Ook ondersteunen we het onderzoek naar emissiearme stalsystemen in Someren.”

Wat voegen jullie toe aan ondersteuning qua voerleverancier en slachterij?

“We hebben enkele studiegroepen waarin we met een boekhouder cijfers gestandaardiseerd vergelijken. Die steunen we ook financieel, zodat een boekhouder echt goed de cijfers kan duiden en vergelijkingen kan maken. We kijken hoe we een benchmark kunnen ontwikkelen. Benchmarken gebeurt nog te weinig in de kalverhouderij. We ontwikkelen nu een module voor de website waarin we de actuele kostprijs van kalverhouders publiceren, zodat je weet wat kalveren minimaal op moeten leveren. Je moet proberen samen met de integratie op een hoger plan te komen.”

Ik verwacht niks meer van de overheid. Ik heb ook het idee dat de ambtenaren totaal niet weten hoe onze sector in elkaar steekt

Niet bang om data te delen?

“Nee. Vaak hoor je dat je je afnemer niks over je kostprijs moet zeggen. Nou, die kent de slachterij veel beter dan de boer zelf. We kunnen die cijfers wel afschermen, maar juist door die bekend te maken, bieden ze veel inzicht. Je moet een boer niet dom houden maar juist laten zien waar hij staat en kan komen.”

Dus bijeenkomsten ook openstellen?

Studiegroepen zijn besloten, maar de periferie wordt op jaarvergaderingen uitgenodigd. We proberen externe sprekers bij de jaarvergaderingen te hebben, zoals Tweede Kamerleden en vertegenwoordigers van Natuur & Milieu. Personen met een andere mening; je moet weten wat je tegenstanders willen gaan doen. Dat is goed voor je visievorming.”

Lees verder onder foto

De transportbeperkingen zullen ongeveer gelijk opgaan met de krimp in de sector, zegt Hans Luijerink. - Foto: Frank Uijlenbroek
De transportbeperkingen zullen ongeveer gelijk opgaan met de krimp in de sector, zegt Hans Luijerink. - Foto: Frank Uijlenbroek

Hoe kijken jullie aan tegen het importplan van minister Schouten?

“Dat past niet in haar gedachte van Europees en regionaal geproduceerd. Het grootste deel van de kalveren komt al uit die 8-uurszone, maar voor de Baltische staten en Ierland zal het pijnlijk zijn. Een transportduur van drie dagen vind ik niet verkoopbaar. Wellicht is het vliegtuig een optie om het probleem van de Ieren op te lossen. Daar hebben ze in het voorjaar een enorm overschot aan nuka‘s. Vergis je niet: in Nederland hebben we een goed functionerende keten met boeren, melkverwerking en vleesindustrie. Die is in Ierland veel minder ontwikkeld.”

De transportbeperking gaat zo’n 100.000 kalveren schelen. Is dat erg?

“Nee, dat zal ongeveer gelijk opgaan met de krimp in de sector. Die komt er zeker, al dan niet via een opkoopregeling; de eerste bedrijven staan al te koop. Een deel van de kalverhouders zit vanwege de coronacrisis financieel heel moeilijk. Daar komt het hele stikstofverhaal nog overheen, dat gaat zeker stoppers geven.”

Over de financiële situatie gesproken: hoe staat de sector er eigenlijk voor?

“Het gaat heel moeizaam, individuele bedrijven verliezen tonnen dit jaar. Dat maak je niet zomaar weer even goed. Ik verwacht niks meer van de overheid. Ik heb ook het idee dat de ambtenaren totaal niet weten hoe onze sector in elkaar steekt. Ik snap de beeldvorming wel dat de contractgevers ruim in het geld zitten, maar de individuele kalverhouder heeft momenteel geen cent.”

Wat moet er gebeuren?

“Een mooie steunregeling van bijvoorbeeld € 110 per kalverplaats zoals in Italië. Misschien vragen ze er wat voor terug, maar daar moeten we maar eens over praten. Ik hoor Rutte het nog zo zeggen: ‘We laten geen bedrijven omvallen’. Maar ze laten de kalverhouderij nu wel omvallen. Waarom wel de sierteelt en de aardappelsector steunen, en ons niet?”

De sector heeft het duidelijk moeilijk. Waar verwacht je over vijf tot tien jaar te staan?

“De sector is dan zeker nog gezond, maar met minder bedrijven. Ik verwacht dat er dan door mogelijke opkoopregelingen en dergelijke wel 20% minder bedrijven zijn en circa 10% minder kalveren. Daar waar andere sectoren de afgelopen decennia krompen, is de kalverhouderij juist op peil gebleven.

Je moet een boer niet dom houden, maar juist laten zien waar ze staan en kunnen komen

De ontwikkeling hangt ook van het sectorplan af. We gaan misschien wel naar meer ruimte per kalf toe. Niet elk bedrijf kan bijbouwen, dus de aantallen per bedrijf nemen niet ineens toe. Die ruimte per kalf moet wel Europees beleid worden en niet alleen Nederlands.”

Zoeken jullie in dezen geen buitenlandse connecties?

We doen wel het een en ander samen met de Belgische vereniging voor kalverhouders. Duitsland gaat wat lastiger. Maar in mentaliteit is het wel prettig werken met Duitsers. Daar waar Belgen ‘ja, ja’ zeggen, pakt een Duitser eerder door.”

De sector is op te delen in contractmesters en vrije mesters. Wat is tegenwoordig de rol nog van de vrije mester?

“Vrij was vroeger veel meer hapsnap. Op de veemarkt werd bepaald wat een kalf waard was. Die macht heb je als vrije mester niet meer. We hebben eigenlijk nog maar één grote partij en een paar kleine partijen over. Met het spreiden van je belangen red je het. Je hoeft je echt niet vast te leggen bij een partij, maar je kunt niet zonder elkaar.”

Hoe kijkt de sector aan tegen opkomende nieuwe partijen?

“Aan cowboys hebben we niets, dat hebben we in het verleden wel geleerd. Ik verwacht niet dat er nog zomaar iemand in deze markt stapt, nu het zo slecht gaat. Je ziet ook dat grote slachterijen elkaar nu beconcurreren. Dat is het belangrijkste. Want als er geen concurrentie is, hangt de kalverhouder aan de laatste mem.”

Mede-auteur: Robert Bodde

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.