WNF: stikstofdepositie oorzaak natuurcrisis

Een hoge stikstofdepositie in agrarische en natuurgebieden is de oorzaak van de teloorgang van populaties wilde diersoorten zoals insecten, vlinders en boerenlandvogels.

Die negatieve trend stabiliseert, maar kenmerkende soorten voor bepaalde leefgebieden nemen altijd nog af. Algemeen voorkomende soorten, zoals de pimpelmees en ekster, nemen toe, terwijl zeldzame soorten, zoals de patrijs en veldleeuwerik, zeldzamer worden. Dat concluderen natuurorganisaties in het Wereld Natuurfonds Nederland (WNF) rapport ‘Natuur en landbouw verbonden’.

Stikstof reduceren

De onderzoekers dringen aan op een forse vermindering van de stikstofdepositie – vooral afkomstig vanuit de veehouderij – om herstel mogelijk te maken. In de praktijk gebeurt dat al met milieutechnische oplossingen, zoals emissiearme stallen en luchtwassers. Maar volgens de onderzoekers is de effectiviteit van zulke oplossingen onzeker. “Dat zijn kortetermijnoplossingen en dus niet afdoende”, aldus WNF-directeur Kirsten Schuijt. WNF wil toe naar een landbouw waarin biodiversiteit de basis vormt en er naar de ecologische draagkracht gekeken wordt. Boeren moeten (financiële) steun krijgen om te switchen naar die natuurinclusieve landbouw. “We moeten meer natuurinclusief boeren en boerinclusief natuur gaan beheren.”

Hoe de uitgelekte plannen van het ministerie van LNV zich uitwerken, weet ik niet. Hopelijk zijn die goed doordacht

WNF-directeur Kirsten Schuijt

Overleg met alle partijen

Schuijt kan moeilijk zeggen of met de aangekondigde maatregelen niet al genoeg depositie gereduceerd wordt. “Eerdere opkoopregelingen in de veehouderij en de saneringsregeling zijn voor de korte termijn om niet alle (bouw)projecten stil te laten vallen. Sinds vorige week begrijpt Den Haag blijkbaar pas dat overleg met alle partijen samen noodzakelijk is. Hoe de uitgelekte plannen van het ministerie van LNV (€ 0,5 miljard voor stoppers en blijvers) zich uitwerken, weet ik niet. Hopelijk zijn die goed doordacht.”

‘Uitstoot ammoniak moet verder dalen’

Schuijt benadrukt dat dit onderzoek anderhalf jaar geleden gestart is, toen er nog geen ‘stikstofcrisis’ was. Ze erkent dat de uitstoot van ammoniak in de veehouderij al fors gereduceerd is, maar de laatste jaren stabiliseert. “Dat moet verder dalen, bij voorkeur in samenwerking met buurlanden Duitsland en België, maar we moeten bij onszelf beginnen.”

Daling van 50%

Uit het rapport blijkt dat populaties van kenmerkende wilde dieren voor agrarisch gebied sinds 1990 met gemiddeld 50% gedaald zijn. Ook karakteristieke soorten in open natuurgebieden als heide, duinen en open grasland, zijn gemiddeld met 50% afgenomen. De omvang van populaties diersoorten op land (alle leefgebieden bijeen) is de laatste twintig jaar echter stabiel gebleven. Dat geldt ook voor dierpopulaties in bossen.

Heidegebieden hardst getroffen

Heidegebieden zouden het hardst getroffen zijn, volgens het onderzoek. Vooral op hoge zandgronden, waar de daling 70% is. Het zichtbare gevolg is dat heide ‘vergrast’ met soorten die van stikstof houden. Die gevolgen zouden vervolgens verder doorwerken in de keten op vlinders, insecten(eters) en broedvogels. Afplaggen en begrazing tegen de woekerende grassen heeft de afname niet kunnen stoppen. Tijdelijk helpt afplaggen om te verschralen, maar niet als dit de enige knop is waaraan gedraaid wordt, volgens het WNF.

Boerenlandvogels hebben te lijden

Ook hebben intensief beheer, verdroging en het gebruik van bestrijdingsmiddelen in agrarisch gebied grote gevolgen, volgens het WNF-rapport. Populaties boerenlandvogels, zoals de veldleeuwerik en patrijs, hebben flink te lijden, met een piek al voor de jaren 90. De achteruitgang van vlinders (60%), zoals de argusvlinder en het geelsprietdikkopje, wijten de onderzoekers vooral aan de monotone weilanden met Engels raaigras.

We moeten opletten dat we de rekening niet bij één sector leggen

WNF-hoofd Voedsel en Landbouw Natasja Oerlemans

Natuur is uitgehold

Volgens Schuijt is de Nederlandse natuur zodanig diep uitgehold dat het welzijn en de welvaart in het geding komen. Daarmee doelt ze op het belang van een rijke natuur voor schoon water, bodemleven, bestuiving van gewassen en natuurlijke plaagbestrijding.

Rapport: herstel is mogelijk

Het rapport concludeert dat herstel mogelijk is, maar wel om forse investeringen en een omslag naar natuurinclusieve landbouw vraagt. WNF-hoofd Voedsel en Landbouw Natasja Oerlemans: “We moeten opletten dat we de rekening niet bij één sector leggen. Landbouwgrond beslaat tweederde van Nederland en neemt daarmee, als groot leefgebied van wilde planten en dieren en een belangrijke drukfactor op natuurgebieden, een sleutelrol in. Maar het oplossen van de huidige natuurcrisis is een gezamenlijke opgave, waarbij iedereen moet bijdragen en inleveren.”

LPI-index

De data zijn gebaseerd op fysieke waarnemingen die vervolgens vertaald zijn tot een LPI-index, die wereldwijd gebruikt wordt. Het jaar 1990 is het vertrekpunt en is gelijkgesteld aan 1. Toe- en/of afnames van soorten bepalen uiteindelijk wat de LPI-waarde per jaar is. Het rapport is in samenwerking met diverse Nederlandse natuurorganisaties – zoals Naturalis, Floron en Sovon – opgesteld. De trendgegevens van dierpopulaties van het CBS liggen ten grondslag aan dit rapport. Het is de derde keer dat het WNF Living Planet Report over natuur in Nederland verschijnt.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.