Wordt glyfosaat het Waterloo van Staghouwer?

10-06 | |
Henk Staghouwer, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. - Foto: ANP
Henk Staghouwer, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. - Foto: ANP

In een week waarin de stikstofstorm opstak, dreef de Tweede Kamer de discussie over een verbod op glyfosaat op de spits. D66 legt Staghouwer het vuur na aan de schenen.

Worden de geelgespoten graslanden het Waterloo van Henk Staghouwer? D66’er Tjeerd de Groot maakt het de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit knap lastig, al is hij er nog lang niet aan toe de vertrouwensvraag te stellen. Staghouwer zelf blijft er laconiek onder.

Waslijst aan moties

Kamerlid De Groot is niet de eerste die moties indiende om het gebruik van glyfosaat te verbieden. In september 2011 formuleerde toenmalig GroenLinks-fractiemedewerker Laura Bromet van Kamerlid Rik Grashoff al een motie waarin de regering werd verzocht een verbod in te stellen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met glyfosaat voor niet-commerciële doeleinden.

Sinds die motie uit 2011 zijn zeker 13 moties door de Kamer aangenomen om op de een of andere manier het gebruik van glyfosaathoudende middelen gedeeltelijk te verbieden, of om na te gaan hoe zo’n verbod wettelijk kan worden vastgelegd. CDA, VVD en SGP stemden in bijna alle gevallen tegen.

In april 2018 diende D66’er De Groot een motie in die de regering vroeg het gebruik van glyfosaathoudende middelen te verbieden. Uitzondering daarop: als bij de geïntegreerde gewasbescherming het gebruik nog nodig is. De motie kreeg een ruime meerderheid in de Tweede Kamer.

Kamer onderzocht zelf verbod

In juli 2019 en opnieuw in juli 2020 constateerde De Groot in twee aangenomen moties dat de Kameruitspraak uit 2018 “niet tot het gewenste resultaat heeft geleid”. Hij wilde meer actie van toenmalig landbouwminister Carola Schouten. Toen de minister geen juridische mogelijkheden zag voor een verbod, schakelde de Kamer een parlementair advocaat in om zelf onderzoek te kijken naar de mogelijkheden van een verbod. Uit dat onderzoek blijkt dat er beperkt mogelijkheden zijn voor een verbod.

De patstelling is nu dat de meerderheid van de Tweede Kamer vraagt om een verbod op bepaalde toepassingen van glyfosaat en de minister zegt dat hij geen juridische handvatten heeft voor zo’n verbod. Maar die uitleg overtuigt in elk geval GroenLinks, D66, SP, PvdA en Partij voor de Dieren niet. Zij vinden dat de minister met betere argumenten moet komen.

Wie gaat er over een verbod op glyfosaat?

In de kern gaat het over de vraag of de politiek gaat over een verbod op een bestrijdingsmiddel, of dat dat moet worden overgelaten aan de door de overheid aangewezen instantie: het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden. Staghouwer vindt dat het CTGB die rol heeft, niet hij en niet de Tweede Kamer.

De patstelling kan hoog oplopen. Bij GroenLinks raakt het geduld op. D66’er De Groot maakt in het debat veel misbaar, maar zegt ook dat hij zich graag laat overtuigen door de minister, als die met goede argumenten komt.

Staghouwer zegt dat hij schriftelijk zijn argumenten nog eens zal herhalen. Het kan zomaar zijn dat voor GroenLinks de maat vol is en Laura Bromet met een motie van wantrouwen of afkeuring komt. Dan is het de vraag wat D66 doet.

Braakman
Jan Braakman Redacteur


Beheer