WTO beslist in voordeel van Nederland in frites-zaak Colombia

22-12-2022 | |
Volgens de WTO kon Colombia niet voldoende bewijzen dat Nederlandse frites onder de marktprijs werd verkocht in het land. - Foto: Jan Willem Schouten
Volgens de WTO kon Colombia niet voldoende bewijzen dat Nederlandse frites onder de marktprijs werd verkocht in het land. - Foto: Jan Willem Schouten

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft in het voordeel van Nederland beslist in een zaak over Colombiaanse over antidumpingmaategelen voor Nederlandse, Belgische en Duitse frites.

Volgens de WTO zijn de antidumpingsmaatregelen die Colombia heeft opgelegd op frites uit de drie Europese landen in strijd met de de regels van de WTO. Colombia beperkt onterecht de markttoegang.

De WTO oordeelde al eerder dat de importheffiningen die het Zuid-Amerikaanse land hanteerde, moesten worden opgeschort. Colombia ging daarna in hoger beroep. Dat heeft het nu dus verloren en de nieuwe uitspraak is definitief en bindend.

Onvoldoende bewijs voor verkoop frites onder marktprijs

Volgens de WTO kon Colombia niet voldoende bewijzen dat de frites onder de marktprijs werd verkocht in het land. Wanneer Colombia de invoerheffingen niet schrapt, kan de EU WTO-machtiging krijgen om tegenmaatregelen te nemen.

Colombia hanteerde de invoerheffingen op de Nederlandse, Duitse en België frites sinds 2018. Het land stelt dat ze onder de marktprijs worden verkocht op de Colombiaanse markt. De EU spande in november 2019 vervolgens een zaak aan.

Geschillen oplossen binnen WTO

Hoewel de WTO niet meer beschikt over de belangrijkste beroepsinstantie die geschillen tussen landen moest oplossen, kon het dispuut toch worden behandeld. Dat komt doordat de EU, samen met onder andere Colombia, na het wegvallen van de beroepscommissie een eigen systeem opzette voor de behandeling van handelsconflicten.

Uitgebreide marktinformatie over aardappelprijzen vind je op FoodAgribusiness.nl/markt

Kloosterman


Beheer