Zet ‘verdubbelaar’ in bij GLB en hou het simpel

Bartelds
Jakob Bartelds Bestuurslid en portefeuillehouder landbouw van FPG, Federatie Particulier Grondbezit
Bloemrijke akkerrand. Geld uit de zogeheten tweede pijler van het GLB is onder andere hiervoor bedoeld. - Foto: Stadje Media
Bloemrijke akkerrand. Geld uit de zogeheten tweede pijler van het GLB is onder andere hiervoor bedoeld. - Foto: Stadje Media

Geld overhevelen van eerste naar tweede pijler van het landbouwbeleid kan wel, maar geef garanties dat het ook werkelijk terechtkomt waar het hoort: bij de boeren, vindt Jakob Bartelds. En garandeer de cofinanciering.

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil dat minder geld van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) uit de zogenoemde eerste pijler rechtstreeks naar boeren gaat. De Kamer wil de eerste pijler in stappen afromen tot maximaal 30% in 2027 en het geld overhevelen naar de zogenoemde tweede pijler. Het lijkt erop dat de formatietafel een uitruil heeft plaatsgevonden tussen meer geld voor verduurzaming en het versoepelen van de regels van het mestbeleid en het zevende actieprogramma.

Via overheveling van pijler 1 naar pijler 2 kan meer geld beschikbaar komen voor verduurzaming en versterking van het verdienvermogen van boeren. Dat doel is op zich goed, maar er is nu geen enkele garantie dat het geld ook echt bij boeren terechtkomt. De ervaringen met overheveling in de afgelopen jaren zijn niet goed vanwege ingewikkelde regels en hoge kosten voor uitvoering. Daarnaast is de cofinanciering vaak een probleem.

De pijlers van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

In het nieuwe GLB ligt de nadruk op verduurzaming. Het GLB bestaat uit twee pijlers. De eerste pijler betreft rechtstreekse hectarepremies aan boeren. Daarvoor stelt de EU voor Nederlandse boeren zo’n € 700 miljoen per jaar beschikbaar. Het gaat vooral om directe inkomenssteun. Daarvoor gelden algemene groene eisen. Een ander deel is voor de zogenoemde ecoregelingen. Dat is een waaier van additionele groene maatregelen waaruit boeren kunnen kiezen. Daarvoor kunnen ze een bijdrage krijgen die tegemoetkomt in de kosten of opbrengstderving vergoedt.

De tweede pijler van het GLB is wat voorheen plattelandsbeleid werd genoemd. In essentie zijn dit subsidieregelingen voor agrarisch natuurbeheer, watermaatregelen, de brede weersverzekering, enzovoorts. Het EU-budget hiervoor is zo’n € 70 miljoen per jaar. Daar moeten de overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) een gelijk bedrag bijleggen, de zogenoemde cofinanciering. De EU-lidstaten hebben de mogelijkheid om het budget van de tweede pijler te verhogen door maximaal 30% van de eerste pijler over te hevelen.

Een motie om dat te doen, is nu aangenomen. Daarin wordt opgeroepen tot cofinanciering, maar de bewoording laat nog wel ruimte voor interpretatie. Een betrouwbare overheid moet hiervoor garanties geven en zo aantoonbaar de ‘verdubbelaar’ inzetten voor boeren die nog over de streep moeten worden getrokken. Gezien de gemiddeld slechte inkomenspositie van Nederlandse boeren is dat ook hard nodig. Door dit te garanderen, vlecht je ook de stikstofaanpak en het GLB aan elkaar. Dat past in een integrale aanpak.

Doelen van GLB niet vergeten bij vergroening

De vergroening van het GLB is toe te juichen als dat echt helpt om boeren te stimuleren en te ondersteunen bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. Tegelijk moet rekening worden gehouden met de oorspronkelijke doelen van het GLB, namelijk het verzekeren van voedselzekerheid, redelijke prijzen voor consumenten en een redelijk inkomen voor boeren. Het lijkt er steeds meer op dat deze doelen in de discussie in ons land er nauwelijks nog toe doen.

Daar komt bij dat het inzetten van geld in pijler 2 via subsidieregelingen in de afgelopen jaren enorm is bemoeilijkt door ingewikkelde regelgeving en versnippering van de uitvoering. Uitzonderingen zijn de budgetten voor agrarisch natuurbeheer en de brede weersverzekering. Agrarisch natuurbeheer is geregeld via de collectieven. De brede weersverzekering wordt door het Rijk uitgevoerd.

Simpel stelsel rond subsidieregels gewenst

Investeringsregelingen voor water, landschap en klimaat worden via de provincies uitgevoerd, waarbij iedere provincie eigen prioriteiten en uitvoeringsregels stelt. Voor individuele boeren bleek het vaak moeilijk een beroep te doen op de subsidies. Het is belangrijk om van deze ervaring te leren. Er moet een eenvoudig stelsel van subsidieregels komen met zo weinig mogelijk loketten. Idealiter moet een ondernemer via een digitaal loket na invoering van zijn bedrijfsgegevens in één oogopslag kunnen zien welke subsidies mogelijk zijn, zonder vervolgens allerlei adviesinstanties te moeten inhuren.

In 2023 gaat het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) van de EU in. Wat is de grootste verandering in het nieuwe beleid en wat doet Nederland zelf? Lees dit en meer op de themapagina GLB




Beheer