Doorgaan naar artikel

ZuivelNL 2.0 mislukt, op naar versie 3.0

Geüpdatet op:
Zuivel
Achtergrond
Links op foto: Jorrit Jorritsma is sinds 2014 voorziitter van ZuivelNL. Rechts op foto: Janine Luten die na 16 maanden vertrekt bij ZuivelNL. - Foto's: Ton Kastermans/IMPHOTOGRAPHY

Links op foto: Jorrit Jorritsma is sinds 2014 voorziitter van ZuivelNL. Rechts op foto: Janine Luten die na 16 maanden vertrekt bij ZuivelNL. - Foto's: Ton Kastermans/IMPHOTOGRAPHY

Niet door, maar wel met het vertrek van directeur Janine Luten is ZuivelNL 2.0 na amper een jaar tijd alweer ter ziele. De organisatie mist geld, vertrouwen en doorzettingskracht.

ZuivelNL moet opnieuw op de schop. De vorig jaar ingezette vorming van ‘ZuivelNL 2.0’ is mislukt. Een frissere en sterkere versie van het eerste ZuivelNL is niet uit de verf gekomen. Voorzitter Jorrit Jorritsma wil dit nog niet hardop zeggen, maar hij erkent dat de komende maanden goed nagedacht moet worden over de vraag: hoe nu verder met de interbranche-organisatie? Het is een conclusie die hij deelt met veel andere zuivelbestuurders.

Het vertrek van directeur Janine Luten is niet de oorzaak van dit inzicht. Het is meer de directe aanleiding. Luten kreeg te maken met nieuwe taken, bijvoorbeeld van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), waar deze organisatie zelf niet verder mee kwam. Daarbij werd niet de ruimte en het geld gegeven om serieus aan de slag te kunnen. En dankzij de genoemde extra taken functioneert een deel van ZuivelNL als het ware ook buiten de invloed van de directeur om. Het oude ZuivelNL functioneerde vooral in opdracht van de zuivelindustrie en LTO Nederland. In versie 2.0 heeft de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) iets meer invloed, maar nog steeds gering. Daarnaast zijn er tal van ‘partnerorganisaties’ die ook meepraten, maar officieel niet meebepalen.

Themagroepen doen het werk

De uitvoering van taken als de opzet van KoeMonitor, de diergezondheidsmonitoring door GD en de ontwikkeling en uitbouw van de KringloopWijzer, vindt plaats in de zogenoemde ‘themagroepen’. ZuivelNL heeft er daar acht van. Wat er wordt besproken en voor-besloten, is – net als wat er gebeurt in het bestuur – niet openbaar en staat niet open voor extern meedenken. Er heerst een eigen dynamiek.

Dat is een belangrijk verschil met het Productschap Zuivel (PZ), dat in 2014 werd opgeheven. Daar kon iedere veehouder volgen wat er gebeurde (als hij of zij daar tenminste de moeite voor wilde doen). Nu krijgen veehouders pas te maken met het werk in ZuivelNL als alles al bijna in kannen en kruiken is. Dat maakt het nemen van besluiten makkelijker, maar de geloofwaardigheid van en het draagvlak voor die besluiten is veel zwakker.

Bij zaken als KringloopWijzer, KoeMonitor en mest en milieu, wordt zwaar geleund op ‘adviseurs’

Nog een gevoelig punt bij de themagroepen is dat daarin de invloed van de zuivelindustrie onevenredig groot is. Bij zaken als KringloopWijzer, KoeMonitor en mest en milieu, wordt zwaar geleund op ‘adviseurs’, deels ingehuurd via de zuivel, en op het werk van teams die grotendeels komen van FrieslandCampina, zo weten betrokkenen. De adviserende partijen staan vermeld op de ledenlijst van de themagroepen, de teams staan nergens vermeld. Samen zorgen zij ervoor dat plannen en projecten gestaag doorrollen. Boerenbestuurders hebben regelmatig niet de informatie, zitten er vaak niet goed genoeg bovenop en hebben geregeld ook de invloed niet om eventueel tegengas te bieden.

Opmerkelijk feitje is overigens dat, bij alle belang voor duurzaamheid en voedselveiligheid, geen enkele themagroep gaat over veevoer en voederveiligheid. Alles wat deze zaken betreft, wordt rechtstreeks geregeld tussen de NZO en de veevoersector.

Omdat ZuivelNL niet de macht heeft van het vroegere PZ, moet ze na genomen besluiten bij andere partijen aankloppen om zaken ook te kunnen doorzetten – op het erf of elders in de zuivelketen. In de praktijk wordt de hulp ingeroepen van de zuivelindustrie en soms ook bij de kalversector. De zuivel gebruikt de leveringsvoorwaarden om naleving door melkveehouders af te dwingen.

Lees verder onder foto

Een van de heetste aardappelen binnen ZuivelNL is de invloed van de industrie op het boerenerf. Hierover is vaak discussie, maar soms ook amper, omdat er op enkele dossiers bijna autonome voortgang is. - Foto: Twan Wiermans
Een van de heetste aardappelen binnen ZuivelNL is de invloed van de industrie op het boerenerf. Hierover is vaak discussie, maar soms ook amper, omdat er op enkele dossiers bijna autonome voortgang is. - Foto: Twan Wiermans

Toenemende weerstand

Dit sturingsmodel roept in toenemende mate weerstand op. Tot vorig jaar kon ZuivelNL toch nog veel zaken regelen op eigen initiatief. Het had bij de oprichting de beschikking gekregen over enkele tientallen miljoenen aan reserves van het PZ. Daarmee konden nog vijf jaar lang (onderzoeks)projecten worden gefinancierd en taken worden uitgevoerd. Begin dit jaar waren die reserves echter ook uitgeput en stond de organisatie voor de keuze tussen extra heffen of snijden in de begroting. Met de boerenprotesten in de tweede helft van 2019 nog vers in het geheugen, waagde niemand het om over hogere heffingen te beginnen. Want, wie zou ze moeten innen? ZuivelNL heeft in tegenstelling tot bijvoorbeeld de BO Akkerbouw nog steeds geen toestemming voor een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV), waarmee eventueel geld opgehaald zou kunnen worden. En een hogere inhouding via het melkgeld was ook niet iets waar de zuivelindustrie op zat te wachten.

Meer geld rechtstreeks van de boeren inhouden is iets wat men tot nu toe niet heeft aangedurfd en wat gevoelig blijft

ZuivelNL lijdt al sinds de oprichting aan een zekere bloedeloosheid, want het heeft geen eigen doorzettingsmacht. De organisatie was geen voortzetting van het opgeheven PZ, al was er bij veel bestuurders wel een soort nostalgie merkbaar. Met name de verordenende bevoegdheid (de macht om regels op te leggen met de kracht van wet) en de bevoegdheid om heffingen op te leggen, werden pijnlijk gemist. Het openbare besturen dacht men wel te kunnen missen. In de eerste bestaansjaren van ZuivelNL (2015-‘18) had de organisatie het echter nog niet zo lastig.

Van achtergrond naar voorgrond en verder

Zoals gemeld, waren er nog reserves, en er was eerst gekozen voor een profiel op de achtergrond. De NZO moest meer voortrekker zijn. Toen die bijna ten onder ging aan interne ruzies over zaken als mestbeleid en duurzaamheid, besloot de NZO om deze pakketten over te dragen aan ZuivelNL. Dit is ook voluit toegegeven door de NZO. Gevolg van de taakoverdracht was wel dat ZuivelNL een ander profiel moest krijgen: versie 2.0, en die moest meer op de voorgrond. Echter, met de al in ZuivelNL aanwezige zwakheden en een lege kas, was dit idee geen lang leven beschoren. Het vertrek van directeur Luten is slechts een bevestiging van deze situatie.

Wil ZuivelNL geloofwaardig verder kunnen, en met name vanuit de zuivelindustrie wordt de behoefte daartoe zeker gevoeld, dan moeten er opnieuw zaken veranderen, erkennen bestuurders. Met name moet de melkveehouderij serieuzer worden betrokken, zowel bij de voorbereiding van nieuwe besluiten als bij het inslaan van nieuwe denkrichtingen.

Ook is meer geld nodig. Grote vraag is hoe dit moet worden geregeld. Via een hogere inhouding op het melkgeld of met een extra bijdrage vanuit de zuivelindustrie (wat eigenlijk ook extra ingehouden melkgeld is, maar dan via een andere weg). Meer geld rechtstreeks van de boeren inhouden is iets wat men tot nu toe niet heeft aangedurfd en wat gevoelig blijft. Daarom wordt momenteel binnen de NZO gesproken over het organiseren van meer geld.

Keten moet toch in de pas

Voor de zuivelindustrie is van groot belang dat de hele zuivelketen, ondanks alle problemen tussen boeren en maatschappelijke groepen en een deel van de politiek, toch enigszins in de pas blijft lopen met maatschappelijke ontwikkelingen en met de markt. Er moet verbinding blijven. Negeren of op ramkoers gaan is geen optie.

Probleem is wel: hoe organiseer je de boeren? Een groot en eigenlijk toenemend probleem is de verdeeldheid onder de slinkende groep melkveehouders. Hoe kunnen zij toch krachten bundelen en samen richting bepalen voor de bedrijfstak?

De besluitvorming in ZuivelNL is niet openbaar

Vorig jaar is een aantal keren gesproken over de oprichting van een Producentenorganisatie Melk (POM), naar voorbeeld van de POV in de varkenshouderij om krachten te bundelen en zelf een serieuze gesprekspartner te zijn. Dit is ook nodig om te voorkomen dat anderen voor de sector gaan spreken. Zoiets ligt echter moeilijk. De verdeeldheid onder melkveehouders lijkt te groot, terwijl ook een coöperatie als FrieslandCampina daar niet enthousiast over is.

Feit is, dat er wel iets moet gebeuren. Verdeeld blijven of nog verdeelder worden is dodelijk voor de bedrijfstak. Dat realiseren veel boeren zich ook. De uitdaging is hoe dat gevoel in de juiste daden om te zetten.

Snel delen

Image
Klaas van der Horst

Voormalig redacteur

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin