Agrariërs krijgen nooit een eerlijke prijs

29-07 | |
Korff
Marco Korff oud-accountant
Foto: Roel Dijkstra
Foto: Roel Dijkstra

Er gebeurt nogal wat in de agrarische sector met inbegrip van de roep voor eerlijke prijzen en om een overheid, die perspectief moet bieden. Dat gaat echter niet gebeuren, verwacht Marco Korff.

Deze stelling vereist een toelichting. Een ‘eerlijke’ prijs ontstaat als er een transparante markt is, met veel aanbieders en met veel kopers. In zo’n situatie verkrijgt de verkoper een prijs die recht doet aan zijn werk, kapitaal inzet en risico. Op de agrarische markt is dit niet het geval en dat zal helaas ook zo blijven. Er zijn wereldwijd miljoenen aanbieders en uiteindelijk een beperkt aantal afnemers, waaronder Walmart, Tesco, Aldi, Ahold Delhaize et cetera.

Veel producten zijn onderling uitwisselbaar voor de consument. Zo kan een consument kiezen voor kippenvlees in plaats van varkensvlees of voor mango’s in plaats van peren. Kortom de boer ligt onderop in dit proces.. Dat is een oud en bekend verhaal en het heeft er eertijds toe geleid dat er agrarische coöperaties zijn ontstaan om evenwicht te bieden.

Er is maar één remedie: ‘je moet de beste zijn’

Het is goed dat er maatschappelijk en ook vanuit de overheid gewerkt wordt aan een ‘eerlijke’ prijs, maar dat zal deze geschetste structurele onevenwichtigheid nooit wezenlijk wegnemen. Verwachtingen op dit punt kunnen en mogen nooit de basis zijn voor de toekomstige bedrijfsvoering. Er is maar één remedie: ”je moet de beste zijn” en dat is de Nederlandse boer en dat moet zo blijven.

Geen eerlijke prijs

Daarbij komt dat er voor heel veel agrarische producten geen eerlijke prijs te bepalen valt. Rund- en/of varkensvlees zijn daar voorbeelden van. De winstgevendheid zowel voor het slachthuis als de producent ligt in het tot waarde brengen van het hele karkas. Bij varkens is dit het meest duidelijk. Winst is bijna pas mogelijk als er export mogelijk is naar China van alle delen die wij hier niet en daar wel gegeten worden. De prijs van varkensvlees, die het slachthuis van een supermarkt ontvangt, is daarvan een fractioneel onderdeel.

Er is thans een breed gedragen roep, dat de overheid perspectief moet bieden. Er is echter voor ondernemers maar één perspectief en dat is de wereldwijde markt. De overheid moet niet gaan bepalen welke bedrijfsvoering of omvang bindend moet zijn. De overheid moet de kaders scheppen voor gezond ondernemerschap.

De insteek van de overheid moet gericht zijn op het scheppen van kaders

Bij het agrarische bedrijf klemmen deze kaders des temeer omdat milieu en dieren geen partij onderhandelaars zijn in de markt van vraag en aanbod. De borging voor dierenwelzijn en het milieu ligt dus bij de overheid. En we moeten daarbij beseffen, dat we in een klein land leven, met een hoge veebezetting, een waterkwaliteit die achteruit loopt en een forse ammoniakuitstoot. Dat maakt forse maatregelen noodzakelijk daaronder inbegrepen de uitkoop van bedrijven, maar dan nog moet de insteek van de overheid gericht zijn op het scheppen van kaders en de mogelijkheid tot innovatie voor de overblijvende bedrijven. Nog sterkere innovatie moet juist gestimuleerd worden, anders blijft de Nederlandse boer niet de beste en dat is ook nadelig voor het investeringspotentieel voor toekomstige milieumaatregelen.

Agrariërs zijn geen marionetten

De gedachte dat ondernemers gedwongen door het grootkapitaal moesten (!) investeren en daardoor in de problemen zijn gekomen is volstrekt onjuist. Er heeft nooit één agrariër moeten investeren van zijn bank of voerleverancier. Het gaat om eigen investeringskeuzes. Agrariërs zijn geen marionetten. Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk; ik heb ooit een computerprogramma ontwikkeld waarbij een melkveehouder op basis van eigen aannames kon berekenen of hij/zij melkquotum zou moeten kopen. Het programma gaf bijna altijd aan, dat de ondernemer dit niet moest doen. Velen deden het wel (gelukkig maar).

De overheid moet komen met regels die uitlegbaar zijn

Investeren, innoveren en verbreden zijn zelfstandige ondernemersbeslissingen geweest. Eenvoudigweg omdat agrariërs niet anders zijn dan andere ondernemers. De één is met zijn bedrijfsomvang tevreden, de ander wil innoveren. Dit moet nu en in de toekomst mogelijk blijven. Simpelweg omdat we in een vrij land leven. Nogmaals alles binnen de strakke kaders van de overheid als hoeder van milieu en dierenwelzijn.

Het is enigszins bizar dat alle consumenten kopen bij megabedrijven en verwachten dat producenten kleinschalig kunnen voldoen aan bijvoorbeeld zware milieueisen en diervriendelijke stalsystemen, zoals de Rondeelstal in de pluimveehouderij.

Randvoorwaarden

Kortom de overheid moet onder strikte randvoorwaarden ondernemers laten opereren op de markt en niet van boven één bedrijfsmodel opleggen of de illusie wekken dat door convenanten met supermarkten een solide basis voor ondernemerschap kan worden gelegd.

Daarnaast moet de overheid komen met regels, die uitlegbaar zijn en niet indruisen tegen het gezond verstand. Dan moet de rechtsregel gaan gelden ‘Cessante ratione legis cessat ipsa lex’ of in gewoon Nederlands ‘waar de rede ophoudt, eindigt het recht’, dus geen stikstofreductie op Vlieland, Texel, Zeeuws-Vlaanderen et cetera.

Marco Korff is oud-accountant, en adviseur en toezichthouder in (en voor) de agrarische sector.



Beheer