Margeverdeling: supermarkt neemt verlies op varkensvlees

Margeverdeling supermarkt
Bij varkensvlees was de marge voor de boer minimaal met 1%, maar nam de supermarkt een negatieve -4% marge op zijn omzet en de handel en verwerking 2%. - Foto: Cor Salverius

Jarenlang was er discussie over de margeverdeling en de marktmacht van supermarkten. Een margemonitor was het antwoord daarop. Dat leidt tot diepere inzichten in de margeverdeling.

Supermarkten lieten zich voor het derde jaar in de boeken kijken voor een margeonderzoek. Dat maakt de Agro-Nutri Monitor bijzonder. Gaan de boeken alweer dicht? De overheid financierde het project voor 3 jaar: 2017 tot 2020. Het jaar 2022 met extreme kostenstijgingen en gevechten om marges blijft daardoor buiten beeld.

In die 3 jaar onderzoek bleef de verdeling van de brutomarges ongeveer stabiel. Verdere monitoring heeft geen meerwaarde. Dat stelt in ieder geval de Autoriteit Consument en Markt (ACM), die het onderzoek liet uitvoeren door Wageningen Economic Research.

Ongelijke margeverdeling

Kleinere marges voor de boer lijken er op het eerste gezicht meer bij melk en uien en minder bij tomaten en peren. In totaal telt het boodschappenmandje van de monitor 7 producten. Bij peren en tomaten lagen de hogere marges van de omzet in de periode 2018-2020 bij de telers (respectievelijk 12% en 20% van de omzet) en niet bij supermarkten.

Bij varkensvlees was de marge voor de boer minimaal met 1%, maar nam de supermarkt een negatieve -4% marge op zijn omzet en de handel en verwerking 2%. Bij melk was de nettomarge voor de boer -10%, terwijl die voor de handel en verwerking -4% was en voor de supermarkt 8%. Bij de aardappelen zijn de verschillen kleiner. Boeren maakten een marge van 8%, de handel/verwerking 6% en de supermarkt 9%. Bij de uien trokken de handelaren aan het kortste eind en maakten een marge van 8%, terwijl de boeren 15% en de supermarkten 24% marge hadden.

Supermarkten nemen verlies op biologisch

De bruto- en nettomarges van supermarkten bleven eigenlijk altijd geheim, dus ook wat onder aan de streep overblijft. Dat is niet altijd winst, zo liet het voorbeeld van varkensvlees al zien. Ook op witte champignons (die alleen in de laatste monitoring werden meegenomen) maakten supermarkten een negatieve marge van 2%.

Daarnaast maken supermarkten op enkele biologische producten verlies, bijvoorbeeld bij de peren en tomaten. Voor biologische tomaten was er een negatieve marge van 5% en voor peren van 12%. Het biologisch varkensvlees is ook niet winstgevend voor de retailers: -13%.

In 2021 verdubbelde het aanbod biologische peren in de supers naar een aandeel van 2,4%. De negatieve marge op dat kleine marktaandeel biologische peren staat tegenover winst bij de veel grotere verkopen gangbare peren. Met een aandeel van 97,6% leveren deze peren namelijk wel 3% winst op.

Inkoopprijzen van supermarkten hoger

Toch zijn die cijfers niet helemaal zuiver. De onderzoekers zagen dat inkoopprijzen van supermarkten hoger liggen dan de verkoopprijzen van de handel. Dat zou juist gelijk moeten liggen, omdat het om dezelfde transacties gaat. Mogelijk speelt import een rol, schrijven de onderzoekers en het schommelen van beschikbare volumes door het jaar heen.

Marges van de consumentenprijs

In de verdeling van de brutomarges als percentage van de consumentenprijs vallen de volgende dingen op. Bij melk is de brutomarge van de handel/verwerking het kleinst met 13% en de brutomarge voor de boer het grootst (50%). Bij varkensvlees is de brutomarge voor de boer ook tegen de 50%, waarbij de marge voor de handel/verwerking 28% en voor de supermarkt 24%. Dit supermarktaandeel van de consumentenprijs is het laagst van alle producten. Voor de tomaten, peren en aardappelen is de supermarktmarge tussen de 30% en 37% en de brutomarge van de handel/verwerking rond de 30%. Bij de uien is de marge voor de supermarkt juist het grootst met 51%.

Medeauteur: Carolien Kloosterman

Verheul
Jeroen Verheul Redacteur


Beheer