Voormalig dierenarts en inspecteur slachthuis: ‘Protocollen staan voorop’

17-07 | |
Anton van Ingen: “In de veehouderij ligt de nadruk nu op preventieve zorg.”
Anton van Ingen: “In de veehouderij ligt de nadruk nu op preventieve zorg.” - Foto: Hans Prinsen

Anton van Ingen, voormalig dierenarts in de Achterhoek, is al vijftien jaar met pensioen. Nog steeds werkt hij parttime als inspecteur diergezondheid in een slachthuis. Dierenwelzijn en voedselveiligheid staan daarbij voorop. “Ik kan mondelinge en schriftelijke waarschuwingen uitdelen, maar kies liever voor begeleiden en opvoeden. Dat heeft meer effect.”

Dat er camera’s hangen in slachthuizen vindt Anton van Ingen begrijpelijk. Alles wat er gebeurt, staat op beeld. “Prima, het welzijn van de dieren staat voorop, ook in de laatste fase van hun leven. Die camera’s zijn hierbij een hulpmiddel.”

Hij plaatst wel een kanttekening. Niet alleen de directies van slachterijen kunnen de beelden zien. Ook dierenwelzijnsorganisaties hebben inzage. “Zo komen de excessen naar buiten. Een enkele keer gaat er iets fout. Dat komt in de media. Zo ontstaat een verkeerd beeld over de praktijk in slachterijen. Vind ik jammer.”

We praten met Anton van Ingen uit Zelhem (Gld.). Hij is 75 jaar, was decennialang dierenarts in de Achterhoek en werkt nu nog een dag per week als inspecteur diergezondheid in de varkensslachterij van Vion in Apeldoorn. “Mooi werk, het houdt mij scherp. Een leven achter de geraniums is niks voor mij.”

Liefde voor dieren

Zijn opa was veehouder, Van Ingen kwam vrijwel dagelijks op de boerderij van zijn grootvader. Hij had als schooljongen al konijnen, schapen en pony’s. Vanwege zijn enorme liefde voor dieren koos hij ervoor om dierenarts te worden. Tussen 1975 en 2007 was hij praktiserend dierenarts in de Achterhoek, de laatste periode van zijn loopbaan was hij actief bij De Graafschap Dierenartsen.

Hij heeft de schaalvergroting in de agrarische sector van nabij meegemaakt. “Toen ik begon als dierenarts in 1975 leverden 650 boeren melk aan de fabriek in Hengelo in de Achterhoek. Toen ik in 2007 stopte, waren dat er 40. De banken en landbouwvoorlichters waren de drijvende krachten achter die snelle bedrijfsontwikkeling. Een melkveehouder die wilde uitbreiden van 25 naar 50 koeien kreeg het dringende advies om een stal te zetten voor 75 koeien. En dat gebeurde dan ook. Het was stoppen of vergroten.”

Protocollen staan voorop

Ook zijn vak veranderde. “Er kwamen steeds meer regels. Het gebruik van medicijnen ligt tegenwoordig vast in protocollen. De vrijheid die ik in het begin had, is verdwenen. Protocollen staan voorop. Dat heeft ook een andere kant. De nadruk in het vak ligt nu op de preventieve zorg. Het gebruik van antibiotica is fors verlaagd. Dat is goed voor de humane gezondheid. Bovendien, de kans dat dierlijke producten in het schap van de supermarkt restanten van medicijnen bevatten, is miniem. Toch weet ik niet of ik weer dierenarts zou worden als ik voor de keus stond. Van eigen initiatief is geen sprake meer. Jonge dierenartsen kijken daar vast anders tegenaan, ze groeien op met protocollen.”

Hij moest op zijn zestigste verjaardag de maatschap van dierenartsen verlaten. Daar was hij het ook mee eens. Jongeren komen, ouderen gaan. Dat leidt tot vernieuwing en innovatie. Maar hij wilde niet stilzitten, volgde een opleiding tot inspecteur diergezondheid en werkt nu een dag per week als inspecteur diergezondheid in een slachthuis van Vion.

Hij houdt toezicht op de werkzaamheden vanaf aankomst van de varkens tot de slacht. Dierenwelzijn en voedselveiligheid staan daarbij voorop. “Ik heb in mijn leven als dierenarts honderdduizenden varkens gezien en zie daardoor onmiddellijk een dier met een abces, breuk of andere afwijking.”

‘Boeren krijgen nu de zwartepiet voor het stikstofprobleem, andere sectoren hebben ook een aandeel’

Nieuwe eisen van Europese Unie

Begin dit jaar zijn nieuwe eisen van de Europese Unie van kracht geworden over de transportwaardigheid van dieren. Dieren die bijvoorbeeld niet op vier poten kunnen lopen, mogen niet in het slachthuis komen. “Die regels vind ik goed. Verreweg de meeste transporteurs houden zich eraan. Ik kan een mondelinge waarschuwing geven en vervolgens een schriftelijke. De derde stap is een boete. Liever kies ik voor de zachte weg, opvoeden heeft meer effect dan een boete. Daarvoor is het handig dat je verstand van zaken hebt en autoriteit. Ik denk dat ik beide wel heb.”

Ook als vrijwilliger is hij nog volop actief. Zo is hij 28 jaar voorzitter van het Nederlands Dartmoor Pony Stamboek, 26 jaar voorzitter van de Marktvereniging Hengelo en penningmeester van het Toeristisch Platform Hengelo-Keijenborg. “Zo lang ik gezond ben, blijf ik bezig. Ik hoop nog jaren tussen de mensen te verkeren.”

van Cooten
Aart van Cooten Freelance redacteur


Beheer