Witlofwortels zijn op te waarderen tot voedingsingrediënten

07-07 | |
De wortels die na de oogst van de witlof achterblijven, zijn rijk aan suikers, glutenvrije voedingsvezels en bioactieve verbindingen zoals fenolverbindingen en bitterstoffen. Foto: Ruud Ploeg
De wortels die na de oogst van de witlof achterblijven, zijn rijk aan suikers, glutenvrije voedingsvezels en bioactieve verbindingen zoals fenolverbindingen en bitterstoffen. Foto: Ruud Ploeg

Witlofwortels zijn zo te verwerken dat er nuttige ingrediënten voor voeding uit te halen zijn. Vezels uit de wortels kunnen onder andere gebruikt worden in vegetarische burgers.

Normaal gesproken worden de penwortels waarop witlofstronken groeien gebruikt als veevoer, maar uit een Belgisch promotieonderzoek blijkt dat er op efficiënte manier nuttige stoffen voor onder andere voeding en cosmetica uit gehaald kunnen worden.

In België, Frankrijk, Nederland, Italië en Duitsland worden jaarlijks 630.000 ton witlofstronken geproduceerd. “De grote penwortels waarop die groeien, kunnen voortaan hoger gevaloriseerd worden dan als veevoeder, tot voedingsvezels met gewaardeerde eigenschappen, tot bitterstoffen voor de frisdrankenindustrie, tot natuurlijke groeibevorderaar voor planten en tot natuurlijke anti-oxidante of ontsmettende stof in cosmetica”, zo stelt onderzoeksinstelling ILVO.

De bestaande arbeidsintensieve technieken waren voor bedrijven die circulair aan de slag willen, zeker een te hoge (dure) drempel

In een Universiteit van Antwerpen/ILVO promotieonderzoek richtte Anna Twarogowska een proces in om nuttige stoffen uit de ruwe wortels te scheiden tot een efficiënte, afvalloze en vooral eenvoudige procedure. “Ik mikte op een goedkope, duurzame, zero-waste bio-raffinage. De bestaande arbeidsintensieve technieken waren voor bedrijven die circulair aan de slag willen, zeker een te hoge (dure) drempel”, verklaart de onderzoekster.

Rijk aan suikers

De wortels die na de oogst van de witlof achterblijven, zijn rijk aan suikers, glutenvrije voedingsvezels en bioactieve verbindingen zoals fenolverbindingen en bitterstoffen. Die componenten zijn erg stabiel, ontdekte de onderzoekster. Verschillende rassen geteeld op verschillende locaties vertoonden ongeveer dezelfde concentraties aan nuttige stoffen en dezelfde soort eigenschappen.

Om de nuttige stoffen eruit te halen worden de wortels versnipperd en geweekt in warm water. De vaste fractie wordt gedroogd en daarna vermalen tot een geconcentreerde voedingsvezel. Ook uit het weekwater kunnen nog componenten gehaald worden.

Nieuwe vezelpoeder

Testen naar de verwerkbaarheid van de eerste fractie (de bulkfractie gedroogde witlofwortel-vezel) pakte gunstig uit. Experimentele vegetarische hamburgers, waar soja-eiwit voor 5 tot 10% door witlofvezels werd vervangen, toonden na bereiding een mooi bakeffect (weinig verlies van water en volume en een oliehoudend vermogen), en bovendien een goede sappigheid, terwijl ze geen sterke vervorming van de beoogde smaakbalans veroorzaakten. “Deze vleesvervangers bevatten minder calorieën, minder suiker en dubbel zoveel vezels, en vooral, het witlofingrediënt is glutenvrij. Vanaf >6 g per 100 gram mogen bedrijven de claim ‘vezelrijk’ op de verpakking plaatsen. Het nieuwe vezelpoeder zou dus een commerciële en een gezondheidsmeerwaarde voor voedselproducenten en consumenten kunnen betekenen”, klinkt het.

Bitterstof

In de tweede, waterige fractie zaten onder andere sesquiterpeenlactonen. Deze componenten zijn verantwoordelijk voor de typische mild-bittere smaak van witlof. Wanneer deze geïsoleerd worden, zijn deze componenten als bitterstof te gebruiken in voeding. Ook kunnen ze in schoonheidsproducten gebruikt worden vanwege hun antibacteriële, anti-oxidante, ontstekingsremmende en zelfs pijnstillende werking.

Volgens de onderzoeksorganisatie liggen er daarnaast voor de bioactieve componenten uit de waterige fractie ook nog kansen als bio-stimulanten voor planten. “En dat allemaal terwijl voedselverlies en –verspilling actief wordt tegengegaan, dat is bio-economie op zijn mooist”, besluit ILVO-onderzoeker en co-promotor Bart Van Droogenbroeck.

Kloosterman


Beheer