Kabinet pakt oneerlijke handelspraktijken aan

Het kabinet neemt maatregelen om de onderhandelingspositie van boeren, tuinders en vissers tegenover hun afnemers te verbeteren Landbouwminister Carola Schouten heeft het wetsvoorstel oneerlijke handelspraktijken in de voedselvoorzieningsketen naar de Tweede Kamer gestuurd.

Doordat afnemers van boeren vaak grote, gecentreerde marktpartijen zijn, is het voor primaire producenten soms lastiger om een eerlijke prijs te vragen voor hun product. In het wetsvoorstel worden zestien handelspraktijken verboden die nu nog wel eens voorkomen in de voedselketen, zoals het op korte termijn annuleren van afname van bederfelijke producten door de afnemer of het eenzijdig wijzigen van de leveringsvoorwaarden als prijs, volume of kwaliteitsnormen door de afnemer. Ook worden afnemers verplicht om bederfelijke landbouw- en voedingsproducten binnen 30 dagen te betalen, voor andere landbouwproducten geldt een termijn van 60 dagen. Ook mogen afnemers geen kosten in rekening brengen voor bederf of verlies van product nadat het geleverd is aan de afnemer.

Geen producten terugsturen

Afnemers mogen leveranciers ook geen kosten berekenen voor zaken die geen verband houden met de verkoop van de landbouw- of voedingsproducten. De afnemer mag ook geen producten zonder betaling terugsturen naar de leverancier. De verboden praktijken gelden alleen als de afnemer een grotere omzet heeft dan de leverancier. Bij overtreding van de wet kunnen ondernemers een boete krijgen tot € 900.000 of 10% van de omzet.

Een algeheel verbod op oneerlijke handelspraktijken ziet het kabinet niet zitten, omdat het te onduidelijk is wat daar dan wel en niet onder valt.

Voedselleveranciers kunnen straks oneerlijke handelspraktijden aan de kaak te stellen bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM), zij zorgt voor de handhaving van de nieuwe regels. Daarnaast biedt het wetsvoorstel de minister van LNV de mogelijkheid om een laagdrempelige geschillencommissie aan te wijzen. Schouten treft hiervoor voorbereidingen.

Supermarkten zijn kritisch

Over het conceptwetsvoorstel werd in 2019 al een internetconsultatie gehouden. Daaruit bleek dat mensen die reageerden vanuit de boeren en tuinders en de levensmiddelenindustrie positief waren over het wetsvoorstel. Supermarkten zijn kritisch over de wet. Ze vinden dat hij te veel ingrijpt in de vrije markt.

De behandeling van de Wet oneerlijke handelspraktijken in de land- en tuinbouw is in maart aangemerkt als spoedeisend omdat het is opgenomen in het regeerakkoord. Daarnaast is het voorstel een uitwerking van een Europese richtlijn om oneerlijke handelspraktijken in de voedselketen tegen te gaan. In deze richtlijn staat dat deze uiterlijk 1 mei 2021 omgezet moet zijn in nationale wetgeving en dat deze wetgeving uiterlijk op 1 november 2021 in werking moet treden. In 2025 wordt de wet geëvalueerd. Mogelijk wordt de lijst met verboden handelspraktijken dan uitgebreid.

2/3 artikelen over | Registreer om meer artikelen te lezen.