Onderzoekers maken aardappel beter geschikt als voedingsingrediënt

01-06 | |
Foto: Ruud Ploeg
Foto: Ruud Ploeg

Onderzoekers in de Verenigde Staten zijn er in geslaagd om aardappelen beter geschikt te maken voor verwerking in voeding. De aardappel bevat twee soorten zetmeel: amylose en amylopectine. Met behulp van de Crisp-technologie is het DNA van de aardappel zo veranderd dat de verhouding tussen beide soorten zetmeel veranderd kan worden.

Wetenschappers van het onderzoeksinstituut Texas A&M AgriLife hebben de gene-editing techniek Crispr toegepast om dit te bereiken. Ze verwachten hier veel van. Aardappelen worden in zo’n 160 landen geteeld en het is het derde voedingsgewas ter wereld, na tarwe en rijst.

Scheiden van zetmeelsoorten

Verwerkers willen graag aardappelen met veel amylopectine en zo weinig mogelijk amylose. Het scheiden van beide zetmeelsoorten kost veel energie en is milieubelastend. Amylopectine wordt bijvoorbeeld gebruikt als stabilisator en verdikkingsmiddel in voedingsproducten en als emulgator in saladedressings. Amylopectinezetmeel wordt ook gebruikt in diepvriesproducten. Een andere toepassing van zetmeel met een hoog amylopectinegehalte is de productie van bioplastics, kleefstoffen en alcohol.

De wetenschappers hebben hun bevindingen gepubliceerd in het International Journal of Molecular Sciences en in het tijdschrift Plant Cell, Tissue and Organ Culture.

Uitgebreide marktinformatie over aardappelprijzen vind je op FoodAgribusiness.nl/markt

Engwerda
Jan Engwerda Redacteur
Meer over


Beheer