Doorgaan naar artikel

Met Sidestream Innovation Challenge oplossingen voor reststromen bedenken

Brave New Food brengt grote bedrijven in contact met start-ups en scale-ups om innovatie-uitdagingen op te lossen. De Sidestream Innovation Challenge is hier een voorbeeld van.

Sidestream Innovation Challenge premium

Bas Allart, medeoprichter van Brave New Food. Foto: Brave New Food

Brave New Food brengt grote bedrijven in contact met start-ups en scale-ups om innovatie-uitdagingen op te lossen. De Sidestream Innovation Challenge is hier een voorbeeld van. Tijdens deze challenge bedenken kleine bedrijven oplossingen voor de reststromen van grote bedrijven. “Er zijn drie belangrijke uitdagingen rondom reststromen van bedrijven”, legt Bas Allart, medeoprichter van Brave New Food, uit.

Wat is Brave New Food?

Brave New Food is een open innovatieplatform. Dat betekent dat wij innovatie-uitdagingen vanuit grotere voedingsbedrijven op het platform zetten. Andere bedrijven, vaak start-ups of scale-ups, kunnen daar een oplossing op bedenken en pitchen. Via het platform worden ze met elkaar in contact gebracht. Dit is in Nederland, maar ook internationaal. Het is eigenlijk een soort ‘matchmaking’ tussen de vragende partij en de partij die mogelijk een oplossing heeft.”

Wat is de Sidestream Innovation Challenge?

“Zo’n challenge is één vorm waarin we het samenbrengen van de bedrijven doen. We hebben de afgelopen jaren zo’n zeventig van dit soort challenges uitgezet. Dat varieert van hele brede challenges over een onderwerp dat voor al onze klanten toegankelijk is, tot individuele vragen of uitdagingen van bedrijven. De Sidestream Innovation Challenge is een voorbeeld van dat laatste. Er waren meerdere vragen over het onderwerp zijstromen. Dan zetten we één challenge uit, waar in dit geval negen individuele vragen onder vielen. We hebben eerder ook wel algemene dingen gedaan met voedselverspilling en zijstromen, maar nooit eerder in deze vorm, waarbij we focussen op specifieke bedrijven en casussen.”

Hoe en waarom is de challenge ontstaan?

“De concrete aanleiding is dat we van veel kanten horen dat ze bezig zijn met reststromen. We hebben ongeveer dertig bedrijven die bij ons aangesloten zijn. Daar hebben we veel contact mee en we vragen ook altijd wat uitdagingen zijn en waar ze mee bezig zijn. Dat gaat soms om nieuwe product-oplossingen, nieuwe productietechnologie, maar dus ook over reststromen. Alle bedrijven zijn er wel op een bepaalde manier mee bezig. Ook omdat voedselverspilling best hoog op de agenda staat op dit moment. Voedselverspilling heeft allerlei nadelige invloeden op het klimaat en op de natuur. Los van wat er bij consumenten wordt weggegooid aan overtollig voedsel, gebeurt dat natuurlijk ook in de industrie. Iedereen doet er wat aan en de industrie is ook echt actief op zoek naar oplossingen om reststromen te verminderen, of om iets nuttigs te doen met die reststromen.

In deze vorm leggen negen bedrijven een specifieke reststroomcasus voor

“We horen dit al langer en hebben al vaker iets met dit onderwerp gedaan, maar je ziet ook dat de vragen vaak erg specifiek zijn. Daarom hebben we nu voor deze vorm gekozen, waarbij negen bedrijven een specifieke reststroomcasus voorleggen. Daar zijn in totaal 45 inzendingen op gekomen, dus ongeveer vijf per deelnemend bedrijf. Nu zitten we in de fase dat de bedrijven gesprekken aan het voeren zijn met de inzenders om te kijken of er ook daadwerkelijk een match is en of er een samenwerking opgestart kan worden. Er zijn drie belangrijke uitdagingen rondom reststromen van bedrijven. De eerste is de technologische uitdaging voor reststroomverwaarding. De tweede is hoe je daar een sluitende businesscase van kan maken. De derde is regelgeving, die het lastig maakt om reststromen van de ene voedingsproducent om te zetten in de grondstoffen van de andere voedingsproducent.”

Zou je een voorbeeld kunnen geven van een bedrijf dat meedoet?

“Een voorbeeld is Coroos. Dit is een grote conservenfabrikant. Eén van de dingen waar ze bekend van zijn, is appelmoes. Zij verwerken ontzettend veel appels tot appelmoes en andere producten. Ongeveer 95% van de appel kan gebruikt worden, maar 5% niet. Dat gaat in totaal om honderdduizend kilo per maand aan resten. Deze resten worden vaak vergist. Dat betekent dat ze er brandstof van maken, of er alcohol uit halen. Dat is een vrij laagwaardige manier van het verwerken van die reststromen. Ze zoeken naar oplossingen om delen van die reststroom in producten voor humane voeding of diervoeding hoogwaardiger te verwerken. Dat is niet eenvoudig, omdat het steeltjes, pitten en klokhuizen zijn en die eet je in principe niet. Je hebt gradaties van hoe je reststromen het beste kunt verwerken en verwaarden. Dat heet de Ladder van Moerman. Hoe hoger op de ladder, hoe meer je uit de reststromen haalt.”

Team Brave New Food. Foto: Brave New Food

Wat is de Ladder van Moerman?

“Als je verspilling kunt voorkomen, dan is dat de meest duurzame optie tegen voedselverspilling. Als dat niet lukt, gebruik je het in humane voeding. Daarna komt diervoeding. Vervolgens staat het maken van (bio)materiaal op de ladder. Daarna kom je in het rijtje van vergisten, composteren, verbranden en storten. Het is dus een omgekeerde piramide. Hoe meer je naar beneden komt, hoe slechter het eigenlijk is.”

Je zei net dat regelgeving wel eens in de weg zit. Kan je dat meer uitleggen?

“Wij kunnen daar helaas zelf niet heel veel mee, behalve het signaleren. Ingrediënten die je in humane voeding en diervoeding gebruikt, moet aan bepaalde veiligheid- en kwaliteitseisen voldoen. Daar zit Europese en Nederlandse regelgeving op. Dat is lastig, want wat voor de ene producent afval is, kan voor de andere producent een grondstof zijn. Maar zodra het bij de bron ‘afval’ wordt genoemd, is het afval, en dan mag het niet meer gebruikt worden in de voedselketen. Dat zijn uitdagingen rondom regelgeving, die een belemmerende invloed hebben.”

Wat zijn nog meer uitdagingen in de reststroomverwaarding?

“Je ziet dat er best wel concurrentie is in de reststroomverwaarding. Nu moeten bedrijven soms betalen om van hun reststroom af te komen. Weten ze daar meer waarde aan te hechten, door er dus bijvoorbeeld een goed voedingsingrediënt van te maken, dan gaan de prijzen omhoog. Dan krijgen ze geld toe. Als dat gebeurt, kan bijvoorbeeld de veevoerindustrie ineens hun instroom voor voer kwijt zijn. Hierdoor gaan zij hun inkoopprijzen ook verhogen. En daardoor wordt de businesscase toch weer negatief. Dat is wel een belangrijk punt in hoe je effectief voeding kunt verwaarden.”

Wat zijn de plannen voor de toekomst?

“Er komt binnenkort een nieuwe challenge voor plantaardige toepassingen in producten. Dat is gekoppeld aan het evenement Plant FWD. Daarna komt in de lente een grote challenge op het gebied van fermentatie en precisiefermentatie en daarvoor zijn we net begonnen met de werving van partijen die daaraan mee willen doen. De komende twee kwartalen komen er in ieder geval weer nieuwe challenges aan met andere thema’s.“

Snel delen

Image
Lauressa van Roekel

Freelance redacteur

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin