Overvloedig aanbod van eten en drinken

15-09 | |
Peppelenbos
Herman Peppelenbos Lector groene gezondheid op de HAS Hogeschool in Den Bosch
Foto: ANP
Foto: ANP

We kunnen best wennen aan veranderingen. Het duurt even, maar dan is die verandering het nieuwe normaal geworden.

En er is iets wat naar mijn mening best mag veranderen: ons overvloedige aanbod aan eten en drinken. Sterker nog, dat overvloedige aanbod is al een verandering. Ik ben blijkbaar zo oud dat ik het oude normaal nog herinner. En dat is niet eens zo lang geleden.

Dat contrast tussen dat oude normaal en ons huidige normaal kwam een paar jaar geleden scherp naar voren. Dat was toen ouders in Tilburg boos werden omdat hun kind alleen water mocht drinken op school en geen frisdrank (‘water is voor de honden’). En ze mochten ook al geen koeken meer meegeven. Ik kreeg nooit koeken mee. En ik was niet zielig, want niemand kreeg koeken mee. Heel soms kreeg 1 jongen wel een koek mee. Met kartonsmaak. Hij was pas zielig.

Stations geven je de indruk dat je net de Transsiberië Express overleefd hebt

Hetzelfde gevoel van contrast ontstaat tegenwoordig op stations. Die geven je de indruk dat je net de Transsiberië Express overleefd hebt. Je moet nodig aansterken na die lange en vermoeiende treinreis, wat prima kan met het overweldigende voedselaanbod op stations. Maar ook de doorsnee automobilist wordt beschouwd als iemand die een indrukwekkende prestatie moet leveren. Het aanbod aan motorolie en ruitenwisservloeistof bij tankstations is naar achteren gedrongen door een grote hoeveelheid suikerrijke snacks. Of broodjes vlees in allerlei varianten. Want je zou maar een hongerklop krijgen tijdens die lange autorit in ons grote land.

Bestrijden welvaartsziekten

We vinden het nu normaal dat we overal kunnen eten en drinken. Op elke plek, de hele dag door. En ondertussen maken we ons ook zorgen over overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten. En stoppen we tijd en geld in onderzoek om die welvaartsziekten te bestrijden. Is het misschien tijd voor een nieuw normaal, met een beperkter aanbod aan eten en drinken? Bijvoorbeeld van producten die niet bijdragen aan onze gezondheid?

Dat vraagt niet eens om zoveel voorstellingsvermogen, gezien het recente ‘oude normaal’, maar het lukt ons blijkbaar niet. Integendeel, zo groeit het aantal fastfood restaurants nog steeds, ondanks bezwaren van wethouders. Geef gemeenten daarom meer wettelijke mogelijkheden om het voedselaanbod te reguleren. Om Remkes te citeren: ‘niet alles kan overal’.



Beheer