Royal FrieslandCampina kijkt al een eeuw over de grens

31-07-2021 | Laatste update op 14-02 | |
Royal FrieslandCampina 100 jaar
Verkoop van Frisian Flag-producten in een van de 350.000 verkooppunten in Indonesië. Het land met ruim 270 miljoen inwoners is een van de belangrijkste markten van RFC. - Foto: FrieslandCampina

Royal FrieslandCampina (RFC) is wereldwijd actief met een groot aantal merken. Op sommige markten al bijna 100 jaar, zoals in Indonesië.

Royal FrieslandCampina (RFC) is veruit de grootste zuivelcoöperatie in Nederland en een van de grootste ter wereld. RFC is een sterk internationaal georiënteerd zuivelbedrijf met belangen over de hele wereld. In 2020 was de omzet ruim € 11 miljard, daarvan kwam ruim de helft (bijna € 6 miljard) uit Europa, met de nadruk op Nederland, Duitsland en België. RFC staat daarmee in de top 10 van zuivelbedrijven wereldwijd volgens de Zuivel-top 20 van Rabobank.

Een derde deel van de omzet werd behaald in Azië en Oceanië (Australië en Nieuw-Zeeland). 10% van de omzet komt uit Afrika en het Midden-Oosten. Noord- en Zuid-Amerika zijn goed voor de resterende 4%.

De omzet buiten Europa komt voor een deel voort uit belangen in lokale bedrijven en uit export van in Nederland geproduceerde producten zoals kaas, gecondenseerde melk, melkpoeders en boter.

Royal FrieslandCampina 100 jaar internationaal

De internationale belangen zijn onderdeel van de lange historie, ze komen niet uit de lucht vallen. De Nederlandse zuivel ging altijd al voor een belangrijk deel naar het buitenland, ook buiten Europa. Een van de voorlopers van RFC is de Coöperatieve Condensfabriek Friesland (CCF) die al bijna 100 jaar actief is in Indonesië. Uit CCF komen ook belangen in West-Afrika voort. CCF ging eind 20e eeuw op in FrieslandFoods, dat in 2001 een zeer forse overname deed met de aankoop van de zuiveltak van het toenmalige Numico (Nutricia). Dat bracht niet alleen merken als Chocomel, Fristi en Nutroma binnen, maar ook diverse belangen in de zuivelindustrie in Oost-Europese landen als Hongarije en Roemenië.

Campina (inclusief Melkunie), dat in 2008 fuseerde met FrieslandFoods, bracht ook internationale belangen in. Bijvoorbeeld in Duitsland met een aanzienlijke groep Duitse leden en bedrijven in Noordrijn-Westfalen en de Zuid-Duitse deelstaat Baden Württemberg. En op het gebied van ingrediënten op basis van zuivel.

Bedrijfsonderdelen in België zijn in meerdere stappen door RFC en haar voorlopers onderdeel geworden van het bedrijf. Dat omvat inmiddels onder meer de productie van Chocomel en roomtoepassingen, inclusief het internationale merk Debic.

Azië en Afrika

De lijst met dochterbedrijven van FrieslandCampina is lang, inclusief tientallen bedrijven in Azië en Afrika. De belangen in Afrika en Azië bestaan uit een groot aantal deelnemingen in lokale bedrijven. In Indonesië is dat PT Frisian Flag Indonesia. In dit land heeft RFC twee productielocaties en wordt een nieuwe locatie gebouwd bij hoofdstad Jakarta. Op de Filipijnen heeft RFC een bijna 100% belang in FrieslandCampian Philipines met als belangrijkste merk Alaska. Relatief nieuw is het belang in het Pakistaanse Engro Foods. Ook in landen als Thailand, Vietnam en Maleisië heeft RFC bedrijven met productielocaties.

Licence to produce

In vrijwel al de fabrieken in Azië wordt deels of geheel melk van boeren in het land zelf verwerkt. Dat is vaak zelfs een voorwaarde voor buitenlandse ondernemingen om actief te kunnen zijn. Het is de zogenoemde ‘licence to produce’ voor buitenlandse bedrijven.

Dat geldt ook voor China, waar RFC samenwerkt met lokale zuivelbedrijven op het gebied van productie. In Shen Yang heeft RFC een productielocatie voor onder meer kindervoeding van het merk Dutch Lady. Daarnaast wordt in China en andere landen ook kindervoeding verkocht onder het wereldwijde premiummerk Friso, dat wel in Nederland wordt geproduceerd.

Op de grootste Afrikaanse markt in olieland Nigeria opereert RFC via het lokale bedrijf FrieslandCampina WAMCO Nigeria PLC (belang van 67,81%). Net als in Aziatische landen is ook hier een deel van de producten op basis van lokaal geproduceerde melk en lopen er programma’s om de lokale productie te stimuleren via het zuivelontwikkelingsprogramma (FrieslandCampina’s Dairy Development Program).

Campina en Landliebe zijn de grootste Europese consumentenmerken van Royal FrieslandCampina. Friso en Debic horen eveneens bij de grootste tien merken en worden wereldwijd verkocht. In de lijst met grootste tien merken staan vooral merken die in grote buitenlandse markten worden gevoerd door de lokale bedrijven waarin RFC een meerderheidsbelang heeft. ‘Peak’ in Nigeria en ‘Frisian Flag’ in Indonesië zijn vooraanstaande merken daar. Deze twee landen hebben samen meer inwoners dan de huidige 27 EU-landen.
Campina en Landliebe zijn de grootste Europese consumentenmerken van Royal FrieslandCampina. Friso en Debic horen eveneens bij de grootste tien merken en worden wereldwijd verkocht. In de lijst met grootste tien merken staan vooral merken die in grote buitenlandse markten worden gevoerd door de lokale bedrijven waarin RFC een meerderheidsbelang heeft. ‘Peak’ in Nigeria en ‘Frisian Flag’ in Indonesië zijn vooraanstaande merken daar. Deze twee landen hebben samen meer inwoners dan de huidige 27 EU-landen.

Meevallers en tegenvallers

De activiteiten van RFC buiten Europa hebben onmiskenbaar een belangrijke bijdrage geleverd aan de prestaties van het bedrijf. De activiteiten in landen als China, Nigeria en landen in Zuidoost-Azië leveren doorgaans winst op. Het is een belangrijke basis voor lucratieve export die uiteindelijk een plus op de melkprijs op moet leveren en dat ook heeft gedaan via de zogenoemde prestatietoeslag in de meeste jaren na de fusie.

Maar tegelijkertijd zijn er ook risico’s en fikse financiële tegenvallers. Dat bleek afgelopen week opnieuw uit de halfjaarcijfers van het concern. Aan babyvoeding in met name China is jarenlang veel geld verdiend, maar dat is nu een zeer lastige markt geworden waar ingrijpen nodig blijkt. Een conflict in Thailand kan RFC mogelijk een bedrag van € 57 miljoen kosten, maar is nog onder de rechter.

Actief zijn op markten met hogere risico’s kan winstgevend zijn, maar levert ook wel eens tegenslagen op. Enkele jaren geleden heeft een misgelopen samenwerking in China (Huishan) tientallen miljoenen euro’s gekost. Het aangekondigde vertrek uit Rusland is een ander voorbeeld, evenals het schrappen van activiteiten in België. De start in Pakistan viel behoorlijk tegen, al lijken de resultaten nu te verbeteren. Dat is slikken voor leden en bestuurders en voer voor discussie over de strategie van het bedrijf.

Investeren in bedrijven

De buitenlandse activiteiten vergen (net als de Nederlandse fabrieken) van tijd tot tijd forse investeringen om posities te houden of uit te breiden. Een van de voorbeelden is de bouw van een nieuwe fabriek in Indonesië die dit jaar is begonnen, dat is een investering van € 250 miljoen. Daarmee wil RFC haar vooraanstaande positie in een groeiend land met nu al bijna 300 miljoen inwoners verder uitbouwen.

Net over de grens in het Duitse Goch is DFE Pharma gevestigd. Dat is de voortzetting van DMV Fonterra Excipients, de samenwerking (joint venture) met het Nieuw-Zeelandse Fonterra voor de productie en verkoop van farmaceutische lactose. Dat is een winstgevende activiteit gebaseerd op ingrediënten uit melk, de basis van het bedrijf. Het aandeel van Fonterra is eind 2019 overgenomen door Investeringsmaatschappij CVC Capital Partners, die daar ruim € 360 miljoen voor betaalde. DFE Pharma produceert de grondstoffen voor medicijnen in Duitsland, maar ook in Nederland en India. Dat laatste land is een van de grootste producenten van medicijnen wereldwijd.

Lees ook: FrieslandCampina heeft nieuwe winstmakers hard nodig

Esselink
Wim Esselink Voormalig redacteur


Beheer