Doorgaan naar artikel

Agrifirm: via samenwerkingen de eiwittransitie tot een succes maken

Agrifirm ziet in het proces van de eiwittransitie vooral een rol voor haarzelf weggelegd als ketenpartner.

agrifirm eiwittransitie premium

De veldbonenburger waar Agrifirm bij betrokken is, bevat volgens de Consumentenbond voldoende eiwit, met verrijkt ijzer en vitamine B12, en er zit niet te veel verzadigd vet en zout in. Foto: Agrifirm

Agrifirm ziet in het proces van de eiwittransitie vooral een rol voor haarzelf weggelegd als ketenpartner. Met diverse partijen lopen samenwerkingen: met Wageningen University & Research, met FrieslandCampina en sinds kort met Schouten Europe. De coöperatie zet daarbij vooral in op de teelt en de verwerking van veldbonen.

Coöperatie Agrifirm heeft sinds 2021 een eiwitvisie. Die komt voort uit de missie van de veehouders- en telerscoöperatie: bijdragen aan een verantwoord voedselsysteem voor toekomstige generaties. Een missie die volgens Business Developer Plant Based Solutions Rens Kuijten aansluit op de landelijke Nationale Eiwitstrategie. Echter: de ambitie die daar is neergelegd, is erg optimistisch. Kuijten: “Volgens de Nationale Eiwitstrategie moeten boeren in 2030 op 100.000 hectare eiwitrijke vlinderbloemige gewassen telen. Dat zien we gezien de huidige marktomstandigheden niet direct gebeuren. Groei verwachten we echter wel.”

Agrifirm wil inspelen op die groeiende vraag naar plantaardig eiwit. Dat doen ze op diverse manieren: rassenonderzoek, verbeteren van de teelt, kennisdeling tussen telers, verwaarden van reststromen. Dat laatste gebeurt al jaren bij dochterbedrijf Bonda in Den Bosch, waar bierbostel – een restproduct van de bierbrouwerijen – gebruikt wordt voor rundveevoer.

Proef met soja en haver voor plantaardige dranken

Rens Kuijten is Business Developer Plant Based Solutions bij Agrifirm. Foto: Albert Brunsting

De coöperatie hoopt dat de eiwittransitie ook een kans is om het verdienmodel van de leden te verbeteren. “Met het oog op de groeiende vraag naar plantaardige eiwitten slaan we graag de brug naar onze akkerbouwers. Dit vraagt om maatwerk.” Daarvoor zijn diverse samenwerkingen aangegaan. Zoals vorig jaar met FrieslandCampina. In een gezamenlijke proef teelden melkveehouders van beide coöperaties soja en haver voor plantaardige dranken, die de zuivelcoöperatie sinds dit jaar op de markt brengt. Kuijten: “In 2022 begonnen we met één melkveehouder die haver teelde. Vorig jaar hadden we dertig melkveehouders die samen 200 hectare haver en 50 hectare soja teelden. De opzet was om te onderzoeken of FrieslandCampina de gewassen zou kunnen gebruiken als grondstof voor de productie van drie plantaardige melkvervangers onder het Campina-merk: barista haver, haverdrink en sojadrink.”

Het jaar 2022 verliep gunstig voor de teelt, 2023 niet: vanwege het droge en late voorjaar en de natte zomer en herfst vielen de opbrengsten tegen. Bij haver was de opbrengst gemiddeld 4 ton per hectare, ten opzichte van ruim 6 ton in 2022. De kwaliteit van de haver bleek uiteindelijk wel voldoende voor verwerking. “De validatie voor verwerking in de producten van FrieslandCampina loopt nog, maar we hebben goede hoop. Bij soja was dat anders: zowel de opbrengst als de kwaliteit liet grotere variaties zien, deels goed, maar voor een deel van de oogst is het eiwitgehalte te laag, dus daar zoeken we een alternatief afzetkanaal voor.”

Een akkerbouwmatige en foodgerichte teelt vraagt meer van de veehouder dan een ruwvoerteelt

De proef levert vooral leermomenten. “Het doel was om samen met telers en ketenpartijen te leren hoe de teelt van soja en haver technisch, economisch en commercieel haalbaar gemaakt kan worden en hoe deze gewassen een onderdeel van het bouwplan kunnen worden. Een akkerbouwmatige en foodgerichte teelt vraagt meer van de veehouder dan een ruwvoerteelt. Ook de organisatie rond het oogsten was voor de melkveehouders nieuw. Daarom werkten ze samen met akkerbouwers. Het zaad, de teeltbenodigdheden en de begeleiding werden door ons verzorgd. De boeren kregen een vooraf vastgestelde prijs en een afnamegarantie voor de door hun geteelde haver en soja.” Duidelijk is wel dat de teelt van soja voorlopig een experiment blijft.

Teelt van veldbonen

Waar wel vol op wordt ingezet, is de teelt van veldbonen. Daar heeft Agrifirm goede ervaringen mee. Drie jaar geleden al werd een samenwerking aangegaan met ZLTO, Ebro Ingredients en ME-AT, een start-up van Vion, voor de productie van plantaardige vleesvervangers. Zoals burgers, worstjes en gehakt van veldbonen die onder het eigen merk van Albert Heijn worden verkocht. Zes akkerbouwers die door Agrifirm worden begeleid, telen samen op 30 hectare veldbonen.

Veldbonen-isolaat heeft een nóg hoger percentage eiwitten dan concentraat en is neutraler van kleur en smaak

Kuijten: “Wij vinden de veldboon het geschiktst voor toekomstige ketensamenwerkingen vanwege het hoge eiwitgehalte – 25 tot 32% – en de hoge opbrengstpotentie.” Daarbij is het klimaat in Noordwest-Europa er geschikt voor. Een andere belangrijke eigenschap is dat het eiwit uit veldbonen goed verwerkt kan worden tot concentraat en isolaat. Veldbonen-isolaat heeft een nóg hoger percentage eiwitten dan concentraat en is neutraler van kleur en smaak. Kuijten: “Dit maakt dat veldboon een interessante grondstof is voor de productie van plantaardige vlees- en zuivelvervangers.”

“De teelt van peulvruchten is niet altijd populair onder boeren, dat is een feit. Het is een teelt met meer risico dan graan, en het past niet altijd in het bouwplan. Dat heeft onder andere te maken met bodemgebonden aaltjes en schimmels.” Maar er zijn ook voordelen. Zo is de teelt goed voor de bodemstructuur en biodiversiteit. En vooral geschikt voor akkerbouwers die op vochthoudende grond boeren.

Nieuwste stap van Agrifirm

De nieuwste stap van de coöperatie is een samenwerking met Schouten Europe. Kuijten: “We willen verder kijken dan de teelt en opslag van producten. Daarom zoeken we de samenwerking met partijen zoals Schouten, die zelf ingrediënten en eindproducten uit eiwitgewassen produceren.” Doel is om uit veldbonen en soja plantaardige tempeh te produceren. “In eerste instantie gaan we kijken naar de variatie in kwaliteit en rendement van verschillende veldbonen- en sojarassen. Daarbij worden ook telers en restaurants betrokken. Tempeh is een betaalbaar maar een onderschat product onder Europese consumenten als het gaat om veelzijdigheid, voedingswaarde en duurzaamheid.”

Ook deze samenwerking sluit volgens Kuijten aan op de eiwitvisie. “Zuid-Amerikaanse sojaboontjes of veldbonen uit de Baltische staten zijn nu eenmaal goedkoper. Tegelijk kun je je afvragen of het wenselijk is als we dierlijk van dichtbij verruilen door plantaardig van ver weg, als regionale alternatieven mogelijk zijn. Deze samenwerking is een mooie kans om de markt te voorzien van plantaardige eiwitten met transparante herkomst en een aantoonbaar lage milieu-impact.”

Snel delen

Image
Mary Wijnveen

Freelance redacteur

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin