Doorgaan naar artikel

Mycotoxinen in plantaardige eiwitrijke producten vereisen verder onderzoek

Het is van groot belang om mycotoxinen in plantaardige eiwitrijke producten onder controle te houden, zegt onderzoeker Maria Agustina Pavicich.

Geüpdatet op:
Interview
Eiwittransitie
Onderzoek naar mycotoxinen in eiwitrijke producten premium

Maria Agustina Pavicich, postdoctoral researcher aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Foto: Universiteit Gent

De Universiteit Gent onderzoekt mycotoxinen in eiwitrijke en vezelrijke plantaardige producten. In veel van deze producten kwamen de onderzoekers verschillende mycotoxinen tegen. “Het is van het allergrootste belang om de aanwezigheid hiervan onder controle te houden in relatie tot de stijgende vraag naar plantaardige, vezelrijke en circulaire producten”, benadrukt onderzoeker Maria Agustina Pavicich.

Mycotoxinen zijn kleine moleculen die door een schimmel worden geproduceerd. Ze kunnen groeien in planten en hopen zich op in de eetbare delen. Mycotoxinen kunnen schadelijk voor de gezondheid zijn. Doordat ze verschillende soorten voedselverwerkingen overleven, zoals koken of bakken, kunnen ze in onze voeding aanwezig zijn. Vanwege de toenemende belangstelling voor een meer plantaardig eiwit- en vezelrijk dieet en circulaire productie is het noodzakelijk om de mycotoxine-concentraties nauwlettend in de gaten te houden.

Krijgen we meer mycotoxinen binnen door meer plantaardig eten?

De centrale vraag van het onderzoek Mycoprof van de Universiteit Gent is dan ook: hoe beïnvloeden deze voedseltransities de blootstelling aan mycotoxinen binnen de Belgische bevolking? Het project kreeg financiering van de Belgische Federale overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Het startte in maart 2022 en duurde achttien maanden. De onderzoekers analyseren de resultaten.

Mycotoxinen zijn kleine moleculen, die door een schimmel worden geproduceerd. Ze kunnen groeien in planten en hopen zich op in de eetbare delen. Foto: Mark Pasveer

Maria Agustina Pavicich is postdoctorale onderzoeker aan de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Over de aanleiding van het onderzoek vertelt ze: “De overheid zet in op een meer vegetarisch en veganistisch voedingspatroon. Daarnaast is er een aanbeveling om vezelrijke volkoren granen en pseudogranen te eten in plaats van geraffineerde granen. Deze adviezen hebben natuurlijk een aantal voordelen, maar er is ook een nadeel. We weten namelijk niet of deze diëten zorgen voor een hogere  blootstelling aan mycotoxinen. Dat was onze belangrijkste onderzoeksvraag.”

Hoe schadelijk zijn mycotoxinen?

“Niet alle mycotoxinen hebben dezelfde toxiciteit. Hoewel sommige ervan acute effecten kunnen veroorzaken, houdt hun toxiciteit vooral verband met chronische blootstelling. Aflatoxine B1 is bijvoorbeeld door het International Agency for Research on Cancer (IARC) geclassificeerd als groep 1: kankerverwekkend voor de mens. Fumonisinen en ochatoxine A behoren tot groep 2B: mogelijk kankerverwekkend en deoxynivalenol is geclassificeerd als groep 3: niet classificeerbaar wat betreft kankerverwekkendheid voor de mens.”

Hoe meten jullie de hoeveelheid mycotoxinen?

“We hebben een bemonsteringsplan ontwikkeld waarin we zoveel mogelijk verschillende eiwitrijke en vezelrijke voedselproducten kunnen onderzoeken. We hebben gekeken welke vegetarische voedingsproducten Belgen eten, zowel plantaardig als op zuivel gebaseerd. Deze hebben we gegroepeerd op basis van hun hoofdingrediënt. Vervolgens ontwikkelden we analytische methoden om de besmetting met mycotoxinen in elk van de producten te onderzoeken. Hierbij volgen we de Europese regelgeving. Die schrijft precies voor hoe de methode moet worden ontwikkeld, hoe de bemonstering moet worden uitgevoerd en wat de parameters zijn. In ons onderzoek wilden we zoveel mogelijk mycotoxinen opnemen. Veel producten, zoals vegetarische burgers, hebben niet slechts één ingrediënt, maar bestaan uit meerdere ingrediënten. Deze kunnen allemaal besmet zijn met verschillende soorten mycotoxinen. In totaal hebben we in ons onderzoek de aanwezigheid van meer dan veertig verschillende mycotoxinen onderzocht.”

Wat hebben jullie ontdekt?

“We hebben meer dan tweehonderd vezelrijke en eiwitrijke producten geanalyseerd. Hiervan bevatte slechts 28% van de monsters geen mycotoxinen. In totaal hebben we meer dan zeventien verschillende mycotoxinen gevonden. We hebben een aantal gereguleerde mycotoxinen aangetroffen die aan de limieten voldoen die in Europa in voedingsproducten zijn toegestaan. Maar het overgrote deel gaat het om niet-gereguleerde of opkomende mycotoxinen. Sommige producten bevatten meerdere soorten. Zo vonden we in één voedingsproduct acht verschillende typen, met allemaal verschillende toxiciteiten. Daardoor kan de totale blootstelling aan mycotoxinen door de Belgische bevolking veel hoger zijn.”

Slechts 28% van de 200 onderzochte vezelrijke en eiwitrijke producten bevatte geen mycotoxinen

Is dat veel?

“Deze vraag is moeilijk te beantwoorden. We evalueren of dit veel is of niet. Hiervoor maken we blootstellingsbeoordelingen. Daarbij houden we rekening met onze bevindingen over het voorkomen van mycotoxinen en de consumptiegegevens van de voedingsmiddelen.”

Ben je verrast door de uitkomsten van het onderzoek?

“Eigenlijk niet. Tijdens andere onderzoeken waren er al in bepaalde producten, zoals vegetarische burgers, mycotoxinen aangetroffen. Wij wilden kijken of specifiek de Belgische bevolking hieraan werd blootgesteld.”

Naast deze eiwittransitie is er meer belangstelling voor een circulaire economie. Welke invloed heeft circulariteit op de aanwezigheid van mycotoxinen?

Mycotoxinen kunnen zich ophopen in de buitenste lagen van de granen. Dus als je volkoren tarwe verwerkt, dan zal de korrel waarschijnlijk meer mycotoxinen bevatten dan de bloem, omdat mycotoxinen zich vooral ophopen in de buitenste laag. Dus als je om verspilling tegen te gaan, restproducten verwerkt in voedingsmiddelen, dan kunnen deze bijproducten hogere niveaus van mycotoxinen bevatten. Als je appels gebruikt om sap te maken, dan is in het heldere sap de concentratie van mycotoxinen lager dan in de pulp. We moeten nog verder onderzoeken of het raadzaam is om voedingsbedrijven aan te moedigen restproducten te gebruiken voor nieuwe voedingsproducten, waardoor de bevolking aan een nieuwe bron van mycotoxinen wordt blootgesteld.”

Als je restproducten verwerkt in voedingsmiddelen, dan kunnen deze hogere niveaus van mycotoxinen bevatten

Kunnen bedrijven verder nog maatregelen nemen om de aanwezigheid van mycotoxinen te beperken?

“We hebben in het project met enkele voedingsbedrijven samengewerkt om te zien wat het effect is van verschillende processen of verschillende stappen daarin om de besmetting met mycotoxinen in het eindproduct te verminderen. Bij verwerkingsbedrijven van graanproducten ontdekten we dat het sorteren van de granen voor de verwerking een grote impact heeft op het verminderen van mycotoxinen. Voor de productie van peulvruchteiwit blijkt het oplosbaar maken van een concentraat ook een goede techniek om de mycotoxineconcentraties in het eindproduct te verlagen.”

Verwacht je dat bepaalde mycotoxinen worden gereguleerd?

“Dat denk ik wel. Hier wordt veel onderzoek naar gedaan. Maar om een mycotoxine in een bepaald voedselproduct te reguleren, is veel informatie nodig over de toxiciteit. Hoe vaak komen de mycotoxinen voor in een bepaald voedselproduct? In welke hoeveelheid zijn ze aanwezig? Pas daarna kunnen we het risico evalueren. Daarvoor hebben we een zeer grote hoeveelheid gegevens nodig om aan de gereguleerde regelgevende instanties te verstrekken, zodat zij deze beslissing kunnen nemen op basis van op wetenschappelijke feiten.”

Maria Agustina Pavicich verwacht dat bepaalde mycotoxinen worden gereguleerd. Foto: Universiteit Gent

Kun je voorspellen welke gewassen of producten mycotoxinen bevatten?

“Welke schimmels welk gewas infecteren, hangt af van verschillende parameters, zoals de gewasvariëteit, de weersomstandigheden en de regio waarin een plant groeit. Bij de tarweoogst in België in 2022 vonden we bijvoorbeeld lage niveaus van deoxynivalenol, maar hogere niveaus van opkomende mycotoxinen dan in voorgaande jaren. We kunnen wel enigszins voorspellen welke mycotoxinen de komende jaren aanwezig zullen zijn, maar de opwarming van de aarde maakt dit lastiger. Bovendien is het niet altijd zo dat we een mycotoxinen in een bepaald product aantreffen. Dat hangt heel erg af van het land waar het product geteeld is. Je kunt graan uit Europa niet zomaar vergelijken met dat uit Latijns-Amerika of de VS, omdat er in elk gebied eigenlijk verschillende schimmelpopulaties voorkomen.”

Wat gaan jullie de komende tijd doen?

“De komende tijd evalueren wij het risico waaraan de Belgische consument wordt blootgesteld door de consumptie van eiwitrijke en vezelrijke producten. Daarnaast willen we ook overheden en beleidsmakers informeren. Dan zijn de beslissingen die zij nemen over de voedingsadviezen en regelgeving gebaseerd op een zo breed mogelijke wetenschappelijke kennis. Verder denk ik dat het belangrijk is om meer totale voeding- en biomonitoringstudies uit te voeren, omdat al onze voeding de blootstelling aan mycotoxinen beïnvloedt. Om de schadelijkheid te meten is het dus belangrijk om naar de gehele voeding te kijken. Er is dus nog veel meer onderzoek nodig.”

Snel delen

Image
Wendy Noordzij

Freelance redacteur

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin