NVWA: cameratoezicht slachterijen uitbreiden

Foto: Canva
Foto: Canva

De NVWA wil het cameratoezicht in slachterijen uitbreiden. 86% van de toezichthoudende dierenartsen ziet meerwaarde in cameratoezicht op dierenwelzijn. Volgens een evaluatie van de NVWA kan cameratoezicht ook een rol spelen voor diergezondheid en voedselveiligheid.

Het cameratoezicht vindt plaats op vrijwillige basis. Alle 90 (middel)grote slachthuizen werken eraan mee, zowel pluimvee- als roodvleesslachterijen. Over pluimvleesslachterijen schrijft de NVWA dat de camera-inspecties ‘waardevolle informatie’, opleverde maar er werden geen serieuze overtredingen geconstateerd. Bij roodvleesslachterijen werden in 2020 de eerste waarschuwingen en boetes uitgedeeld. 6% van de camera-inspecties leidde tot een rapport van bevindingen (RvB), bij de andere inspecties van dierenwelzijn bij roodvleesslachterijen met permanent toezicht was dat 0,08%, beduidend minder dus.

Onregelmatigheden

In het eerste halfjaar van 2021 werden bij 616 camera-inspecties 129 onregelmatigheden geconstateerd. 122 daarvan waren bij roodvleesslachterijen, de overige 7 bij pluimveeslachterijen. Dat betekent dat er bij 20,9% van de camera-inspecties bij roodvleesslachthuizen een onregelmatigheid werd geconstateerd en bij 5% van de pluimveeslachterijen. In 28 gevallen werd een RvB opgemaakt, alle bij roodvleesslachterijen. Het ging hierbij onder meer om het aanvoeren van liggende runderen die niet geschikt voor transport en geen voer geven bij een wachttijd langer dan twaalf uur.

Slimme sensoren

De NVWA concludeert dat cameratoezicht op termijn nog meer kan bijdragen aan het toezicht, onder meer met slimme camera’s en warmte- en geluidssensoren en met aanvullende cameraposities bij de eerste slachthandeling en in de gasverdover. Cameratoezicht kan naast dierenwelzijn ook een rol spelen voor diergezondheid en voedselveiligheid, aldus de NVWA.

De NVWA evalueerde het cameratoezicht ook met de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie (Nepluvi), de Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV) en Koninklijke Nederlandse Slagers (KNS). De slachterijen vinden de toezichtdruk hoog en spreken van een sterke verzwaring van het toezicht op dierenwelzijn. De sector wil wel in gesprek over efficiënter toezicht, maar zien geen aanleiding het cameratoezicht te verbreden naar diergezondheid en voedselveiligheid.

Aanvullend cameratoezicht

Het cameratoezicht vindt bij de circa veertig grootste slachthuizen met permanent toezicht twee keer per maand plaats en bij zo’n vijftig middelgrote één keer per maand. De inspecteur bekijkt circa twee uur aan beeldmateriaal dat is opgenomen op verschillende dagen en controlepunten. De NVWA doet de aanbeveling om slachterijen die niet willen meewerken aan het vrijwillige cameratoezicht aanvullend permanent toezicht te geven.

van der Werff


Beheer