Skip to content

Eiwitlandschappen: vleesconsumptie en polarisatie in Europa

Dr. Willem Boterman onderzoekt in verschillende regio’s in Europa de vleesconsumptie en of vlees eten daar een gepolariseerd onderwerp is.

Updated on:
Interview
Innovatie
Afbeelding premium

Dr. Boterman is sociaal geograaf aan de Universiteit van Amsterdam. Hij onderzoekt vleesconsumptie en in hoeverre het eten van vlees een gepolariseerd onderwerp is in Europa. Foto: Cor Salverius Fotografie

Ondanks het groeiende bewustzijn dat de veehouderij veel broeikasgassen uitstoot, is er nog steeds een hoge productie en consumptie van vlees. Dr. Willem Boterman is sociaal geograaf aan de Universiteit van Amsterdam. Hij onderzoekt in verschillende regio’s in Europa de vleesconsumptie en of vlees eten daar een gepolariseerd onderwerp is.

Hoe onderzoekt een sociaal geograaf de eiwittransitie en consumptie van vlees?

“Sociale geografie is een wetenschap waarin veel vakgebieden samenkomen. Wat opvalt is dat de ruimtelijke en sociaal-culturele kant van de eiwittransitie weinig is onderzocht. Er zijn mensen die vanuit voedselsystemen naar de eiwittransitie kijken. Mensen die precies weten hoe je plantaardige vleesvervangers maakt. Landbouweconomen kijken weer heel anders naar een bepaalde regio, meer naar grondsoorten, cijfers. Transitiekundigen hebben een sterke politicologische kant, maar missen dan weer het ruimtelijke perspectief en hebben geen verstand van voeding. Uiteindelijk ga je er in de sociaal geografie vanuit dat de ruimte waar een persoon zich bevindt, de situatie informeert. In het geval van vlees eten is een meer landelijke ruimte, zoals de Achterhoek in Nederland, heel anders ingericht en van invloed op de eiwittransitie dan een stedelijk gebied.”

Dat klinkt alsof er veel bij komt kijken. Hoe kadert u het onderzoek in?

“Ik bekijk een landschap op drie manieren. De eerste is vanuit de identiteit die mensen ontlenen aan het landschap. Hieronder valt ondernemerschap en de keuze voor een bepaald beroep, zoals melkveehouder. Neem boeren en hun relatie tot hun grond. Ze zien het niet alleen als een plek waar ze een boerderij kwijt kunnen. Ze zeggen ook: “Ik kan zo wat anders gaan doen, maar mijn familie boert hier al vijf, zes generaties.” Dus daar speelt veel meer mee dan dat ze graag geld willen verdienen met veeteelt of akkerbouw. Een heel deel van hun identiteit is aan het land verbonden.

De tweede is de materiële kant. Hoe is de regio zo geworden? Dit wordt bepaald door het natuurlijke landschap, wat voor soort bodem er is en hoe het land wordt gebruikt. De economische infrastructuur neem ik mee, maar ook wie het land bezit. Neem Oost-Brabant, waar veel varkenshouders zitten. Dat geeft een heel andere regio met andere voorzieningen en logistiek dan de graslanden en melkveehouders in Friesland. Dat bepaalt ook de voedselomgeving, wat voor soort supermarkt er in de buurt zit en wat voor keuzes die aanbieden.

De derde is de politieke kant. Hoe beheren regionale overheden het territorium? Hebben die overheden veel uitwisseling met de lokale ondernemers, hoe zien ze milieubeleid? Maar ook of de regio veel importeert en weinig produceert.”

Lees ook: Deens onderzoek: Weinig animo voor diervrije zuivel

Hoe komt dit allemaal weer samen tot één antwoord over polarisatie en vleesconsumptie?

“Uiteindelijk voeg ik het samen in eiwitlandschappen; aan de hand van de geografische locatie wil ik verklaren waarom de eiwittransitie daar stokt of soepel verloopt. Dat is mijn inziens de kracht van de geografische benadering. De drie kanten die normaal gesproken apart worden onderzocht, identiteit, politiek en economie, komen samen in een integrale visie op de eiwittransitie in een bepaalde ruimte. In eerste instantie om zo begrip te krijgen voor het al dan wel niet consumeren van vlees. Het kan ook leiden tot beleidsadviezen, maar dat is geen doel op zich.”

Waarom deze vier landen in Europa?

“De landen Nederland, Tsjechië, Portugal en Denemarken vormen een kwadrant. Denemarken lijkt veel op Nederland in dat er regio’s zijn met een grote intensieve veehouderijsector. Tegelijkertijd is Denemarken lang niet zo gepolariseerd in de eiwittransitie. Tsjechië en Portugal zijn daarentegen netto-importeurs, waarbij Tsjechië wel sterk gepolariseerd is wat betreft duurzaamheid en Portugal veel minder. Door verschillende regio’s te vergelijken op identiteit, politieke en materiële context wil ik begrijpen waarom de mate van polarisatie zo verschilt.”

Naast het bestuderen van demografische cijfers, stemgetallen en andere statistieken gaat u ook interviews afnemen. Met wie?

“Op dit moment is het plan consumenten, producenten en beleidsmakers te spreken. Ik overweeg vooral gezinnen te benaderen en hoe de regio invloed uitoefent op hun eetgedrag. Hoe gaan ze bijvoorbeeld om met een dochter die geen vlees meer wil eten?”

Uit onderzoek blijkt dat vlees eten wordt verbonden met mannelijkheid. Is dat ook een aandachtspunt?

“Grappig dat je dat zegt. Daarover heb ik net een eerste onderzoek afgerond als voorbereiding. Er zitten grote verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft voedselkeuzes. Mannen houden meer vast aan eetgewoontes, zijn conservatiever, zeker met eten. Vlees eten wordt historisch verbonden met mannelijkheid. Vrouwen experimenteren meer en zijn vaker vegetariër.”

Sommige EU-lidstaten reageren heftig op vervangers van dierlijke producten, zoals Frankrijk, die de naamgeving aan banden legt. Hoe ziet u die ontwikkeling als sociaal geograaf?

“Verschillende regio’s reageren inderdaad heel verschillend. Nederland heeft een sterke lobby voor kweekvlees binnen Europa, terwijl andere landen, zoals Italië, ertegen zijn. In Italië zie je hoe sterk vlees eten bij een regio hoort. Daar heeft elk dorp een eigen kaas en een eigen worst. Mensen in die regio’s ontlenen daar hun identiteit en hebben daar heel sterke gevoelens bij. Terwijl in Nederland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk het voedsel minder regionaal is en er ook veel minder aan eten wordt besteed.”

Lees ook: Frans verbod op vleesnaam voor vegaproduct in de wacht

Welk verband is er tussen vleesconsumptie en politieke polarisatie?

“Eten is heel persoonlijk en politieke partijen kunnen inspelen op het sentiment. Uit het eerste onderzoek, waaruit mannen als echte vleeseters naar voren kwamen, kwam ook dat vleeseters vaak een lager politiek vertrouwen hebben. Vegetariërs hebben juist meer vertrouwen in de politiek en dat die veranderingen teweeg kan brengen. Vleeseters zijn vaak conservatief, houden vast aan dingen zoals ze altijd waren, vinden vrije keuze heel belangrijk. De keuze om vlees te eten bijvoorbeeld.

Terwijl als je kijkt naar andere elementen van de klimaattransitie, zoals natuurbeheer, is er juist een kans om dat conservatisme te gebruiken. Natuurbeheer kan inhouden dat het landschap blijft zoals het is. Dierenwelzijn is ook zo’n onderwerp wat veel minder gepolariseerd is. Een beleidsmaker kan met dit gedachten zijn beleid aanpassen bij wat past bij de mensen in zijn regio en lastige agenda’s beter insteken.”

Snel delen

Misset Uitgeverij B.V. Auteursrecht voorbehouden

Algemene voorwaarden Privacy Cookies

Beheer
WP Admin